{"infobox":{"Einddatum consultatie":"14-01-2020","Onderwerpen":"Handel","Organisatie":"Ministerie van Buitenlandse Zaken, Ministerie van Economische Zaken, Ministerie van Justitie en Veiligheid","Publicatiedatum":"17-12-2019","Status":"Gesloten","Type consultatie":"Wet","Voor wie belangrijk":"De verordening kan gevolgen hebben voor investeerders van buiten de Europese Unie die in Nederland willen investeren en ondernemingen in Nederland waarin wordt ge\u00efnvesteerd. Zo kunnen zij om informatie gevraagd worden op grond van artikel 9, vierde lid van de verordening. Deze bevoegdheid volgt rechtstreeks uit de verordening.","Waarop kunt u reageren?":"Op de tekst van het wetsvoorstel en de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel","Wat verandert er?":"De informatieverstrekkingsverplichtingen die in dit wetsvoorstel zijn opgenomen, vloeien rechtstreeks voort uit de verplichtingen tot informatie-uitwisseling die in de verordening zijn opgenomen. Hierbij biedt de verordening ook de mogelijkheid om bepaalde informatie direct op te vragen bij de buitenlandse investeerder of de onderneming waarin de buitenlandse directe investering wordt gepland of is voltooid (zie de algemene toelichting, paragraaf 3.4). Er is getracht de administratieve lasten zo laag mogelijk te houden door in het wetsvoorstel op te nemen dat dit een bevoegdheid is waarvan alleen gebruik gemaakt wordt als de verantwoordelijke minister de benodigde gegevens niet op een andere wijze heeft kunnen achterhalen. Echter, hoe hoog de regeldruk zal zijn kan op dit moment niet gekwantificeerd worden omdat geen zicht is op het volume van de vragen die gesteld gaan worden door de andere lidstaten. Bovendien heeft de Europese Commissie geen impact assessment gedaan op basis waarvan een inschatting van de regeldruk kan worden gemaakt."},"resource":"nl.mnre1013.2e-i.2019.1"}
