{"infobox":{"Einddatum consultatie":"02-04-2023","Keten-ID":"14935","Onderwerpen":"Gezin en kinderen","Organisatie":"Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid","Startdatum consultatie":"17-02-2023","Status":"Gesloten","Type consultatie":"AMvB","Voor wie belangrijk":"Kindercentra (zowel dagopvang als buitenschoolse opvang), houders en (pedagogisch) medewerkers, beroepskrachten in opleiding, docenten van opleidingen tot pedagogisch medewerker, ouders, toezichthouder en handhaver.","Wat verandert deze wet?":"Het verwachte effect van het voorstel is dat er meer ruimte komt voor het stimuleren van de brede (talenten)ontwikkeling van kinderen op de buitenschoolse opvang. Daarnaast geeft de wijziging van een BKR op kindercentrumniveau (i.p.v. op groepsniveau) houders meer ruimte om de indeling van basisgroepen te baseren op pedagogische overwegingen. Voor de wijziging ten aanzien van het vaste gezichtencriterium is het verwachte effect dat een grotere groep medewerkers als vast gezicht ingezet kan worden. Naar verwachting zal dat bijdragen aan de continu\u00efteit van de kinderopvang en het verminderen van de werkdruk."},"resource":"nl.mnre1073.2e-i.2023.28"}
