{"infobox":{"Doel consultatie":"Met de consultatie wordt iedere belanghebbende en/of ge\u00efnteresseerde in de gelegenheid gesteld op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting reactie te geven.","Einddatum consultatie":"01-01-2014","Onderwerpen":"Organisatie en beleid Overige vormen van onderwijs Voortgezet onderwijs","Organisatie":"Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap","Publicatiedatum":"26-11-2013","Status":"Gesloten","Type consultatie":"Wet","Voor wie belangrijk":"Samenwerkingsverbanden vo, vo-scholen, ouders en leerlingen (met een ondersteuningsbehoefte)","Waarop kunt u reageren?":"Het conceptwetsvoorstel en de memorie van toelichting.","Wat verandert er?":"Samenwerkingsverbanden van scholen: Door lwoo en pro toe te voegen aan het stelsel van passend onderwijs worden samenwerkingsverbanden verantwoordelijk voor alle onderwijsondersteuning en kunnen ze bij toewijzing integraal afwegen. (Ouders van) leerlingen: Doordat de samenwerkingsverbanden verantwoordelijk worden  voor alle onderwijsondersteuning vervalt het risico dat samenwerkingsverbanden en RVC\u2019s de verantwoordelijkheid voor ondersteuning van een leerling op elkaar afschuiven. Verder verandert er  voor (ouders van ) leerlingen weinig, tenzij een samenwerkingsverband kiest voor een opting out. Bij een opting out kan een samenwerkingsverband de criteria voor lwoo en pro zelf bepalen, wat gevolgen kan hebben voor de toelaatbaarheid tot het pro of aanwijzing op het lwoo. Scholen: Scholen die lwoo en pro aanbieden gaan niet langer een indicatie aanvragen bij een RVC, maar vragen een ondersteuningstoewijzing voor lwoo of pro aan bij het samenwerkingsverband. Per samenwerkingsverband is het budget voor lwoo en pro gemaximeerd. Als samenwerkingsverbanden meer ondersteuning toewijzen dan dat er budget beschikbaar is, worden alle schoolbesturen binnen de grenzen van het samenwerkingsverband gekort op de lumpsum."},"resource":"nl.mnre1109.2e-i.2013.2"}
