{"infobox":{"dc_creator":"WooScraper_v1","dc_date_year":2019,"dc_description":"Dieren kunnen ziekteverwekkers bij zich dragen waar mensen ook ziek van kunnen worden. De ziekten die ze veroorzaken heten ook wel zo\u00f6nosen. In 2017 onderzochten het RIVM en de NVWA hoe vaak enkele van deze ziekteverwekkers voorkwamen bij runderen die gefokt worden voor hun vlees. Hiervoor zijn runderen op 196 bedrijven onderzocht. \n \nDaarnaast hebben 129 veehouders, gezinsleden en medewerkers meegedaan aan dit onderzoek. Het RIVM heeft gekeken of dezelfde ziekteverwekkers ook bij de deelnemers voorkwamen. De meeste van deze ziekteverwekkers veroorzaken diarree, maar soms kunnen infecties ernstiger verlopen. Er is ook naar ESBL-producerende bacteri\u00ebn gekeken, omdat zij ongevoelig zijn voor een groep antibiotica. \n \nBij de onderzochte runderen komen een aantal ziekteverwekkers vaak voor. Ze zitten in de darmen van de dieren en dus ook in de mest. Het vlees kan besmet raken in het slachthuis als er mest op het vlees komt. Mensen kunnen een besmetting voorkomen door alleen rundvlees te eten als het goed gaar is. Ook is het belangrijk te voorkomen dat ander voedsel in contact komt met rauw vlees. \n \nVooral de bacterie Campylobacter kwam veel voor bij de runderen: op 86 procent van de bedrijven. Bij veehouders en gezinsleden kwam deze bacterie bij 2 procent van de deelnemers voor. \n \nSTEC en ESBL-producerende bacteri\u00ebn kwamen minder vaak voor bij de runderen; namelijk op 25 procent (STEC) en 15 procent (ESBL) van de bedrijven. E\u00e9n van de deelnemers droeg de STEC-bacterie bij zich. ESBL-producerende bacteri\u00ebn zijn bij 7 procent van de deelnemers gevonden. Dit is ongeveer even vaak als bij de Nederlandse bevolking. \n \nOp 4 procent van de bedrijven kwam de salmonellabacterie voor bij de runderen. Meestal waren dit typen salmonellabacteri\u00ebn die bij mensen diarree kunnen veroorzaken. Salmonella is niet gevonden bij de veehouders en gezinsleden die meededen.","dc_identifier":"nl.oorg10123.2j.2019.289","dc_publisher":"oorg10123","dc_publisher_name":"Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu","dc_source":"https://www.rivm.nl/publicaties/onderzoek-zoonosen-in-vleesveehouderij-in-2017","dc_title":"Onderzoek zo\u00f6nosen in de vleesveehouderij in 2017 | RIVM","dc_type":"2j","dc_type_description":"2j - Onderzoek","foi_extraMetadata":{},"foi_fairiscoreVersions":{"v1":2,"v2":1},"foi_files":[{"dc_format":"application/pdf","dc_identifier":"nl.oorg10123.2j.2019.289.doc.1","dc_source":"https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2019-0081.pdf","dc_title":"Onderzoek zo\u00f6nosen in de vleesveehouderij in 2017 | RIVM","dc_type":"bijlage","foi_fairiscoreVersions":{"v1":2,"v2":1},"foi_fileName":"2019-0081.pdf","foi_nrPages":72}],"foi_isWoo":"Ja","foi_nrDocuments":1,"foi_nrPagesInDossier":72,"foi_page_title":"Onderzoek Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu","foi_publishedDate":"2019-07-30","foi_retrievedDate":"2024-12-01","tooiwl_type":"c_fdaee95e"},"resource":"nl.oorg10123.2j.2019.289"}
