{"infobox":{"dc_creator":"WooScraper_v1","dc_date_year":2019,"dc_description":"Het RIVM geeft elk jaar de concentraties in de lucht in Nederland op kaarten weer, onder andere van stikstofdioxide en fijnstof. Ook wordt op kaarten aangegeven in welke mate stikstof op de bodem neerslaat. In dit rapport gaat het om de situatie in 2018. Daarnaast zijn berekeningen voor de verwachte concentraties en deposities van deze stoffen gemaakt voor 2020, 2025 en 2030. \n \nDeze GCN-kaarten worden onder andere gebruikt voor een programma om de luchtkwaliteit in Nederland te verbeteren (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit; NSL). De kaarten worden ook gebruikt bij de berekening van de effecten van ruimtelijke plannen op de concentraties vervuilende stoffen in de lucht. \n \nStikstofdioxide- en fijnstofconcentraties in de lucht \nDe gemeten concentraties stikstofdioxide (NO2) in de lucht zijn in 2018 gemiddeld iets lager dan in 2017. Voor 2020 worden de concentraties enkele microgrammen hoger ingeschat dan vorig jaar. Dat komt vooral door tegenvallers in de verkeersemissies. \n \nDe gemeten concentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) waren in 2018 iets hoger dan in 2017. De inschattingen voor 2020 en 2030 zijn iets lager dan de inschattingen van vorig jaar. \n \nHogere ammoniak\nDe gemeten concentraties ammoniak (NH3) in de lucht zijn in 2018 veel hoger dan in 2017. Vooral het extreem warme, zonnige en zeer droge weer is hiervan de oorzaak. Ammoniak is een component van stikstof. Als te veel ammoniak op de bodem neerslaat, is dat schadelijk voor de natuur (biodiversiteit). Door de hogere concentraties in de lucht was er meer ammoniak beschikbaar om op de bodem neer te slaan. Naast ammoniak zijn de stikstofoxiden een ander onderdeel van de stikstofdepositie. De depositie van stikstofoxiden daalde. \n \nDe uitstoot van ammoniak is licht gestegen ten opzichte van de voorgaande jaren (2012-2016). \n  \nHet RIVM maakt de GCN-kaarten in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).","dc_identifier":"nl.oorg10123.2j.2019.431","dc_publisher":"oorg10123","dc_publisher_name":"Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu","dc_source":"https://www.rivm.nl/publicaties/grootschalige-concentratie-en-depositiekaarten-nederland-rapportage-2019","dc_title":"Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland : Rapportage 2019 | RIVM","dc_type":"2j","dc_type_description":"2j - Onderzoek","foi_extraMetadata":{},"foi_fairiscoreVersions":{"v1":2,"v2":2},"foi_files":[{"dc_format":"application/pdf","dc_identifier":"nl.oorg10123.2j.2019.431.doc.1","dc_source":"https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2019-0091.pdf","dc_title":"Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland : Rapportage 2019 | RIVM","dc_type":"bijlage","foi_fairiscoreVersions":{"v1":2,"v2":2},"foi_fileName":"2019-0091.pdf","foi_nrPages":66}],"foi_isWoo":"Ja","foi_nrDocuments":1,"foi_nrPagesInDossier":66,"foi_page_title":"Onderzoek Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu","foi_publishedDate":"2019-09-11","foi_retrievedDate":"2024-12-01","tooiwl_type":"c_fdaee95e"},"resource":"nl.oorg10123.2j.2019.431"}
