{"infobox":{"dc_creator":"WooScraper_v1","dc_date_year":2021,"dc_description":"Zo\u00f6nosen zijn infectieziekten die van dier op mens kunnen worden overgedragen. Het RIVM maakt in opdracht van de NVWA elk jaar een overzicht van de belangrijkste zo\u00f6nosen en geeft aan hoe vaak ze in Nederland voorkomen. Het gaat om de zo\u00f6nosen die artsen en dierenartsen moeten melden bij de GGD (voor mensen) of de NVWA (voor dieren). Beleidsmakers kunnen deze informatie gebruiken om, als het nodig is, effectieve maatregelen te treffen.\n\nDe belangrijkste ontwikkeling in 2020 was de uitbraak in maart van het nieuwe coronavirus (SARS-CoV-2) in Nederland, het virus dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt. Naast mensen bleken ook dieren, en vooral nertsen, besmet te kunnen worden. De overheid wilde met maatregelen voorkomen dat nertsen het coronavirus zouden overdragen op mensen. Toch bleef het aantal besmettingen onder nertsen stijgen. Daarom is in 2020 besloten om eerder dan was afgesproken te stoppen met de nertsenhouderij in Nederland.\n\nEen andere belangrijke ontwikkeling was de eerste besmetting met het westnijlvirus in Nederland bij een vogel (grasmus). Dit virus komt voor bij vogels en wordt overgebracht door muggen die zich voeden met bloed van besmette vogels. Deze muggen verspreiden het virus naar andere vogels en soms ook naar mensen en zoogdieren, zoals paarden. In oktober 2020 is het virus voor het eerst bij 8 mensen in Nederland vastgesteld. De meeste mensen worden niet ziek van een infectie met het virus. Ongeveer 1 op de 5 van de besmette mensen krijgt milde griepachtige symptomen zoals koorts, hoofdpijn en spierpijn. Slechts 1 procent van de besmette mensen krijgt een ernstige ziekte, zoals hersenontsteking.\n\nDe Staat van Zo\u00f6nosen behandelt elk jaar een thema. Dit jaar is het thema \u201cemerging zoonoses\u201d. Dat zijn nieuwe of bekende zo\u00f6nosen, waarvan het aantal besmettingen plotseling sterk kan toenemen. Het thema gaat in op een aantal emerging zo\u00f6noses die via wilde dieren, vee, huisdieren en teken in Nederland plotseling zouden kunnen toenemen en wat er wordt gedaan om dit te voorkomen.","dc_identifier":"nl.oorg10123.2j.2021.392","dc_publisher":"oorg10123","dc_publisher_name":"Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu","dc_source":"https://www.rivm.nl/publicaties/staat-van-zoonosen-2020","dc_title":"Staat van Zo\u00f6nosen 2020 | RIVM","dc_type":"2j","dc_type_description":"2j - Onderzoek","foi_extraMetadata":{},"foi_fairiscoreVersions":{"v1":2,"v2":1},"foi_files":[{"dc_format":"application/pdf","dc_identifier":"nl.oorg10123.2j.2021.392.doc.1","dc_source":"https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2021-0190.pdf","dc_title":"Staat van Zo\u00f6nosen 2020 | RIVM","dc_type":"bijlage","foi_fairiscoreVersions":{"v1":2,"v2":1},"foi_fileName":"2021-0190.pdf","foi_nrPages":84}],"foi_isWoo":"Ja","foi_nrDocuments":1,"foi_nrPagesInDossier":84,"foi_page_title":"Onderzoek Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu","foi_publishedDate":"2021-11-26","foi_retrievedDate":"2024-12-01","tooiwl_type":"c_fdaee95e"},"resource":"nl.oorg10123.2j.2021.392"}
