{"infobox":{"dc_creator":"WooScraper_v1","dc_date_year":2022,"dc_description":"Door de uitbraak van het coronavirus SARS-CoV-2 is uit nood veel zorg \u2018op afstand\u2019 geleverd met behulp van e-health. Voorbeelden zijn beeldbellen, een online schriftelijk consult en op afstand gezondheidswaarden meten, zoals bloeddruk of bloedsuiker. Het RIVM onderzocht de ontwikkelingen van het gebruik van e-health tijdens de coronapandemie in Nederland.\n\nHieruit blijkt dat e-health veel meer is gebruikt dan voor de pandemie. Het was vaak de enige manier om afspraken en behandelingen door te laten gaan. Ook werd het gebruik makkelijker gemaakt. De overheid heeft bijvoorbeeld de financiering en de voorwaarden om het te mogen gebruiken, verruimd. Hierdoor konden zorgverleners en pati\u00ebnten meer ervaring opdoen met e-health en leren wanneer het wel en niet geschikt is.\n\nVan alle soorten e-health is beeldbellen het meest ingezet. E-health is vooral gebruikt als er veel mensen besmet waren met het virus. Het is ook gebruikt om coronapati\u00ebnten te behandelen. Zij maten bijvoorbeeld thuis zelf hun gezondheidswaarden op die zorgverleners op afstand konden volgen.\n\nZowel zorgverleners als pati\u00ebnten hebben tijdens de pandemie voordelen van e-health ontdekt die ze voor die tijd nog niet kenden. Daardoor zijn ze beiden positiever gaan denken over e-health. Het maakte het zorgverleners bijvoorbeeld makkelijker om naasten van een pati\u00ebnt bij het gesprek te betrekken. Pati\u00ebnten scheelde het reistijd omdat zij niet naar de zorgverlener toe hoefden. Minder geschikt is e-health bijvoorbeeld voor afspraken waarbij bepaald lichamelijk onderzoek nodig was.\n\nZowel zorgverleners als pati\u00ebnten willen in de toekomst e-health het liefst combineren met bezoeken aan de zorgverlener. Het is nog niet duidelijk in welke situaties n\u00e1 de pandemie e-health voordelen heeft. Om hier nog meer over te kunnen leren, moet het makkelijk zijn om e-health na de pandemie te blijven gebruiken en ermee te experimenteren. Voor dit onderzoek keek het RIVM naar de literatuur uit Nederland en het buitenland. Ook gebruikte het RIVM gegevens uit de E-healthmonitor.","dc_identifier":"nl.oorg10123.2j.2022.51","dc_publisher":"oorg10123","dc_publisher_name":"Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu","dc_source":"https://www.rivm.nl/publicaties/ontwikkelingen-rondom-e-health-tijdens-covid-19-pandemie-bevindingen-vanuit-literatuur","dc_title":"Ontwikkelingen rondom e-health tijdens de COVID-19-pandemie. Bevindingen vanuit de literatuur en empirisch onderzoek | RIVM","dc_type":"2j","dc_type_description":"2j - Onderzoek","foi_extraMetadata":{},"foi_fairiscoreVersions":{"v1":2,"v2":1},"foi_files":[{"dc_format":"application/pdf","dc_identifier":"nl.oorg10123.2j.2022.51.doc.1","dc_source":"https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2021-0237.pdf","dc_title":"Ontwikkelingen rondom e-health tijdens de COVID-19-pandemie. Bevindingen vanuit de literatuur en empirisch onderzoek | RIVM","dc_type":"bijlage","foi_fairiscoreVersions":{"v1":2,"v2":1},"foi_fileName":"2021-0237.pdf","foi_nrPages":92}],"foi_isWoo":"Ja","foi_nrDocuments":1,"foi_nrPagesInDossier":92,"foi_page_title":"Onderzoek Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu","foi_publishedDate":"2022-04-21","foi_retrievedDate":"2024-12-01","tooiwl_type":"c_fdaee95e"},"resource":"nl.oorg10123.2j.2022.51"}
