<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>m UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM 
College van Bestuur Juridische zaken 
Aan Spui21 
1012 WX Amsterdam 
Postbus 19268 
1000 GG Amsterdam 
www.uva.nl 
Datum 
13 juni 2016 
E-mail Telefoon Uw kenmerk 
Bijlage 
div. Ons kenmerk 
2016cu0945 
Onderwerp 
Wah-verzoek 
Geachte 
1. Verzoek 
Bij schrijven van 6 mei 2016, door ons ontvangen op 9 mei 2016, heeft u met beroep op de 
Wet openbaarheid van bestuur (W ob) verzocht om openbaarmaking van " ... alle rapportages die u 
[de Universiteit van Amsterdam] als vergunninghouder in het kader van de Wet op de dierproeven 
over het kalenderjaar 2015 aan het ministerie van Economische Zaken, de NVWA of een andere 
toezichthouder heeft overlegd. Ook zou ik [u] graag een afschrift willen aanvragen van de 
jaarverslagen van de Dierexperimentencommissie van de universiteit over de jaren 2013, 2014 en 
2015." 
Bij brief van 13 mei 2016 met kenmerk 2016cu0807 is de ontvangst aan u bevestigd. 
2. Wettelijk kader 
Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wob kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd 
in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder 
verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. 
Ingevolge artikel 3, vijfde lid, van de Wob wordt een verzoek om informatie ingewilligd met 
inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10 en 11. 
Op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob blijft het verstrekken van 
informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het 
belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. 
3. Overwegingen 
De beoordeling van uw verzoeken leidt tot de volgende categorieën documenten: 
I. Documenten die met inachtneming van artikel 10 van de W ob openbaar worden gemaakt; 
II. Documenten die openbaar worden gemaakt; 
III. Documenten die niet aanwezig zijn. 
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>m UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM 
Ons kenmerk 
2016cu0945 
I. Documenten die met inachtneming van artikel 10 van de Wob openbaar worden gemaakt 
De beoordeling van uw verzoek om informatie betreffende alle rapportages die de Universiteit van 
Amsterdam (Uv A) als vergunninghouder in het kader van de Wet op de dierproeven over het 
kalenderjaar 2015 aan het ministerie van Economische Zaken, de NVWA of een andere 
toezichthouder heeft overlegd leidt onder andere tot het volgende document: 
a. Registratieformulier 1, rapportagejaar 2015 
Dit document wordt openbaargemaakt met weglating van de locatiegegevens en de naam en functie 
van de betrokkene. Het College verwijst daarbij naar de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 19 
december 2013, zaaknummer SBR 12/1580 waarin werd overwogen 'dat personen waarvan bekend 
is dat zij betrokken zijn bij proefdieronderzoek kans lopen op onheuse bejegening door derden acht 
de rechtbank een feit van algemene bekendheid. De uitzonderingsgronden als bedoeld in artikel I 0, 
tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob doen zich derhalve voor. De rechtbank is van oordeel dat 
verweerder in redelijkheid het belang van de persoonlijke levenssfeer zwaarder mag laten wegen 
dan het algemene belang van openbaarheid. De rechtbank overweegt daarbij dat nu niet valt uit te 
sluiten dat de acties van dierenextremisten zich (ook) zullen richten op de werkplek van personen die 
betrokken zijn bij dierproeven, ook de locatiegegevens onder het belang van de bescherming van de 
persoonlijke levenssfeer vallen. '. De locatiegegevens vallen ook onder de uitzonderingsgrond in 
artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob. Hierbij geldt dat de persoonlijke levenssfeer 
van de bij dierproeven betrokken personen zwaarder weegt dan het openbaar maken van de locatie 
van de werkplek en de naam en functie van deze personen. 
II. Documenten die openbaar worden gemaakt 
De beoordeling van uw verzoek informatie betreffende alle rapportages die de Universiteit van 
Amsterdam (Uv A) als vergunninghouder in het kader van de Wet op de dierproeven over het 
kalenderjaar 2015 aan het ministerie van Economische Zaken, de NVWA of een andere 
toezichthouder heeft overlegd leidt tot de volgende tabellen die in het geheel openbaar worden 
gemaakt: 
b. Registratieformulier 2B betreffende genetisch gemodificeerde dieren 
c. Registratieformulier 2A betreffende gewone dieren 
d. Formulier 3 dierproefregistratie 
e. Registratieformulier 2C betreffende dieren uit het wild 
Het College wijst u er expliciet op dat de NVW A de gegevens die in de documenten b tot en met e 
zijn genoemd, nog niet heeft gecontroleerd. Deze documenten worden openbaar gemaakt onder het 
uitdrukkelijke voorbehoud van eventuele wijziging( en) nadien door de NVW A. 
Voorts heeft u verzocht om een afschrift van de jaarverslagen van de Dierexperimentencommissie 
van de universiteit over de jaren 2013, 2014 en 2015. Beoordeling van dit verzoek heeft geleid tot 
het volgende document, welke in zijn geheel openbaar wordt gemaakt: 
f. DEC jaarverslag 2013 
Pagina 2 
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Il UNNERSITEIT VAN AMSTERDAM 
Ons ket1merk 
2016cu0945 
Ill. Geen documenten aanwezig 
U heeft verzocht om een afschrift van de Dierexperimentencommissie van de universiteit over de 
jaren 2013, 2014 en 2015. Op 18 december 2014 is de nieuwe Wet op de dierproeven van kracht 
gegaan (Wod). Volgens de vernieuwde Wod is het voor de DEC niet meer verplicht om een 
jaarverslag op te stellen. Er zijn derhalve geen jaarverslagen 2014 en 2015 opgesteld. 
Met betrekking tot de door u gewenste jaarverslagen 2014 en 2015 stellen wij vast dat wij niet aan 
uw verzoek kunnen voldoen, nu wij hier niet over beschikken. Conform vaste jurisprudentie kunnen 
verzoekers op grond van de bepalingen van de Wob bestuursorganen niet verplichten gegevens, die 
zij niet te hunner beschikking hebben, te vergaren, te bewerken of daarover stukken op te stellen. 
Aangezien er geen documenten zijn waarin de gewenste informatie is neergelegd en wij op grond 
van de Wob evenmin gehouden zijn een document op te maken ofte laten maken, wijzen wij uw 
verzoek om de jaarverslagen over 2014 en 2015 van de DEC, af. 
4. Kopieerkosten 
Conform het tweede lid van de Regeling kopieerkosten bij een verzoek op grond van de Wet 
openbaarheid van bestuur Universiteit van Amsterdam bedraagt de vergoeding voor het verstrekken 
van kopieën van documenten voor 14 of meer kopieën€ 0,35 per kopie. 
Dit Web-verzoek betreft het verstrekken van 24 kopieën van documenten, derhalve bedraagt de 
verschuldigde vergoeding€ 8,40. 
5. Besluit 
Het College van Bestuur besluit: 
• uw verzoek toe te wijzen met inachtneming van artikel 10, tweede lid, aanhef, onder e, van de 
Wob (hierboven onder I en II); 
• uw verzoek af te wijzen voor zover de gevraagde informatie niet aanwezig is (hierboven onder 
III); 
• een verschuldigde vergoeding vast te stellen voor kopieën van documenten ten bedrage van 
€ 8,40. 
Hoogachtend, 
het r"n~n Bestuur. 
ppir. ~- veen T.M. ten Darn, 
/Çoorz1tter 
Pagina 3 
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    REGISTRATIEFORMULIER 1 Rapportagejaar 2015    Deelnemernummer instellingsvergunninghouder   2 je jo le [|   Gegevens over de instellingsvergunninghouder   Raadpleeg de toelichting.   1. INSTELLINGSVERGUNNINGHOUDER: Universiteit van Amsterdam …  Naam verantwoordelijke namens instellingsvergunninghouder (portefeuillehouder)…  ADRES: ameneansereneenmenenenentnesensenennteunnerensdessnsherenns eren  POSTCODE EN PLAATSNAAM: — au uasateetssessssateststuesseeesteescceece,    TELEFOON: = aaeaueseuensasceseeesaatesssseessarevensausausessusussausestusstsecsessesss    2. De vergunninghouder is wel in het bezit van een instellingsvergunning voor het fokken  en afleveren van proefdieren (artikel 11a van de Wod).    3. De instellingsvergunninghouder heeft niet* een bezitsontheffing in het kader van  CITES    4. De instellingsvergunninghouder heeft wel dierproeven verricht in het verslagjaar  waarover wordt gerapporteerd.    5. In de instelling waren wel proefdieren aanwezig in het verslagjaar waarover wordt    gerapporteerd.  6. De verantwoordelijke( namens de) instellingsvergunninghouder:    deat eae ana ensensaseesauacersenentasaeataneneneeacaearateeesesenees (naam)  sees (functie)    verklaart, dat alle gevraagde gegevens betreffende de Registratie van dierproeven en         proefdieren over het jaar 2015 duidelijk, stellig en zonder voorbehoud zijn verstrekt en   dat deze gegevens zijn ingezien door degene die, krachtens artikel 13 f van de Wet op   de dierproeven, namens hem is belast met het toezicht op het welzijn van de   proefdieren.   AMStErdaM ............sscssccsesssccesseeeeeeeeesussssseseesecesuuensseatesesaueeeessssenssseccesens (plaats)  Maart 2016 nnen enennn eenn eneensnren rennen. (dagtekening)</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    ee (handtekening)    Z.0.2Z.    Deze bladzijde hoeft u niet in te vullen als er sprake is van meer organisatorische werkeenheden.    7. Huisvesting proefdieren (invullen indien elders dan op bovenstaand adres gehuisvest):  NOAM eeteecceteeceeseneeeenenncescuaenesesseseeesstsssssseeeeessususuuueeususesursreseressstenensrerstttess  Adres: a cannntaatteevessnssenseeeeusuevovsesuseseseauuuasarssseussstetsransseccceeseces  Postcode en plaatsnaam: Dusonvenernsurerserenenmenseeenensnaessunvsntenensensenn    Telefoon: _______unnnensermmeermsnsnsenseneveerentevenennnnenendervnnsennnn vennen,    LL ee eecceseeeecouseaseeeeeeseesneceueesenecensseseuesanensaneaeeesesses ON ease nee neeneeanessesesensenseaearss  Adres: nn. beeentannenenranrmnnmannnensenveesennsnsraersnennmeneresenseneeerversursnenveranssevsnvenn.  Postcode en plaatSMaam: .......cccccccecessscsssnsneccusscesseeeceusussetsaasssesesseesuusseseseeserccesece  TO@ICFOON: wo eeesseceescesenecenseeusueenecnsesssssseseeeeeespeseusssuseasseausasecensesesssaususuacentssesseceess    NGM? ...eeecceeeeeeceesestnnsenecsneeueseeesessscssansossseseseueessauaasuucesseeesssusaasaususeeueereccetsceccece  LC tee ea eae eneesseeenussuasearssnsasesantansenstaneters  Postcode en plaatSnaam: ..........ccceccseccscsssssssssuneeeusssuasveseesetstsssesacesstestrsnssesessece veen:  Telefoon: bnreunmenouensneranneensanenenesnesvenrnsunnrernesenenrn vensennsnenrnnsenseernvsrvsnnveee    * Gelieve door te halen wat niet van toepassing is</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>         TOTAALIÄARSTAAT AAN- EN AFVOER DIEREN    soo oe oe es oe ses se Le EEE es 9e Ee es 9o Ee 0e 00e sees o    He BETE:  es tenen                                           Bijzonderheid dier: GENETISCH GEMODIFICEERD                              Deeinemer nr.                          »  in zwarte kolom ntats Invullen s.v.0</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>    REGISTRATIEFORMULIER 2A    "TOTAALJAARSTAAT AAN- EN AFVOER DIEREN              ,    Bijzonderheid dier: GEWOON    Deelnemer nr.</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>    Er zijn  ytische vragen    €  5  N  E ©  R i  wi and  5  5  | 2    17  Tox  overig    ®  =    Kad (77    structie    keep © 9 £9 6) 19.09 69 0 MOO O    4 Te    Neer NNeee Neveen ee    *    2MMHHOHO &    NNANeE FF ewe eE ENE NANNNN ENT AN Ke    aen eis eme    0 CD eb €52 415    RRSon    e    peru    en z    ana th                      meere.    </pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>         «            ve eeen er         zrererrrernrervrersrevever teren renee         =T TT Teer we weer wee wer er were eee ee wee ew ew eee eee         NANNNANNN ANNAN NN NN NN NN OENE NEN NON ON ON EN ON ON ON ON OV IN ON ON ON NN    ae Nee eee ee ewww ww www rere Nee ew wm em ee em ee NNN  Hore ree SER TEerNNAUNNANANE NANA Ne NAN ee</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>         [  Ë  5  i  3  :  5    coecg eg es eee eB Bee oe oD oOo Oo Boe oD Oo es oD Oo oo Es                                                              Bijzonderheld dier: UIT WILDE FAUNA                   kken                         43, 59, 69, 79 en 89 nader te specificeren In kolom 25 in gete vial    8  g  a  v  3  3  E  i  2  a  le    in zwarte kolom niets Invutien s.v.p</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>    DIER EXPERIMENTEN COMMISSIE  DIER ETHISCHE COMMISSIE  UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM  JAARVERSLAG 2013  Inleiding    Sinds 1988 kent de Universiteit van Amsterdam (UvA) en het Academisch  Medisch Centrum een Dierexperimenten Commissie (DEC). Op 1 februari 2012 is de  oorspronkelijk DEC AMC/UvA opgedeeld in een DEC-AMC en een DEC-UvA. In  november 2012 hebben een aantal leden van de gecombineerde DEC-AMC / DEC-UvA  hun taken overgedragen aan een tweetal nieuwe leden, hierdoor werd de DEC-UvA  verzelfstandigd, losgekoppeld van DEC-AMC.   De ethische toetsing van dierexperimenteel onderzoek is na de herziening van de  Wet op de Dierproeven in 1997 een wettelijke verplichting, in dat jaar is de DEC door de  minister van VWS erkend.   De commissie functioneert onafhankelijk van de vergunninghouder.    Algemeen   De functie van de DEC is primair gericht op een ethische toetsing van  dierproeven. Dit houdt in: een ethische afweging van de mate van ongerief van elk  proefdier tegen het wetenschappelijk - en maatschappelijk belang, en haalbaarheid van  het voorgenomen onderzoek.   Een belangrijk onderdeel van de ethische toetsing is ook dat wordt nagegaan of de  3 V's (vermindering, verfijning, vervanging) zo goed mogelijk worden nagestreefd.   Inschatting van het wetenschappelijk belang van de doelstelling van de dierproef  behoort in eerste instantie niet tot de taken van de DEC. Desalniettemin is een indruk  hiervan noodzakelijk om tot een goede afweging te kunnen komen. Daarom dienen  dierproeven, die ter toetsing worden voorgelegd aan de DEC, van tevoren op hun  wetenschappelijke waarde te zijn getoetst. Ook binnen de DEC-UvA is daartoe specifieke  wetenschappelijke en statistische deskundigheid aanwezig om dit te kunnen beoordelen,   Op de UvA wordt de wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek gewaarborgd  door een handtekening van de groepsleider of Principal Investigator (PI). Als de PI ook  de indiener is tekent een vakgroepsleider. Deze handtekening op het  aanmeldingsformulier moet vóór de DEC vergadering op het secretariaat aanwezig zijn.   Conform de regelgeving binnen de UVA wordt er uitsluitend dierexperimenteel  onderzoek uitgevoerd als er een positief advies is gegeven door de DEC en goedkeuring  is verleend door de vergunninghouder.    Het aanmeldingsformulier voor een voorgenomen dierproef wordt aan de  proefdierdeskundige (art. 14 WOD) aangeboden. De proefdierdeskundige bespreekt de  aanvraag met de onderzoeker en geeft daar waar nodig advies. Alleen door de  proefdierdeskundige getoetste aanmeldingen worden in de vergaderingen van de DEC-  UvA besproken.   Op basis van het advies van de DEC-UvA wordt een officiële brief aan de</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>    verantwoordelijke art 9 functionaris opgesteld die door de vergunninghouder en de DEC-  UvA secretaris wordt ondertekend. De maximale looptijd die de DEC aan een positief  advies geeft is 4 jaar. Als een dierproef na 4 jaar nog niet is afgerond moet een nieuwe  aanvraag ingediend worden.    De kleine Commissie, bestaande uit minimaal twee leden van de DEC-UvA en  met advies terzijde gestaan door de proefdierdeskundige, vergadert of reageert per e-mail  indien voorgenomen onderzoek op korte termijn uitgevoerd moet worden. De kleine  Commissie verleent schriftelijk een voorlopig advies tot de eerstvolgende DEC-UvA  vergadering, of stelt de onderzoeker zodanige vragen dat de voltallige DEC-UvA sneller  een positief advies kan geven. Daardoor kan voorkomen worden dat protocollen  meerdere malen in de DEC besproken moeten worden. De leden van de kleine  Commissie kunnen zich onbeargumenteerd onthouden van een advies en een protocol  doorverwijzen naar de vergadering van de DEC. Dierexperimenten die gepaard gaan met  meer dan gering tot matig ongerief worden uitsluitend door de voltallige Dier Ethische  Commissie besproken en beoordeeld.    In 2001 is vastgesteld om een maximale zittingstermijn van DEC-leden van 4  jaar, met de mogelijkheid van eenmalige herbenoeming van max. 4 jaar, in te stellen.  Hiermee verplicht de DEC zich om de invulling van de deskundigheid van een aftredend  DEC lid eens kritisch tegen het licht te houden en indien gewenst op zoek te gaan naar  nieuwe leden. Bovendien kan een lid een dergelijke termijndatum aangrijpen om te  heroverwegen of hij/zij zich nog langer beschikbaar wil stellen.    Protocollen moeten in verband met het voortschrijdend inzicht in het  onderzoeksveld binnen 1 jaar starten. Anders moet het aan de huidige inzichten  aangepaste protocol opnieuw worden ingediend bij de wetenschappelijke beoordelaar en  de DEC.    Leden van de DEC-UvA nemen regelmatig deel aan de nascholingsdagen van de  NVDEC en de Biotechnische dagen van de Biotechnische Vereniging.</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>    In 2013 was de commissie ( DEC UvA, totaal 7 leden) als volgt sarnengesteld:    FUNCTIE    Voorzitter    Lid    Lid    Lid    Lid    Lid    Lid    Adviseur en  ambtelijk secretaris    Adviseur UvA    DESKUNDIGHEID    Deskundig op het gebied van ethische toetsing.  Niet in arbeidsverhouding met de  vergunninghouder.    Deskundig op het gebied van Dierproeven.  Niet in arbeidsverhouding met de    vergunninghouder.    Deskundig op het gebied van Dierproeven.  Niet in arbeidsverhouding met de    vergunninghouder.    Deskundig op het gebied van proefdieren en hun  bescherming en alternatieven.    Deskundig op het gebied van ethische toetsing  Niet in arbeidsverhouding met de  vergunninghouder.    Deskundig op het gebied van Dierproeven.  Deskundig op het gebied van Dierproeven.    Art. 9 functionaris  Geen DEC-lid, geen stemrecht    Artikel 14 functionaris UvA  Geen DEC-lid, geen stemrecht    Betrokken bij  dierproeven    Nee    Ja    Ja    Ja    Nee    Ja    Ja    Nee    Ja    In het verslagjaar is de voltallige dier ethische commissie 10 keer bij elkaar  gekomen. De DEC vergadert in principe elke derde donderdag van de maand. De kCie  (kleine commissie) heeft 7 keer de antwoorden en de reacties besproken m.b.t, tot  doorverwezen protocol beoordeeld.   In het kalenderjaar 2013 is driemaal toestemming verleend, door de DEC-UvA,  aan onderzoekers van SILS CNS (FNWI, UvA) om middels een presentatie hun  onderzoek nader uiteen te zetten. Deze presenaties dragen bij aan beter proefdierkundig  inzicht in nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen. Tevens zijn deze gelegenheden  uitermate geschikt om de DEC-UvA kennis te laten maken met nieuwe onderzoekers bij  SILS CNS. Zowel de DEC-UvA leden als de uitgenodigde onderzoekers hebben de  mogelijkheid tot presenteren bijzonder gewaardeerd.</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>    Overzicht van onderzoeksplannen waarvoor advies is uitgebracht.  In 2013 zijn in totaal 38 protocollen voorgelegd aan de DEC ter beroordeling.    Onderstaande tabellen geven een overzicht van de aanvragen die door de UvA DEC in  2013 zijn behandeld.    In onderstaande overzichten is per vergunninghouder en per dierproef aangegeven:  1. Het doeleinde van de proef volgens het coderingssysteem WOD  2. Hoeveelste bespreking proef    3. Het beoordelingsresultaat / advies gerubriceerd in de volgende categorieen:  A. Positief  B. Positief onder voorwaarden  C. Protocol aanhouden, afhandeling DEC  D. Protocol gedeeltelijk aanhouden, met voorwaarden  E. Protocol aanhouden, afhandeling proefdierdeskundige  F. Protocol aanhouden, afhandeling kleine commissie  G. Negatief advies    4. Voorwaarden en/ of vragen gesteld aan de onderzoeker.    5. De periode waarvoor toestemming is gegeven (in jaren).</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>    Overzicht voorwaarden, redenen en vragen.    I    II    IIT    IV    Wettelijke bevoegdheden en  regelgeving:   1 Verantwoordelijk  onderzoeker   Andere regelgeving  Bevoegdheid/deskundigheid  Toezicht tijdens experiment    DE WN    Doel, belang, (externe)   wetenschappelijke   beoordeling   7 Doel  onderzoek/vraagstelling   8 Belang onderzoek:  wetenschappelijk en/of  maatschappelijk   9 Wetenschappelijke  beoordeling   10 Ethische afweging   11 Resultaten en overwegingen   12   13    Het experiment   14 Proefopzet   15 Biotechnische handelingen  16 Anesthesie/analgesie   17 Euthanasie   18 Humane eindpunten   19 Eerst pilot uitvoeren   20 Looptijd   21 Fasering   22 Post-operatief antibiotica  23    3 V’s   24 Vermindering  (biostatistische  onderbouwing aantal dieren)   25 Verfijning   26 Vervanging    Gegevens proefdieren  27 Diersoort  28 Herkomst dieren    29 (Schatting) omvang  fokoverschotten   30 Bestemming overtollige  dieren/hergebruik   31 Keuze diersoort(en) en  stam(men)   32 Keuze sekse    VI Ongerief    33 Inschatting ongerief  34 Aangetast fenotype  35  36    VII Diversen    37 (Tussentijdse) rapportage   38 Huisvesting   39 Wetenschappelijke  onderbouwing   40 Indienen herziene aanvraag   41 Aanpassing — administratief   42 Aanwezigheid  proefdierdeskundige bij  experiment</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>    Protocollen UvA  Nummer OZP Doel! Bespreking? Advies’ Voorwaarden/reden    en/vragen*  DED 266 32 1 E 29, 30, 31,32, 38, 41  DED 267 32 1 E 7, 29, 30, 32, 41  DED 268 37 1 E 7, 27, 41  DED 269 32 2 C/F 14, 15, 19, 25, 38, 40, 41  DED 270 32 1 E 10, 26, 41  DED 271 32 1 E 15, 17, 32, 33, 41  DED 272 32 1 A 8, 41  DED 273 32 1 E 32, 41  DED 274 32 1 E 8, 29, 33, 34, 41  DED 275 32 1 E 7,9, 17, 41  DED 276 32 2 CIA 7, 8, 11, 14, 15, 16, 32, 33,   40, 42  DED 277 32 1 E 17, 39, 41  DED 278 32 1 E 17, 27, 31, 39, 41  DED 279 32 1 E 17, 27, 31, 39, 41  DED 280 32 1 E 17, 27, 31, 39, 41  DED 281 29 1 A 17,39  DED 282 32 1 E 16, 24, 41  DED 283 32 1 E 15, 41  DED 284 32 1 F 15,16, 17, 31, 33, 39, 41  DED 285 32 1 F 14, 15, 24, 37, 41  DED 286 32 1 E 17, 24, 41  DED 287 32 1 E 8, 15, 41  DED 288 32 1 E 32, 34, 41  DED 289 32 1 E 8, 15, 33, 41  DED 290 32 1 E 15, 24, 25, 26, 33, 41  DED 291 32 1 F 7, 15, 24, 25, 26, 33, 39, 41  DED 292 32 1 F 8, 9, 14, 17, 30, 33,  DED 293 32 1 E 41  DED 294 32 1 E 14, 15, 39, 41  DED 295 32 1 E 29, 33  DED 296 32 2 CIA 7, 10, 15, 18, 33, 39, 40, 41,  42,   DED 297 32 1 E 8, 15, 17, 41  DED 298 32 1 E 14, 17, 24, 41  DED 299 32 1 F 14, 15, 16, 17, d1  DED 300 32 1 F 14, 15, 17, 41    6    Periode  toestemming’  1    1    4</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>    DED 301 29 1 E 17, 33, 41 4    DED 302 32 1 E 2,3 4  DED 303 32 1 E 33,41 3  Archiverin    Het onderzoeksplan wordt door de indiener bijgewerkt naar aanleiding van het advies  van de DEC-UvA en de definitieve versie wordt opgeslagen (digitaal op eigen computer  (onderzoeker), digitaal door pdd en secretaris). In het advies komen dan ook vaak  opmerkingen betreffende kleine biotechnische en tekstuele aanpassingen voor, met name  wanneer dat in het kader van de 3 V’s (Vermindering, vervanging en verfijning) staat.    Ethisch afwegingsmodel:  De ethische afweging is gebaseerd op het ethische afwegingsmodel zoals in hoofdstuk    “Wanneer is een dierproef moreel toelaatbaar” door Henriette Bout in het boek “De weging  gewogen”, deel 3 van de reeks Dierproeven, uitgave van de NVDEC, wordt beschreven.    In de onderstaande paragraaf wordt aan de hand van twee casussen inzichtelijk  gemaakt hoe de technische afweging door de DEC-UvA plaatsvindt. De informatie hieronder  is overgenomen uit de algemene omschrijving en lekensamenvatting van de  aanmeldingsformulieren:    Casus 1, werkwijze DEC: Protocol positief, afhandeling vragen proefdierkundige.    Stressvolle situaties kunnen cognitieve functies sterk beïnvloeden in zowel mensen als  dieren. Stress in het vroege leven (early-life stress, ELS) is gerelateerd aan gevoeligheid voor  het ontstaan van psychiatrische problemen zoals depressie, post-traumatisch stress disorder  (PTSD) en anti-sociaal gedrag later in het leven. Met behulp van het limited nesting-material  model wordt chronische ELS veroorzaakt van postnatale dag 2 t/m 9. De onderzoekers willen  navigatie strategie, sociale interacties en emotioneel geheugen van deze experimentele groep  testen. Met behulp van een circular holeboard taak, waarin zowel een spatiële als stimulus-  response strategie gebruikt kunnen worden om een uitgang te vinden, willen de onderzoekers  uitzoeken of chronische ELS (net als acute en chronische stress in volwassenen) leidt tot meer  gebruik van stimulus-response strategie. Verder willen de onderzoekers met een social  approach taak onderzoeken of chronische ELS leidt tot verminderde sociale interactie en  herkenning van sociale stimuli. De onderzoekers willen tevens onderzoeken of ELS leidt tot  een verminderde extinctie van cued fear geheugen of tot terugkeer van de angst na  extinctietraining. Deze taken geven inzicht in reactie op en discriminatie van stimuli in  verschillende situaties.   Chronische ELS vormt een risicofactor voor het ontwikkelen van veel voorkomende  psychiatrische aandoeningen zoals depressie en PTSD. Depressie is een veel voorkomende  stemmingsstoornis. Volgens recent bevolkingsonderzoek leed in 2007 naar schatting 6,2%  van de Nederlandse bevolking van 18 tot 65 jaar aan een stemmingsstoornis (4,9% van de  mannen en 7,4 % van de vrouwen)(Nationaal Kompas Volksgezondheid). In de toptienlijst  van ziekten die de grootste ziektelast veroorzaken neemt depressie hiermee de vierde plaats in  (zevende plaats voor mannen en vierde plaats voor vrouwen). Ook angststoornissen zijn veel  voorkomend. In 2007 werd het aantal personen met een angststoornis van 18 tot 65 jaar op  basis van bevolkingsonderzoeken geschat op 1.055.900 (413.100 mannen en 642.800  vrouwen). Met name fobieën (angst voor een specifiek voorwerp of een specifieke situatie  met vermijdingsgedrag) komen vaak voor. Bij ongeveer de helft van de angststoornissen    7</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>    ontwikkelt zich na verloop van enkele jaren tevens een depressieve stoornis. Individuen met  PTSD hebben een zeer hevige angstreactie op stimuli die gerelateerd zijn aan een stressvolle  gebeurtenis.   Met behulp van deze reeks van experimenten willen de onderzoekers onderzoeken hoe  chronische early-life stress bijdraagt aan kwetsbaarheid voor psychiatrische aandoeningen.  Het is daarom belangrijk te weten welke gevolgen chronische early-life stress heeft op gedrag  en geheugen in volwassenen, We kijken met onze gedragstaken specifiek naar omgang met en  reactie op specifieke cues (om te navigeren, sociale cues, cued fear). In totaal zijn 48  C57BI/6Y muizen nodig, waarvan 24 controle vrouwtjes en 24 vrouwtjes die ELS ervaren. De  onderzoekers vermelden dat dit huidige protocol een uitbreiding van een reeds bestaand  protocol dat eerder door DEC-UvA is goedgekeurd.    Afweging door de DEC UvA:   Tijdens de bespreking van dit protocol door de commissie DEC-UvA werd duidelijk  dat dit protocol naar behoren was opgesteld. Reeds eerder was een overeenkomstig protocol  van deze onderzoeker besproken en van kanttekeningen voorzien. De onderzoeker had zijn  voordeel gedaan met adviezen die waren opgesteld door DEC-UvA bij het opstellen van dit  protocol. Het eerdere protocol had als blauwdruk gediend voor dit protocol; bij het eerdere  protocol werden in de experimenten alleen de mannelijke dieren gebruikt. De vrouwelijke  dieren werden voor de speenleeftijd gedood en afgevoerd. De vrouwelijke muizen waren  desalniettemin wel blootgesteld aan het ELS model/experiment. Dit heeft bij de behandeling  van het eerdere/onderliggende protocol reeds tot vragen geleid.   Het huidige protocol maakt gebruik van de vrouwelijk muizen die in het eerdere  protocol, reeds voor de speenleeftijd zouden zijn afgevoerd. De onderzoeker heeft vastgesteld  dat het afvoeren van deze vrouwelijke dieren een verkwisting is van dieren. Vrouwelijke  dieren worden veelal uit studies gelaten vanwege aanwezige hormonale schommelingen.  Echter bij het model van early life stress worden alle aanwezige pups van een moederdier  blootgesteld aan stress gedurende de eerste fase van hun prille leven. Nadat op latere leeftijd  het geslacht is vastgesteld wordt de definitieve nest samenstelling bepaald. De DEC-UvA  heeft geconcludeerd dat, ondanks het feit dat dieren afgevoerd voor de speenleeftijd niet  worden meegenomen in de vaststelling aantal benodigde dieren, de onderzoeker betracht  optimaal gebruik te maken van het aantal beschikbare proefdieren. Tevens komt de  onderzoeker tegemoet aan de wens om beide geslachten mee te nemen in het onderzoeker en  zicht niet te beperken tot alleen mannelijke muizen.   Het oordeel over wetenschappelijk belang: het wetenschappelijk belang is voldoende  tot groot. Het oordeel over maatschappelijk belang: is direct aanwezig maar dan wel als lange  termijn doel. De inschatting van het ongerief door de onderzoeker (ongerief: matig) wordt  door de DEC-UvA overgenomen en meegenomen in de afweging.   Bovengenoemde aanvraag is van dusdanig aard dat de gevonden beperkingen door de  proefdierdeskundige afgehandeld kunnen worden.    Advies aan de vergunninghouder:  De DEC heeft als advies “Protocol positief, afhandeling proefdierdeskundige”    gegeven.</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>    Casus 2: Protocol positief, afhandeling van vragen door kleine Commissie    Temporaalkwabepilepsie is een ernstige vorm van epilepsie die relatief vaak voorkomt in  volwassen epilepsiepatienten. Het wordt algemeen aangenomen dat de oorsprong van deze  vorm van epilepsie ligt in een serie van langdurige epileptische aanvallen, of een status  epilepticus (SE) op meestal jonge leeftijd. De ziekte ontwikkeld zich vervolgens in de loop  van jaren op karakteristieke wijze: na een aanvalsvrije (= latente) periode volgt een fase met  terugkerende epileptische aanvallen die steeds vaker optreden indien er geen medicijnen  worden gegeven en die met ernstige geheugenproblemen gepaard gaat. De huidige  behandeling van epilepsiepatienten bestaat uit toediening van medicijnen die epileptische  aanvallen onderdrukken. Opvallend genoeg bestaan er geen medicijnen die de ontwikkeling  van epilepsie afstoppen.   In patienten kunnen we de ontwikkeling van epilepsie niet volgen. Immers, het  hersenmateriaal kan pas verkregen worden indien de patient òf geopereerd wordt, òf  overleden is. Daarom hebben we een diermodel nodig waarin dit syndroom zo goed mogelijk  nagebootst wordt en waarin de ontwikkeling van epilepsie, ook wel epileptogenese genoemd,  nauwkeurig gevolgd kan worden. Hiervoor gebruiken wij ratten waarin zich epilepsie  ontwikkelt na een door electrische stimulatie opgewekte SE. In de rat spelen deze processen  zich natuurlijk af in een veel korter tijdsbestek (bijvoorbeeld: de aanvalsvrije periode duurt  weken in plaats van jaren).   De bekendste processen die optreden na de SE zijn het afsterven, maar ook opnieuw  uitgroeien van specifieke zenuwcellen. Ook treedt er aktivatie op van gliacellen, die naast  zenuwcellen een andere belangrijke groep van cellen in de hersenen vertegenwoordigt en die  een bijzondere relatie hebben met zenuwcellen. In het diermodel treden deze veranderingen in  precies dezelfde hersengebieden op als bij epilepsiepatienten. Met name in een gebied waar  geheugenprocessen plaatsvinden: de hippocampus en aangrenzende temporaalkwab.   Uit een voorgaande studie is naar voren gekomen dat celdood en ontstekingsprocessen  een belangrijke rol zouden kunnen spelen bij de ontwikkeling van epilepsie tijdens de  aanvalsvrije latente periode. Omdat studies met patientien suggereren dat ontstekingsremmers  effectief zijn in het afremmen van de progressie van ziektes waarbij ontsteking een rol zou  spelen denken wij, dat we met deze remmers de progressie van epilepsie ook kunnen  onderdrukken in ratten die epileptisch gemaakt zijn. Wij willen eiwit expressie (bijv  interleukines en leukocyten) in de hersenen meten van epileptische ratten die behandeld zijn  met curcumine — een remmer van de mTOR signalering en een anti-inflammatoire stof, of met  een placebo. Indien de ontsteking/ mTOR. signalering de belangrijkste oorzaak is van de  epileptogenese, verwachten wij dat de epilepsie langzamer zal ontwikkelen bij toediening van  deze stof (vergelijkbaar met rapamycine maar met minder bijwerkingen).   De onderzoekers kunnen de ontwikkeling van epilepsie meten door na de SE gedurende  dag en nacht de hersenaktiviteit (EEG) van de rat te registreren. Zo kunnen we de lengte van  de latente aanvalsvrije periode en de dagelijkse epileptische aanvallen meten over een periode  van maanden. Door een behandelde epileptische groep te vergelijken met een onbehandelde  epileptische groep kunnen we kijken of afremming van mTOR / het ontstekingsproces  inderdaad de epileptogenese zal kunnen afremmen. Na het initiele insult, die bestaat uit een  door electrische stimulatie opgewekte status epilepticus, zullen ratten behandeld worden met  curcumine gedurende 14 dagen (de latente periode).   Er zal hersenmateriaal worden verzameld op 4 verschillende tijdspunten na de status  epilepticus, namelijk op 1 dag, 2 weken (latente periode, waarin we het effect van de  behandeling op eiwitexpressie het meest optimaal kunnen meten, 1 maand (wanneer we een  goed idee hebben of de latente periode verlengd is door de behandeling) en op 4-6 maanden  (wanneer onbehandelde ratten gemiddeld 5-10 aanvallen per dag hebben en de progressie is    9</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>    voltooid). In totaal zijn er 131 ratten nodig voor deze experimenten.   De mate van ongerief is ernstig tijdens de elektrische stimulatie en status en matig in de  periode daarna (er treden dagelijks spontaan epileptische aanvallen op). Het cumulatieve  ongerief is matig tot ernstig. Voor de bestudering van epilepsie als een progressief  ontwikkelende hersenziekte en in het bijzonder van de ontwikkeling van spontaan optredende  aanvallen na SE is geen alternatief aanwezig.    Afweging door de DEC UvA:   In het advies van de commissie werd gevraagd om een correcte inschatting van het  ongerief en hoe deze vaststelling tot stand is gekomen. Er werd geinformeerd naar de  maatstaven ten grondslag liggen aan de vaststelling van het ongerief (eerdere goedgekeurde  protocollen, oudere experimenten, o.i.d). Gezien de ernst van het ongerief (ernstig ongerief)  tijdens de status epilepticus en het uitval percentage van van 30% heeft de DEC — UvA  gemeend dat de antwoorden m.b.t tot het ongerief door de KCie afgehandeld zouden moeten  worden. Daarnaast waren er in het aangeboden protocol enkele tekstuele passages die enige  verheldering konden gebruiken.   Het oordeel over wetenschappelijk belang: het wetenschappelijk belang is voldoende  tot groot. Het oordeel over maatschappelijk belang: indirect wel aanwezig maar dan wel op  lange termijn doel. De inschatting van het ongerief (in de experimentele setting) door de  onderzoeker (ongerief: matig tot ernstig) wordt door de DEC-UvA overgenomen en  meegenomen in de afweging.    Advies aan de vergunninghouder:   De DEC — UvA heeft als advies geformuleerd “Protocol positief na afhandeling van de  aan de onderzoeker voorgelegde vragen door de kleine Commissie. In samenwerking met de  proefdierdeskundige zullen de vragen worden beantwoord; de ambtelijk secretaris DEC-UvA  zal verder zrgdragen voor de administratieve afhandeling van deze casus.    10</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>    Bijlage: Onderzoeksplan    AANMELDINGSFORMULIER  DIERPROEVEN  versie juni 2004)           [PROTOCOL NUMMER: ONTVANGEN  ie Versie:    2e Versie:    1. Algemene gegevens.    11 Titel.  (uniek, betreft uitsluitend de hieronder aangemelde dierproeven)    12 Onderzoekinstituut (indien van toepassing):  Thema:    1.3 Indien het onderzoek het maken van genetisch gemodificeerde muizen betreft,  vermeld dan het nummer van de vergunning van het Ministerie van Landbouw,  Natuurbeheer en Visserij (BBD-nummer).    2. Uitvoerende onderzoekers(s)   2.1 Naam : Kamernummer  Opleiding : e-mail  Tel. Nr    2.2 Organisatorische werkeenheid.  Naam afdeling  Adres :  Kostenplaatsnummer :    2.3 Overige medewerkers.         3. Gegevens over het doel van de dierproeven.    31 Uiteindelijk doel (doelstelling van de onderzoekslijn).    li</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>    3.2    3.3    3.4    3.5    3.6    4.2    4.3    4.4    4.5    12    Direct doel van de hieronder aangemelde dierproeven.  (In voor leken toegankelijk taalgebruik)    Vraagstelling(en) van het hier aangemelde onderzoek met event. deelvragen.  (duidelijk formuleren)    Is dit een pilot-experiment, nieuw onderzoek of een onderdeel van lopend onder-  zoek (DEC-nummers noemen)?    Is hier sprake van (contract) research op verzoek van de industrie?    -Lo ja, is er een publicatiebeleid afgesproken met de sponsor?  (mb: het recht om te publiceren mag niet blijvend worden uitgesloten) .    -Bent u vrij om de onderzoeksresultaten openbaar te maken ?    Welke resultaten of overwegingen hebben geleid tot het ontwerpen van deze  experimenten?    Beschrijving van het experiment,    Proefopzet.  Het is belangrijk om de proefopzet zodanig te beschrijven dat het duidelijk wordt hoe  met de gekozen proefopzet de vraagstelling(en) kan (kunnen) worden beantwoord en  welke rol de verschillende experimentele groepen daarbij spelen. Vermeld in elk geval:  * de structuur van het experiment (deels schematisch)  * experimentele condities (onafhankelijke variabelen) per proefgroep  * de te meten parameters (afhankelijke variabelen) per proefgroep  * de benodigde aantallen proefdieren per proefgroep   (inclusief de extra aantallen die men nodig  NB: werkprotocol ARIA mag niet afwijken van de hier beschreven dierproef    Geef een statistische argumentatie van de gekozen proefopzet en van de gekozen  grootte van de experimentele groepen.    Anaesthesie.  (techniek, middel, wijze van toediening, dosering: volledige beschrijving)    Pijnbestrijding.  (middel, wijze van toediening, dosering; postoperatief: bij exp met wakkere dieren; etc)    Wijze van termineren (volledige beschrijving).</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>                          5.1 Omschrijving te gebruiken diersoort(en) per experiment en/of per experimenteer-  groep.  ann en  nn 4  en  A  Gee LL  Me |  Bm                                                            (*) bij aanschaf: conventioneel/SPF/CRF/GB/GF   (**) kooitype (2/3/4/metabole) of afmetingen per kooi, evt afwijkende maat, individueel,  dag/nacht ritme, controle, handelingen, verzorging, etc   (***) D1/D2/quarantaine/ conventioneel.    5.2 Periode waarin de dierproeven zullen worden uitgevoerd (maximaal 4 jaar).  Startdatum  Afronding  (N.B. De aanmelding moet binnen Ì jaar na goedkeuring starten, anders moet het  protocol opnieuw worden ingediend bij de ODP-leider en de DEC. )    5.3 Plaats van uitvoering van het experiment.    13</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>    6 Schatting van het ongerief.    6.1 Te verwachten risico van ongerief.  (noem alle aspecten per experimentele handeling en ook ongerief ten gevolge van de  handeling)    Kwalificatie ongerief  Gering   Gering tot matig  Matig   Matig tot ernstig         6.2 Hoe ernstig schat u het cumulatieve ongerief voor het dier, rekening houdend met  factoren als behandeling, frequentie, tijdsduur, herhaling etc. (evt per  groep/experiment)?    6.3 Iser een kans op complicaties en/of bijkomende onbedoelde risico's van ongerief?  Zo ja welke?    6.4 Hoe lang zit het dier in een proef, gerekend vanaf de eerste handeling/ingreep aan  het dier?    6.5 Welke parameters en met welke frequentie moeten worden bijgehouden om het  ongerief in te schatten?  (bv. Gewicht, eetlust, temperatuur, gedragskenmerken (bv manier van bewegen) afzondering, uiterlijke  kenmerken (bv neus, bek, ogen, huid, haren ogen, houding), ademhaling, geboorte, nestgrootte zie o.a.  code of practice: welzijnsbewaking)    7. Alternatieven/Beargumenteren van de proefopzet.    (Volgens artikel 10, lid 1 van de Wet op de Dierproeven is het verboden een dierproef te  verrichten voor een doel dat, naar de algemeen kenbare, onder deskundigen heersende  opvatting, ook anders dan door middel van een dierproef kan worden bereikt.)    7.1 Zijn er alternatieven (denk aan: vervanging, verfijning of vermindering) voor deze  dierproef(ven)?    Zo ja, waarom niet gebruikt.    7.2 Wat wordt gedaan om eventuele pijn, stress of ander ongerief te  verminderen/voorkomen?    1.3 Op welke indicatie worden de dieren voortijdig gedood? (Noem indien van  14</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>    74    7.5    7.6    8.1    8.2    8.3    8.4    toepassing de vastgestelde humane eindpunten)  Kunnen dieren (door anderen) worden hergebruikt?    Beargumenteer de keuze van de gebruikte diersoort(en).  Geef per experimenteergroep een schatting van het aantal proefdieren dat uitvalt    (i.v.m. voortijdig overlijden, mislukken van het exp, etc) en beargumenteer deze  schatting.    Ethische afweging.    Indien van toepassing: hoe kunnen de resultaten van deze studie/dit onderzoek  worden geéxtrapoleerd naar de humane situatie?    Wetenschappelijk belang van de hier aangemelde dierproeven.  Maatschappelijk belang van de hier aangemelde dierproeven.    Geef aan waarom het belang van de voorgestelde proeven het gebruik van dieren  en de mate van ongerief voor u aanvaardbaar maakt         U wordt verzocht een voor ieder begrijpelijke Nederlandse samenvatting van uw  voorgenomen onderzoek te geven. Deze samenvatting van ten hoogste 200 woorden  dient in ieder geval informatie te geven over:   - vraagstelling en methodiek,   - direct en/of indirect nut voor de gezondheid,   - soort en verwacht aantal te gebruiken dieren,   - ongerief van het dier    TITEL (in helder Nederlands )    Tekst van de samenvatting:    15</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>    10. Codering registratie dierproeven  (zie voor de coderingen de bijgevoegde tabel aan het einde van het  aanmeldingsformulier)                                     1 T BIJZONDERHEID DIER  DIERSOORT   [= [RNA DERN  [© [ BRLANG VANDEFROE—  | ttosoxenz |   VEILIGHEIDSONDERZOEK   [5 BUZONDER TECHNIEREN  en    1 11 | PIJNBESTRIJDING  POSTOPERATIEF OF OP                                                                                              ANDER TIJDSTIP    12 | MATE VAN ONGERIEF**    ! 13 | TOESTAND VAN HET DIER  NA EINDE VAN DE PROEF                                           ** Mate van ongerief moet achteraf gescoord worden en weergegeven worden in de  welzijnsevaluatie    | Akkoord ODP-leider*  Datum:    Handtekening:    | *de aanmelding moet ingeleverd worden bij de ODP-leider    </pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>    | DATUM: Verantwoordelijke artikel 9 functionaris(sen)  (is indiener AIO, dan ook naam en handtekening begeleider)            HANDTEKENING:    17</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>