<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    College van Bestuur Juridische Zaken    Spui 21   1012 WX Amsterdam  Postbus 19268   1000 GG Amsterdam  Www.uva.nl    Datum Telefoon Uw kenmerk  28 januari 2016 -  Contactpersoon Bijlage Ons kenmerk    E-mail    SF - 2016cu0165    Onderwerp  Wob-verzoek    Geachte.    1. Verzoek    Bij e-mailbericht van 3 december 2015 heeft u met beroep op de Wet openbaarheid van bestuur  (Wob) verzocht om openbaarmaking van de volgende informatie:    1.    de agenda van : in de maanden november 2013 tot en met februari  2014. En daarnaast ieder document waaruit blijkt dat : afspraken  heeft gemaakt ter zake van besprekingen met studenten aangaande hun bacheloressay dan wel  masterscriptie; hieronder vallen ten minste alle e-mails van én aan studenten die bij’   onder begeleiding stonden in het eerste semester van 2013-2014;  alle communicatie tussen en tweede lezers/beoordelaars, de  coördinators, de vakgroep en overige medewerkers van de Universiteit van Amsterdam (UvA)  ter zake bacheloressays en masterscripties in het eerste semester van 201 3-2014;  alle eind- en conceptversies van scripties die per Blackboard, althans op andere wijze, zijn  ingeleverd, waaruit ten minste blijkt welke versie van een scriptie voor de ‘fatale deadline voor  de eindversie’ van op of rond 14 januari 16.00 uur, dan wel de “fatale deadline’ die voor de  masterscriptie vigeerde, is ingeleverd; en bij welke studenten er niet een dergelijke eindversie is  ingeleverd ín het eerste semester van 2013-2014;  voor iedere vorengenoemde student, de definitieve versie van het bacheloressay of de  masterscriptie, waaruit zo veel mogelijk blijkt of deze overeenkomst de onder het derde punt  genoemde versie(s), met inbegrip van de datum waarop deze daadwerkelijk is afgerond, dus niet  een eventueel gefingeerde datum;  alle beoordelingsformulieren voor alle bacheloressays en masterscripties in het eerste semester  van 2013-2014;  alle verslagen van mondelinge presentaties/verdedigingen van bacheloressays en masterscripties  in het eerste semester van 2013-2014, waaruit ten minste blijkt op welke datum deze  plaatsvonden;  alle documenten en informatie vervat in documenten, betrekking hebbend op de onder het eerste  tot en met het zesde punt genoemde documenten en bestuurlijke aangelegenheden.</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    Ons kenmerk  2016cu0165    2. Wettelijk kader    Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wob kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd  in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder  verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.   Ingevolge artikel 3, vijfde lid, van de Wob wordt een verzoek om informatie ingewilligd met  inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10 en 11 van de Wob.    Op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e‚, van de Wob blijft het verstrekken van  informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het  belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.    Op grond van artikel 11, eerste lid, van de Wob wordt in geval van een verzoek om informatie uit  documenten opgesteld ten behoeve van intern beraad, geen informatie verstrekt over daarin  opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen.    Op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob blijft het verstrekken van  informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het  belang van het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid  betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.    3. Overwegingen    De Universiteit van Amsterdam (UvA) biedt academisch onderwijs aan op alle  wetenschapsgebieden. Informatie en communicatie over onder andere tentamens, scripties en essays  worden door de nakijkende of begeleidende docent bewaard in Pontifex en via SIS, een studenten  informatiesysteem, opgeslagen en aan de studenten bekend gemaakt.    De Wob kent als hoofdregel dat overheidsinformatie openbaar is, tenzij er zwaarwegende redenen  zijn die zich verzetten tegen openbaarmaking. De uitzonderingsgronden en beperkingen op deze  regel zijn in de Wob neergelegd.    Op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob blijft verstrekking van  informatie achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang dat de  persoonlijke levenssfeer wordt geëerbiedigd.    U heeft verzocht om de agenda van » in de maanden november 2013 tot  en met februari 2014, en daarnaast ieder document waaruit blijkt dat -  afspraken heeft gemaakt ter zake van besprekingen met studenten aangaande hun bacheloressay dan  wel masterscriptie; hieronder vallen ten minste alle e-mails van én aan studenten die bij   onder begeleiding stonden in het eerste semester van 2013-2014.    In de documenten waar u om heeft verzocht, staan persoonsgegevens vermeld. Door  openbaarmaking van deze gegevens wordt de persoonlijke levenssfeer van deze personen aangetast.  Daarnaast zijn de documenten persoonlijk van aard waardoor het niet mogelijk is deze te  anonimiseren, immers ís direct of indirect te herleiden welke persoon bij de afspraken betrokken  zijn. Wij zijn dan ook van oordeel dat ten aan zien van de agenda van   en de e-mailberichten van en naar studenten, het belang van de eerbiediging van de persoonlijke  levenssfeer zwaarder moet wegen dan het belang van openbaarheid. Wij hebben daarom besloten de  desbetreffende informatie niet openbaar te maken. Daarnaast is het College van Bestuur van mening  dat openbaarmaking van de agenda zou leiden tot een onevenredige benadeling van de bij de   Pagina 2</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    Ons kenmerk  2016cu0165    afspraken betrokken personen, zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder g, van de Wob.  Afspraken dienen immers vrijelijk en vertrouwelijk gemaakt te kunnen worden.    U heeft tevens verzocht om alle communicatie tussen | en tweede  lezers/beoordelaars, de coördinators, de vakgroep en overige medewerkers van de Universiteit van  Amsterdam (UvA) ter zake bacheloressays en masterscripties in het eerste semester van 2013-2014.    Deze documenten bevatten persoonlijke beleidsopvattingen, persoonsgegevens en zijn opgemaakt ter  intern beraad, waarna uiteindelijk een cijfer tot stand komt. Op grond van artikel 11, eerste lid, van  de Wob wordt in geval van een verzoek om informatie uit documenten opgesteld ten behoeve van  intern beraad, geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Het  is derhalve niet mogelijk om deze stukken geanonimiseerd te verstrekken.    U vraagt voorts om alle eind- en conceptversies van scripties die per Blackboard, althans op andere  wijze, zijn ingeleverd, waaruit ten minste blijkt welke versie van een scriptie voor de ‘fatale deadline  voor de eindversie’ van op of rond 14 januari 16.00 uur, dan wel de ‘fatale deadline’ die voor de  masterscriptie vigeerde, is ingeleverd; en bij welke studenten er niet een dergelijke eindversie is  ingeleverd in het eerste sernester van 2013-2014.   Tevens wenst u nog de volgende documenten te ontvangen:   Voor iedere vorengenoemde student, de definitieve versie van het bacheloressay of de masterscriptie,  waaruit zo veel mogelijk blijkt of deze overeenkomst de onder het derde punt genoemde versie(s),  met inbegrip van de datum waarop deze daadwerkelijk is afgerond, dus niet een eventueel  gefingeerde datum;   Alle beoordelingsformulieren voor alle bacheloressays en masterscripties in het eerste semester van  2013-2014;   Alle verslagen van mondelinge presentaties/verdedigingen van bacheloressays en masterscripties in  het eerste semester van 2013-2014, waaruit ten minste blijkt op welke datum deze plaatsvonden.    heeft naast uw scriptie, nog vier andere studenten bij hun scriptie  begeleid. Het inleveren van deze scripties heeft voor de fatale deadline plaatsgevonden via  Blackboard. Wij volstaan met het verstrekken van de door u gevraagde informatie in deze vorm in de  zin van artikel 7, tweede lid, onder b, van de Wob. Wij vinden het belang van de mogelijkheid van  studenten en docenten om onderling vrij te corresponderen over hun ingeleverde werk(stukken)  zwaarder wegen dan de openbaarmaking van de correspondentie. Openbaarmaking zou leiden tot  onevenredige benadeling van de bij de aangelegenheid betrokken personen in de zin van artikel 10,  tweede lid, onder g, van de Wob.    In scripties of essays zijn persoonsgegevens opgenomen van de schrijver van de scriptie of essay.  Deze persoonsgegevens zijn direct verbonden aan de inhoud van het essay. De eindversies van  scripties worden uiteindelijk door de Universiteit geanonimiseerd gepubliceerd, desalniettemin zijn  de door u opgevraagde beoordelingsformulieren en verslagen direct te herleiden tot de persoon die  de scriptie heeft geschreven of beoordeeld, ook wanneer de beoordelingsformulieren en scripties  worden geanonimiseerd. De inhoud van de beoordelingsformulieren correspondeert immers direct  met de inhoud van de scriptie. Op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob  blijft verstrekking van informatie achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het  belang dat de persoonlijke levenssfeer wordt geëerbiedigd. Het College is van mening dat het belang  van de openbaarheid niet opweegt tegen het belang van de privacy van studenten en de beoordelaars.  Door openbaarmaking van de conceptversies van scripties en de beoordelingsformulieren wordt de  privacy van de studenten ernstig aangetast.    Pagina 3</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    Ons kenmerk  2016cu0165    4, Besluit  Het College van Bestuur besluit:  ® __op grond van het voorgaande uw verzoek af te wijzen.    Hoogachtend,  het College van Bestuur,    mw. prof. dr. D.C. van den Boom,  waarnemend voorzitter    Tegen deze beslissing kunt u binnen 6 weken na verzending van deze beslissing bezwaar instellen bij het College van  Bestuur van de Universiteit van Amsterdam, t.a.v. Juridische Zaken, Postbus 19268, 1000 GG Amsterdam. Uw  bezwaarschrift dient ondertekend te zijn en bevat ten minste uw naam, adres, datum, gronden van het bezwaar en een  omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt of een afschrift van het besluit waartegen het bezwaar zich  richt.    Pagina 4</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>