<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>El UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM 
College van Bestuur Juridische Zaken 
 
 
  Spui 21 
1012 WX Amsterdam 
Postbus 19268 
1000 GG Amsterdam 
www.uva.nl 
Datum 
20 oktober 20 17 
E-mail 
jz-wob@uva.nl 
Onderwerp 
Wob-verzoek Telefoon 
020 525 4778 
Bijlage Uw kenmerk 
Ons kenmerk 
2017-065953 
Geachte  
1. Verzoek 
Bij schrijven van 7 juli 2017, door ons ontvangen op 7 juli 2017, heeft u met beroep op de Wet 
openbaarheid van bestuur (Wob) verzocht om u " ... te informeren of na 2015 aan het College van 
bestuur nog bindende adviezen zijn afgegeven door de vertrouwenspersoon Individuele Rechtspositie 
met betrekking tot de tijdelijke aanstellingen en contracten. Indien dergelijke adviezen zijn verstrekt, 
dan ontvang ik daarvan graag een afschrift. " 
Bij brief van 20 juli 2017, met kenmerk 20 l 7cul090, is de ontvangst van uw Wob-verzoek bevestigd 
en bij schrijven van 3 augustus 2017, met kenmerk 20 l 7cu 1142, is de beslistermijn met vier weken 
verdaagd. Bij brief van I september 2017, met kenmerk 2017cul267, hebben wij u medegedeeld dat 
de zienswijzen van de betrokken partijen zijn opgevraagd en is de beslistermijn op grond van artikel 
6, derde lid, van de Wob opgeschort. 
2. Wettelijk kader 
Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wob kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd 
in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder 
verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. 
Ingevolge artikel 3, vijfde lid, van de Wob wordt een verzoek om informatie ingewilligd met 
inachtneming van het bepaalde in de artikelen IO en 11 van de Wob. 
Op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en ondere, van de Wob blijft het verstrekken van 
informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het 
belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. 
3. Overwegingen 
De Wob kent als hoofdregel dat overheidsinformatie openbaar is, tenzij er zwaarwegende redenen 
zijn die zich verzetten tegen openbaarmaking. De uitzonderingsgronden en beperkingen op deze 
regel zijn in de Wob neergelegd. 
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>m UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM 
Ons kenmer1< 
2017-065953 
Vooralsnog is door de Vertrouwenspersoon Individuele Rechtspositie (VIR) na 2015 slechts één 
bindend advies opgesteld. Beoordeling van uw verzoek leidt dan ook tot één document dat voor 
openbaarmaking in aanmerking komt: 
a. Advies VIR 18 april 2017 
Op grond van artikel I 0, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob blijft verstrekking van 
informatie achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang dat de 
persoonlijke levenssfeer wordt geëerbiedigd. 
In het document waar u om heeft verzocht, staan (bijzondere) persoonsgegevens vermeld over de 
(voormalig) medewerker die zich tot de Vertrouwenspersoon heeft gewend. Daarnaast zien gegevens 
in het gevraagde document op het persoonlijk functioneren en presteren met betrekking tot de functie 
van deze (voormalig) medewerker van de UvA. Door openbaarmaking van deze gegevens wordt de 
persoonlijke levenssfeer van deze (voormalig) medewerker aangetast. Openbaarmaking van de 
informatie kan, gezien de persoonlijke strekking ervan, leiden tot schade van de (voormalig) 
medewerker. Wij zijn dan ook van oordeel dat ten aanzien van deze gegevens het belang van de 
eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zwaarder moet wegen dan het belang van de 
openbaarheid. Om die reden zijn namen (van derden), de functieomschrijving en de betreffende 
faculteit en/of afdeling waar de medewerker werkzaam is of was, weggelakt. Voorts zijn een aantal 
kenmerken uit het document weggelakt, nu met deze kenmerken via het gebruikte postsysteem 
binnen de UvA, direct zal kunnen worden achterhaald welke (voormalig) medewerker, het document 
betreft. Het belang van bescherming van de identiteit van deze (voormalig) medewerker weegt 
zwaarder dan openbaarmaking van deze gegevens nu het niet openbaar maken van deze gegevens 
niet de informatie raakt waarom u in uw Wob-verzoek heeft verzocht. Het weglaten van 
bovengenoemde gegevens maakt niet dat de informatie die u in uw Wob-verzoek vraagt anders 
wordt, terwij I openbaarmaking van deze gegevens zou leiden tot een onevenredige inbreuk op de 
persoonlijke levenssfeer van betrokkenen, nu zij geen publieke functie uitoefenen 
Wij wijzen uw verzoek met inachtneming van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob, 
toe. 
4. Kopieerkosten 
Conform het tweede lid van de Regeling kopieerkosten bij een verzoek op grond van de Wet 
openbaarheid van bestuur Universiteit van Amsterdam bedraagt de vergoeding voor het verstrekken 
van kopieën van documenten voor 6 tot en met 13 kopieën€ 4,50. 
Dit Wob-verzoek betreft het verstrekken van 9 kopieën van documenten, derhalve bedraagt de 
verschuldigde vergoeding€ 4,50. 
5. Bezwaar belanghebbenden 
Bij brief van 1 september 2017, met kenmerk 2017cul267, hebben wij u medegedeeld dat wij de 
zienswijze van de betrokken partijen hebben opgevraagd. Deze betrokkenen zouden mogelijk 
bezwaar kunnen hebben tegen openbaarmaking van bovengenoemd document. Derhalve zullen wij, 
op grond van artikel 6, vijfde lid van de Wob, de informatie twee weken na dagtekening van dit 
besluit verstrekken, zodat de belanghebbenden de mogelijkheid wordt geboden om bezwaar te 
maken. 
Pagina 2 
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>m UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM 
Ons kenmerk 
2017-065953 
6. Besluit 
Het College van Bestuur besluit: 
• uw verzoek toe te wijzen met inachtneming van artikel I 0, tweede lid, aanhef en onder e van de 
Wob; 
• een verschuldigde vergoeding vast te stellen voor kopieën van documenten ten bedrage 
van€ 4,50; 
• het document op grond van artikel 6, vijfde lid van de Wob, twee weken na dagtekening van dit 
besluit te verstrekken. 
Hoogachtend, 
het College van Bestuur, 
voorzitter 
Tegen deze beslissing kunt u binnen 6 weken na verzending van deze beslissing bezwaar instellen bij het College van 
Bestuur van de Universiteit van Amsterdam, I.a. v. Juridische Zaken, Postbus 19268, I 000 GG Amsterdam. Uw bezwaar­ 
schrift dient ondertekend te zijn en bevat ten minste uw naam, adres, datum, gronden van het bezwaar en een omschrijving 
van het besluit waartegen het bezwaar zich richt of een afschrift van het besluit waartegen het bezwaar zich richt. 
Pagina 3 
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>C/3 Ar-- p-4»;
19 a;:..
lancíoSH
Universiteit  van Amsterdam  
T a v. mw Prof. Dr. G.T.M.  ten Dam 
Postbus  19268  
1000 GG Amsterdam
Ouddorp  18 april 2017,  
Betreft:  Advies
Geachte  mevrouw  ten Dam, beste  Geert,
i heeft het College  van Bestuur  verzocht  om de 
Vertrouwenspersoon  Individuele  Rechtspositie  een bindend  advies  te laten opstellen  
omtrent  de aan haar verleende  aanstelling  voor bepaalde  tijd volgend  op haar 
arbeidsverleden  bij UvA JobService.  Zij was in 2015 wegens  ziekte  niet in de 
gelegenheid  advies  te vragen.
Per besluit  van 28 maart  2017 met kenmerk  2017cb0076  is door het College  van 
Bestuur  besloten  het verzoek  van betrokkene  te honoreren  en is besloten  aan de 
Vertrouwenspersoon  Individuele  Rechtspositie  te verzoeken  om, in navolging  van de 
eerder  uitgebrachte  adviezen,  een bindend  advies  te geven  in deze kwestie.  Een 
scan zond ik reeds  eerder  pere-  mail aan u.
Met vriendetíjké  groet,
''ertrouwenspersoon  Individuele  Rechtspositie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Advies  van de Vertrouwenspersoon  Individuele  Rechtspositie  over  een 
tijdelijk  contract  of een tijdelijke aanstelling
Aan: Het College  van Bestuur  van de Universiteit  van Amsterdam
Betreft:
Functie: Docent
Faculteit:
Datum: 12 April 2017
1. Adviesaanvraag
Per besluit  van 9 september  2016 met kenmerk  p- u-2016.  b.b 0750 is
wederom  aan^teld  als docente  oij de Universiteit  van Amsterdam,  Faculteit
egen voomoemd  besluit  heert öetrokkene  op 26 oktober  2016 bezwaar  
gemaakt.  Op 27 januari  2017 heeft betrokkene  de gronden  van haar bezwaar  nader  aangevuld.  Op 
donderdag  9 februari  2017 heeft  er een mondelinge  behandeling  van het bezwaarschrift  van betrokkene  
plaatsgevonden.
In het aanvullend  bezwaarschrift  was reeds  stelling  genomen  dat erin de periode  9 juni tot oktober  2015  
een mogelijkheid  bestond  om aan de Vertrouwenspersoon  Individuele  Rechtspositie  bindend  advies  te 
vragen  over de vraag  of het personeelslid  met een tijdelijke  aanstelling  niet wordt  behandeld  in 
overeenstemming  met de letter  en geest  van de CAO  Nederlandse  Universiteiten  en de uitgangspunten  van 
de Wet werk en zekerheid,  of als haar of zijn behandeling  anderszins  unfair  is. Betrokkene  heeft  van de 
mogelijkheid  tot het aanvragen  van bindend  advies  wegens  langdurige  afwezigheid  wegens  zwangerschap  
en arbeidsongeschiktheid  geen gebruik  kunnen  maken.
Tijdens  de hoorzitting  is de mogelijkheid  besproken  om aan het College  van Bestuur  te verzoeken  om de 
Vertrouwenspersoon  Individuele  Rechtspositie  in het onderhavige  geval een bindend  advies  te laten  
opstellen.  Per brief  van 15 februari  2017 heeft  betrokkene  een verzoek  bindend  advies  te laten opstellen  
aan uw college  gedaan.  Per besluit  van 28 maart  2017  met kenmerk  2017cb0076  is door het College  van 
Bestuur  besloten  het verzoek  van betrokkene  te honoreren  en is besloten  aan de Vertrouwenspersoon  
Individuele  Rechtspositie  te verzoeken  om, in navolging  van de eerder  uitgebrachte  adviezen,  een bindend  
advies  te geven  in deze kwestie.
Het verzoek  bindend  advies  uit te brengen  beperkt  de medewerker  niet in zijn mogelijkheden  tot het 
maken  van bezwaar  dan wel het instellen  van beroep.  Dit geldt  zowel  voor  de in eerste  instantie  genomen  
beslissing  als voor  de beslissing  genomen  naar aanleiding  van het bindend  advies.
3. Gevolgde  procedure
Bij de behandeling  van de eerder  uitgebrachte  adviezen  heeft  er hoor en wederhoor  met partijen  
plaatsgevonden.  In de onderhavige  kwestie  zijn de standpunten  van partijen  reeds  uitvoerig gewisseld  in het 
bezwaarschrift,  het aanvullend  bezwaarschrift,  het verweerschrift  en aanvullend  verweerschrift  Een aparte  
ronde  van hoor  en wederhoor  tussen  de betrokken  partijen  heeft  derhalve  niet meer  plaatsgevonden.
1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>4. Toegepast  toetsingskader
Bij het opstellen  van dit advies  zal worden  uitgegaan  van hetzelfde  toetsingskader  als gehanteerd  is bij het 
opstellen  van de eerdere  adviezen  in 2015. Het in 2015 gehanteerde  toetsingskader  luidde  als volgt:
Voor  de openbare  universiteiten  is de norm van goed werkgeverschap  neergelegd  in artikel  125ter  van de 
Ambtenarenwet  (Aw).  De inkleuring  van goed werkgeverschap  in concrete  situaties  zal vooral  
plaatshebben  door  de algemene  beginselen  van behoorlijk  bestuur.  Bij de voorbereiding  van een besluit  
dient  op basis van art. 3.2 Algemene  wet bestuursrecht  (Awb)  de nodige  zorgvuldigheid  in acht genomen  
te worden  en dienen  belangen  te worden  gewogen.  De besluiten  met betrekking  tot medewerkers  die 
werkzaam  zijn of recent  zijn geweest,  op een tijdelijk contract  of op basis van een tijdelijke  aanstelling  
zullen  worden  getoetst  op rechtvaardige  en faire behandeling  in overeenstemming  met goed 
werkgeverschap  evenals  op de letter  en geest  van de cao Nederlandse  Universiteiten.  De toetsing  is 
derhalve  een redelijkheidstoets  en geen  juridische  toets omtrent  het handelen  van werkgever.
4.1 Van faire  behandeling  is in ieder  geval  geen sprake  in die gevallen  waarin:
- De  Universiteit  van Amsterdam  vergelijkbare  gevallen  binnen  en tussen  de faculteiten  ongelijk  
heeft behandeld;
- De  Universiteit  van Amsterdam  ongelijke  behandeling  toepast  tussen  aanstellingen  of inhuur  bij 
ťunctie-invulling  voor structurele  werkzaamheden  (de uitvoering  van taken is leidend);
- De  medewerker  onzorgvuldig  is bejegend  als gevolg  van onvoldoende  onderzoek  naar de feiten,  
belangen  en omstandigheden;
- Onvoldoende  rekenschap  is gegeven  van de lasten  of nadelige  gevolgen  van een besluit  voor de 
medewerker  in het perspectief  van het belang  van de organisatie;
- Sprake  is van onvoldoende  transparantie  bij de besluitvorming,  ontijdige  of onvolledige  
informatie  of onbegrijpelijke  motivatie:
- Een besluit  niet in overeenstemming  is met aantoonbaar  gewekte  verwachtingen.
4.2 In aanvulling  op het toetsingskader  zijn in ieder  geval  de volgende  factoren  van 
belang;
- Het feitelijke  arbeidsverleden  van betrokkene  ten behoeve  van de universiteit  ongeacht  de 
juridische  vorm van de arbeidsrelatie;
- De  duur van eventuele  onderbrekingen  in de arbeidsrelatie;
- De  overeengekomen  en feítelijke  arbeidsduur  van betrokkene;
- Het feit of werkzaamheden  een structureel  karakter  hebben;
- Het functioneren  van betrokkene:
- Of de werkzaamheden  behoren  tot de structurele  taken  van de Universiteit.
De door  het College  van Bestuur  in 2015 verzochte  en thans  herhaalde  toetsing  is een ruimere  toetsing dan 
een strikt  juridische  toetsing.
5. Arbeidsverleden  van betrokkene
Het arbeidsverleden  van betrokkene  is opgebouwd  uit een combinatie  van arbeidsovereenkomsten  voor  
bepaalde  tijd met UvA JobService  B.V. en een tweetal  aanstellingen  voor benaalde  tijd. Vanuit  UvA  
JobService  B.V werd betrokkene  ingeleend  door de Faculteit  . Nadat  aan
betrokkene  een aanstelling  voor bepaalde  tijd is verleend  is zij dezelfde,  dan wel nagenoeg  dezelfde  
structurele  werkzaamheden  als docent  ten behoeve  van de Faculteit  blijven
verrichten  als voordien.
2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Gedurende  de periode  1 februari  2010 tot en met 30 juni 2010 is betrokkene  werkzaam  op basis van een 
arbeidsovereenkomst  voor bepaalde  tijd met UvA JobService  B.V. Betrokkene  wordt  gedetacheerd  naar 
de Faculteit  Vervolgens  wordt  de arbeidsrelatie  gedurende  de zomerperiode
onderbroken.
Gedurende  de periode  1 september  2010 tot en met 30 juni 2011 is betrokkene  werkzaam  op basis van 
een arbeidsovereenkomst  voor bepaalde  tijd met UvA JobService  B.V. Betrokkene  wordt  gedetacheerd  
naar de Faculteit  Vervolgens  wordt de arbeidsrelatie  gedurende  de
zomerperiode  onderbroken.
Gedurende  de periode  1 september  2011 tot en met 30 juni 2012 is betrokkene  werkzaam  op basis van 
een arbeidsovereenkomst  voor bepaalde  tijd met UvA  JobService  B.V. Betrokkene  wordt  gedetacheerd  
naar  de Faculteit  Vervolgens  wordt  de arbeidsrelatie  gedurende  de
zomerperiode  onderbroken.
Gedurende  de periode  16 augustus  2012 tot en met 30 juni 2013 is betrokkene  werkzaam  op basis van 
een arbeidsovereenkomst  voor bepaalde  tijd met UvA JobService  B.V. Betrokkene  wordt  gedetacheerd  
naar de Faculteit  v'ervolgens  wordt de arbeidsrelatie  gedurende  de
zomerperiode  onderbroken.
Gedurende  de periode  16 augustus  2013 tot en met 30 juni 2014 is betrokkene  werkzaam  op basis van 
een arbeidsovereenkomst  voor bepaalde  tijd met UvA  JobService  B.V. Betrokkene  wordt  gedetacheerd  
naar de Faculteit  V'ervolgens  wordt  de arbeidsrelatie  gedurende  de
zomerperiode  onderbroken.
Gedurende  de periode  16 augustus  2014 tot en met 30 juni 2015 is betrokkene  werkzaam  op basis van 
een arbeidsovereenkomst  voor bepaalde  tijd met UvA  JobService  B.V. Betrokkene  wordt  gedetacheerd  
naar  de Faculteit
Gedurende  de periode  1 september  2015 tot 1 september  2016 is betrokkene  werkzaam  op basis van een 
aanstelling  in ambtelijke  dienst  voor bepaalde  tijd. De arbeidsduur  bedraagt  16,7 uur per week.
Gedurende  de periode  1 september  2016 tot en met september  2017 is betrokkene  werkzaam  op basis 
van een aanstelling  in ambtelijke  dienst  voor bepaalde  tijd. De arbeidsduur  bedraagt  17,6 uur per week.
5. Soort  uitgevoerde  werkzaamheden
Betrokkene  verricht  sinds I februari  2010, behoudens  onderbrekingen  in de zomerperiode,  structurele en 
primaire  universitaire  werkzaamheden,  namelijk  het geven  van onderwijs.
3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>6. Standpunten  van partijen
6.1 Standpunten  van betrokkene
De standpunten  van betrokkene  zijn uitgebreid  weergegeven  in het ingediende  bezwaarschrift  en het 
aanvullend  bezwaarschrift.  De gronden  van het bezwaar  behelzen  hier summier  samengevat  dat:
- Uit de CAO  Nederlandse  Universiteiten  volgt dat een aanstelling  voor onbepaalde  tijd de maatstaf  
is, tenzij een dienstverband  voor bepaalde  tijd noodzakelijk  is.
- Het bestreden  besluit  niet voldoet aan de eigen  nonnen  (beleidsnotities)  van de universiteit,  te 
meer  daar de situatie  van betrokkene  niet overeenkomt  met de mogelijkheden  opgenomen  in 
bijlage  L van de cao.
- Betrokkene  structurele  werkzaamheden  verricht  waarbij  conform  de uitganspunten  van de 
regelgeving  een aanstelling  voor onbepaalde  tijd hoort.
- UVA JobService  B. V. tot de openbare  dienst  behoort  en dat de dienstverbanden  aldaar  moeten  
worden  aangemerkt  als ambtelijke  aanstelling.
- Het bestreden  besluit  in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
6.2 Standpunten  van de Faculteit
De standpunten  van de faculteit  zijn uitgebreid  weergegeven  in het verweerschrift  en aanvullend  
verweerschrift  dat namens  de faculteit is ingediend.  Het verweer  betreft  hier  summier  samengevat  
het volgende:
- De  cao Nederlandse  universiteiten  geeft  de mogelijkheid  om een aanstelling  voor  
onbepaalde  tijd te verlenen  als de werkgever  dat noodzakelijk  acht,  met  dien verstande  dat 
de totale  duur van op het volgende  aanstellingen  niet meer  bedraagt  dan de termijn  in 
artikel  2.3 lid 1 van de CAO Nederlandse  Universiteiten  [vier  jaarj.
- Het aantal  inschrijvingen  bij is gedaald  met 180zb. De capaciteit  van
moet  krimpen.
- De tijdelijke  aanstelling  van 1 september  2015  tot 1 september  2016  heeft  formele  
rechtskracht  Tegen  dit tweede  aanstellingsbesluit  is betrokkene  tijdig  opgekomen.
- De aanstelling  voor bepaalde  tijd is op goede gronden  verleend.
- De  regels  van de ketenregeling  zoals  genoemd  in artikel  7:668  BW zijn op de UvA  niet van 
toepassing.
- De  tijd doorgebracht bij  opvolgende  werkgevers  [zoals  uitzendbureaus)  tellen  niet mee in 
de keten  van toegestane  aanstellingen  voor  onbepaalde  tijd.
- De  laatste  aanstelling  van betrokkene  is niet van rechtswege  omgezet  in een aanstelling  voor  
onbepaalde  tijd als gevolg  van de ketenregeling.  Voorts  kunnen  nu werkzaamheden  verricht  
vanuit  een privaatrechtelijke  situatie  [UvA  JobService  B.V.) niet gelijk  worden  gesteld  met 
een ambtelijke  aanstelling.
- Van schending  van het gelijkheidsbeginsel  ís geen  sprake.
7. Overwegingen
in het aanstellingsbesluit  van 9 september  2016 met kenmerk  p- u-2016.  b.b 0750 is geen enkele  
motivering  gegeven  waarom  er een noodzaak  bestaat  betrokkene  aan te stellen  voor bepaalde  tijd. Het 
ontbreken  van elke motivering  voor een aanstelling  voor bepaalde  tijd is in strijd  met de uitgangspunten
4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>van artikel  2.2 van de CAO  Nederlandse  Universiteiten.  Betrokkene  verricht  sinds 2010 reguliere  en 
structurele  onderwijstaken  voor de Faculteit  L'it het overzicht  van
onderwijstaken  van betrokkene  (productie  4 bij het aanvullend  bezwaarschrift)  blijkt  dat betrokkene  in de 
periode  2010 tot en met 2017 structureel  is ingezet  in de vaste bachelor  onderdelen  van kunstgeschiedenis.  
Van werk met een kennelijk  tijdelijk  karakter  is derhalve  geen sprake  en de werkzaamheden  die 
betrokkene  verricht  komen  eveneens  niet te vervallen.
Toerekening  opvolgend  werkgeverschap
In die situaties  waarin  personeel  werd ingeleend  via onder  meer UvA Job Service  B.V. gevolgd  door een 
ambtelijke  aanstelling  bij de Universiteit  van Amsterdam,  is er sprake  van opvolgend  werkgeverschap.  In 
de situatie  van betrokkene  is er sprake  van een aanstelling  waarbij  dezelfde  werkzaamheden  worden  
verricht  als eerder  werden  verricht  via UvA Job Service  B.V. Volgens  de tekst van de CAO  telt de tijd 
gewerkt  bij UVA  Job Service  B.V. niet mee in de toegestane  de keten  van tijdelijke  aanstellingen.  De 
tekst van Artikel  2.3 lid 11 van de CAO  Nederlandse  Universiteiten  luidt immers:
"bij de bepaling  in deze CAO  van de totale  duur en van het totaal  aantal  opvolgende  dienstverbanden  
blijven  dienstverbanden  tussen  werknemer  en verschillende  werkgevers  die ten aanzien  van de verrichte  
arbeid  redelijkerwijs  geacht  moeten  worden  eikaars  opvolger te zijn. buiten  beschouwing  "
Uit Artikel  2.3 lid 11 van de CAO  Nederlandse  Universiteiten  blijkt  dat het de bedoeling  van CAO-  
partijen  is dat de tijd gewerkt  bij UvA JobService  B.V. naar de letter  niet meetelt  in de keten van 
toegestane  aanstellingen  voor bepaalde  tijd. Deze partijbedoeling  kan slechts  terzijde  worden  geschoven  
indien  de strikte  toepassing  daarvan  zou leiden  tot onredelijke  gevolgen.  Betrokkene  heeft  betoogd  dat 
UvA  JobService  B.V behoort  tot de ambtelijke  dienst.  Wat daar van zij kan in dit geval in het midden  
blijven.  In ieder  geval is er in het concrete  geval sprake  van een onredelijk  gevolg  door het niet meetellen  
van de tijd doorgebracht  bij UvA JobService  B.V. in de keten  van toegestane  aanstellingen  voor bepaalde  
tijd. De volgende  feiten  en omstandigheden  zijn daarbij  van belang:
- De Faculteit  heeft  de werknemer  geselecteerd  en geworven  en
vervolgens  “aangereikť ’ bij de UVA  JobService  B.V. waarmee  een ais arbeidsovereenkomst  
geduide  overeenkomst  is gesloten;
- Werknemer is exclusief  ter beschikking  gesteld  aan de faculteit;
- Werknemer  heeft vanaf  aan  vang alleen  gewerkt  voor  de faculteit;
- De faculteit  gaf werkinstructies;
- De faculteit  maakte  afspraken  over vakantiedagen  etc.:
- Betrokkene  vervult  sinds  2010 structurele  en primaire  universitaire  taken;
- Van opheffing  van die taken  is niet gebleken.
In de in 2015 door  de VIR gegeven  adviezen  is betoogd  dat UVA  JobService  B.V. geen allocatíefunctie  
op de arbeidsmarkt  vervult  en dat er sprake  is van payrolling  en dat de bepalingen  rond de 
uitzendovereenkomst  niet van toepassing  zijn. Inmiddels  heeft  de Hoge  Raad  op 4 november 2016 (ECUI:  
NL; HR:2Û16;2356)  voor het civiele  arbeidsrecht  geoordeeld  dat een dergeiijke  allocatie  functie  niet 
verreist  is om een uitzendrelatie  aan te nemen.  Het arrest  van de Hoge Raad  neemt  echter  niet weg dat, 
zeker  gelet op  het feit dat het onderhavige  advies  redelijkheidstoetsing  is, en dat betrokkene  dermate  lang 
structurele  universitaire  taken  heeft  uitgeoefend  en nog steeds  uitoefent,  dat redelijkerwijze  moet worden  
aangenomen  dat er sprake  is van een dusdanig  langdurige  vervuiling  van structurele  en primaire  
universitaire  taken  dat in dit geval lid 11 van Artikel  2.3 CAO  Nederlandse  Universiteiten  buiten  
toepassing  dient  te blijven  en dat de tijd doorgebracht  bij UvA JobService  B.V. daarom  naar redelijkheid  
moet  worden  meegeteld  in de keten  van tijdelijke  aanstellingen.  Daarbij  moet  nog worden  opgemerkt  dat 
er naar aanleiding  van in 2015 in vergelijkbare  situaties  aanstellingen  voor  onbepaalde  tijd zijn verleend  
aan andere  betrokkenen.  Daarnaast  zijn er sinds  2015 de beleidslijnen  van de UvA  rond aanstellingen  voor  
bepaalde  tijd stringenter  geworden.
5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>De Universiteit  van Amsterdam  had als goed werkgever  de periode  van inlening  niet zo lang moeten  laten  
duren  en eerder  de keuze  moeten  maken  om slechts  tijdelijk  gebruik  te maken  van de diensten  van 
betrokkene  of eerder  had moeten  overgaan  tot het verlenen  van een aanstelling  in ambtelijke  dienst.
De werkzaamheden  die betrokkene  verrichte  bij Faculteit  worden  voor een
gedeelte  onverminderd  voortgezet.
8. Eindoordeel
Gelet  op het feit dat betrokkene  sedert  2010 nagenoeg  onafgebroken  structurele  en primaire  universitaire  
taken vervuld,  en niet is gebleken  van een opheffing  van deze primaire  en structurele  taken,  is het redelijk  
betrokkene  een aanstelling  voor  onbepaalde  tijd te verlenen.  Qua betrekkingsomvang  kan worden  
aangesloten  bij de arbeidsduur  van 17,6 uur zoals verwoord  in de laatste  aanstelling  in ambtelijke  dienst.
Advies
Ik adviseer  i i een aanstelling  voor onbepaalde  tijd te verlenen,  met een
betrekkingsomvang  van 17,6 uur per week.
6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Bijlage  1
Uitgangspunt  Europese  wetgever  en cao partijen
In Artikel  6 van de preambule  van de Europese  richtlijn  99/70/EG  is vastgelegd  dat een 
arbeidsovereenkomst  voor onbepaalde  tijd het uitgangspunt  is bij de vormgeving  van arbeidsrelaties.  De 
tekst luidt: "Overwegende  dat arbeidsovereenkomsten  voor  onbepaalde  tijd de normale  arbeidsverhouding  
zijn en bijdragen  tot de levenskwaliteit  van de betrokken  werknemers  en de rendementsverhoging."
In voomoemde  richtlijn  is daartoe  in clausule  5 bepaald,  dat de lidstaten  zijn gehouden  een of meer van de 
volgende  wettelijke  maatregelen  in te voeren  ter voorkoming  van misbruik  van tijdelijke  arbeid:
a. Vaststelling  van objectieve  redenen  die een vernieuwing  van tijdelijke  
arbeidsovereenkomsten  of verhoudingen  rechtvaardigen.
b. Vaststelling  van de maximale  totale  duur van opeenvolgende  
arbeidsovereenkomsten  of arbeidsverhoudingen  voor bepaalde  tijd.
c. Vaststelling  van het aantal  malen  dat dergelijke  overeenkomsten  of verhoudingen  mogen  worden  
vernieuwd.
In het Nederlandse  civiele  arbeidsrecht  heeft  dit uitgangspunt  zijn weerslag  gevonden  in de ketenregeling  
(art. 7:668a  BW) en in de regeling  van de uitzendovereenkomst  (art. 7:691 BW).
Deze  Europese  richtlijn  lijkt een rechtstreekse  werking  te hebben  op een overheidswerkgever  als de 
Universiteit  van Amsterdam.  De richtlijn  bevat  een belangrijk  uitgangspunt  voor de vormgeving  van de 
Europese  en dus ook Nederlandse  arbeidsrelaties.
Partijen  bij de cao Nederlandse  Universiteiten  zijn in het op 11 december  2014  overeengekomen  
onderhandelaarsakkoord  nadrukkelijk  overeengekomen  dat, voor structureel  werk bij gebleken  
geschiktheid,  dienstverbanden  (bedoeld  zal zijn aanstellingen)  en arbeidsovereenkomsten  voor  onbepaalde  
tijd worden  aangegaan.
Cao-partijen  achten  het feit of werkzaamheden  structureel  zijn dus van belang  bij de afweging  of er een 
aanstelling  voor onbepaalde  tijd behoort  te worden  verleend.  Artikel  2.3 van de cao Nederlandse  
Universiteiten  geeft  een nadere  uitwerking  van de mogelijkheden  tot het aanstellen  van wetenschappelijk  
personeel  in tijdelijke  dienst.  Er kunnen  uiteraard  gegronde  redenen  zijn om in bepaalde  situaties  niet over  
te gaan tot het verlenen  van aanstellingen  voor onbepaalde  tijd. te denken  valt aan het doorlopen  van een 
promotie  traject,  de werkzaamheden  zijn van kennelijk  tijdelijk  karakter,  het betreft  een aanstelling  ten 
behoeve  van onderzoek  waarvoor  slechts  voor beperkte  tijd financiering  beschikbaar  is of bijvoorbeeld  
vervanging  bij ziekte  etc.
De memorie  van toelichting  van de Wet werk  en zekerheid  (vooralsnog alleen  direct  van toepassing  op de 
bijzondere  Universiteiten)  benoemt  de academische  sector  zelfs specifiek  als sector  waar  de intrinsieke  
aard van de bedrijfsvoering  vereist  dat er een ruimere  ketenregeiing  kan worden  overeengekomen  dan de 
ketenregeling  van Art. 7:668a  BW (TK 2013 2014 33818  nr. 3 pag. 13).
Het uitgangspunt  dat het dienstverband  wordt  aangegaan  voor onbepaalde  tíjd is echter  ook expliciet  
opgenomen  in de Universitaire  rechtspositie.  /Artikel  2.2 lid 1 van de cao Nederlandse  Universiteiten  luidt:
■"Het  dienstverband  wordt  aangegaan  voor  bepaalde  of onbepaalde  tijd. ín beginsel  w ordt het 
dienstverband  aangegaan  voor onbepaalde  tijd, tenzij een dienstverband  voor bepaalde  tijd noodzakelijk  
wordt  geacht. ”
7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>De Artikelen  2.2 a tot en met 2.4 van de cao Nederlandse  Ľniversiteiten  werken  de mogelijkheden  tot 
aanstelling  in tijdelijke  dienst  verder  uit. De cao geert in Artikel  2.3 mogelijkheden  tot aanstelling  in 
tijdelijke  dienst  De bepalingen  gelden  tot 1 juli 2016 en bieden  de mogelijkheid  tot aanstelling  in tijdelijke  
dienst  voor maximaal  zes jaar. Artikel  2.3 zoals dat geldt vanaf  1 juli 2016 geeft  de mogelijkheid  tot 
aanstelling  in tijdeiijke  dienst  voor wetenschappelijk  personeel  van maximaal  vier  jaar. Uit bijlage  L van 
de cao blijkt  dat voor functies  binnen  het wp het uitgangspunt  geldt  dat uitzicht  wordt  geboden  op een 
dienstverband  voor  onbepaalde  tijd. na een maximale  duur van twee  jaar. De relevante  tekstpassage  van 
bijlage  L. luidt:
"Voor  functies  binnen  het wp geldt als uitgangspunt  dat uitzicht  wordt  geboden  op een dienstverband  voor  
onbepaalde  tijd na een maximale  tijdelijke  duur van twee  jaar. Voor  de navolgende  functies  binnen  het wp 
kan echter  een dienstverband  voor bepaalde  tijd worden  verleend  tot een maximale  duur van vier  jaar:
a. Functies  waarbij  de werkzaamheden  tijdelijk  extern  gefinancierd  worden,  waarbij  sprake  is van 
cofinanciering.  Deze langere  duur van dienstverbanden  voor bepaalde  tijd is nodig  om een 
noodzakelijk  en een gedegen  wetenschappelijk  productpresentatie  overeenkomstig  de afspraken  
met de externe  financier te kunnen  leveren.  Een dienstverband  voor bepaalde  tijd is noodzakelijk,  
omdat  bij voltooiing  van een project  de financiering ophoudt  te bestaan;
b. Functies  van onderzoekers  drie en vier (de zogenaamde  postdocs).  Dit zijn functies  die gezien  hun 
aard, het gebruik  van dienstverbanden  voor bepaalde  tijd rechtvaardigen:
c. Functies  voor  docenten  indien  onderwijsontwikkeling  en/of  ontwikkelingen  in studentenaantallen  
(intrinsiek  aan de bedrijfsvoering  van de Universiteiten)  dit noodzakelijk  achten  en van dien aard 
zijn. dat ze binnen  de bestaande  capaciteit  van het wp en met een vast dienstverband  niet kunnen  
worden  opgevangen;
d. Functies  die zijn gericht  op het verkrijgen  van een vereiste  kwalificatie  voor benoembaarheid  in 
een duurzame  loopbaan  binnen  onderwijs  en onderzoek  (bijvoorbeeld  BK.O/SKO  trajecten). ”
8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>