<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    OPENBAAR Kansspelautoriteit         Besluit van de Raad van Bestuur van de Kansspelautoriteit op het bezwaarschrift van  Teradata Limited en de heer [xxx] tegen   - het besluit van 14 januari 2014, met kenmerk 7982 / 00.020.019 en   - het besluit van 14 januari 2014, met kenmerk 7982 / 00.020.020,   en de bevindingen en het oordeel van de Raad over een klacht ingediend op 20 januari  2014.    Zaak: 0A/2012/004  Kenmerk: 7982 / 00.025.071 en 8140 / 00.025.072  Openbaarmaking onder kenmerk: 7982 / 00.026.508 en 8140 / 00.026.510    Besluit op bezwaar/afdoening  klacht    1 Inleiding    1. Bij brief van 20 januari 2014 is namens de heer [xxx]/Teradata Limited (hierna:  bezwaarmakers) een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van de Raad van  Bestuur van de Kansspelautoriteit (hierna: de Raad) van 14 januari 2014 met  kenmerk 7982 / 00.020.019. Tevens is bezwaar gemaakt tegen het besluit tot  openbaarmaking, eveneens van 14 januari 2014, met kenmerk 7982 / 00.020.020.    2. Voorts is bij brief van 20 januari 2014 namens bezwaarmakers een klacht ingediend  over de termijn voorafgaand aan de voorgenomen openbaarmaking.    3. De gronden van bezwaar zijn aangevuld bij brief van 24 februari 2014.  4. De gronden van het bezwaar zijn weergegeven in randnummer 22 van het advies  van de Adviescommissie bezwaarschriften van de Kansspelautoriteit (hierna: de    commissie) dat bij dit besluit is gevoegd.    5. De klacht is weergegeven bij de randnummers 12 tot en met 16 van het advies van  de commissie.</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    OPENBAAR Kansspelautoriteit    2    6.    10.    11.    Datum   30 april 2014   Ons kenmerk  7982 / 00.026.208  8140 / 00.026.510    Ontvankelijkheid    Het bezwaarschrift is ingediend binnen zes weken na bekendmaking van de  besluiten. Het bezwaarschrift voldoet ook aan de overige door de Algemene wet  bestuursrecht gestelde eisen zodat het bezwaarschrift ontvankelijk is. Het  klaagschrift voldoet eveneens aan de wettelijke vereisten.    Hoorzitting    Voor het geven van een mondelinge toelichting op de bezwaren en de klacht is  gelegenheid gegeven ter hoorzitting van 1 april 2014. Er is geen bericht van  verhindering ontvangen.    Enkele dagen voor de hoorzitting is aan de advocaat van bezwaarmakers een  herinnering gestuurd met het verzoek aan te geven welke personen aanwezig  zouden zijn.* Hierop is geen reactie ontvangen.    . Ter hoorzitting is niemand verschenen.    Advies    Naar aanleiding van de bezwaren en de klacht, heeft de commissie een advies  uitgebracht aan de Raad. Dit advies dat bij dit besluit is gevoegd, maakt hiervan  integraal onderdeel uit. De commissie heeft geadviseerd om zowel de klacht als de  bezwaren ongegrond te verklaren, en de besluiten van 14 januari 2014 in stand te  laten.    Voor de motivering van deze beslissing wordt met betrekking tot:   - de bevindingen inzake de klacht verwezen naar randnummers 17 tot en met 21  van het advies;   - de beslissing op de bezwaren verwezen naar de randnummers 30 tot en met 72  van het advies,    ! Fax van 26 maart 2014, 7982 / 00.023.365 en 8140 / 00.023.366.</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    OPENBAAR Kansspelautoriteit    Datum   30 april 2014   Ons kenmerk  7982 / 00.026.208  8140 / 00.026.510    5 Besluit    De Raad van Bestuur van de Kansspelautoriteit:    a. stelt vast dat de commissie heeft geadviseerd om de klacht en de bezwaren  ongegrond te verklaren;   b. stelt vast dat het advies inhoudelijk concludent is en zorgvuldig tot stand is   gekomen;   ziet geen reden om af te wijken van het advies;   verklaart de klacht ongegrond;   verklaart de bezwaren ongegrond en handhaaft het bestreden besluit;   verwijst overeenkomstig artikel 3:49 van de Algemene wet bestuursrecht voor   de motivering van het besiuit naar het uitgebrachte advies.    oan    's-Gravenhage, 30 april 2014  De Raad van Bestuur van de Kansspelautoriteit,  w.g.    J.J.H. Suyver  Voorzitter    Beroep  Tegen het besluit op de bezwaren kan een belanghebbende beroep instellen bij de    sector bestuursrecht van de rechtbank Gelderland, Postbus 9030, 6800 EM, Arnhem    Het beroepschrift moet binnen zes weken na de dag van bekendmaking door de  rechtbank zijn ontvangen. Het beroepschrift moet op grond van artikel 6:5 van de  Algemene wet bestuursrecht zijn ondertekend en moet ten minste bevatten de naam en  adres van de indiener, de dagtekening, de omschrijving van het besluit waartegen het  beroep is gericht, zo mogelijk een afschrift van dit besluit, en de gronden waarop het  beroepschrift rust.</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    OPENBAAR Kansspelautoriteit    Datum   30 april 2014   Ons kenmerk  7982 / 00.026.208  8140 / 00.026.510    Van de indiener van het beroepschrift wordt griffierecht geheven door de griffier van de  rechtbank. Nadere informatie over de hoogte van het griffierecht en de wijze van  betalen wordt door de griffie van de rechtbank verstrekt.    Er kan ook digitaal beroep worden ingesteld bij genoemde rechtbank via  http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet de indiener beschikken over  een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze  voorwaarden.    Ombudsman   Binnen een jaar na bekendmaking van deze kennisgeving met betrekking tot de  behandeling van uw klacht kunt u een verzoekschrift indienen bij de Nationale  Ombudsman, Postbus 93122, 2509 AC Den Haag.</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    OPENBAAR ons kenmerk  7982 / 00.026.508  8140 / 00.026.510    datum  11 april 2014    Adviescommissie bezwaarschriften van de Kansspelautoriteit    Advies inzake de bezwaarschriften van de heer [xxx] en Teradata Limited tegen de  kennisgeving van de Raad van Bestuur van de Kansspelautoriteit (hierna: de Raad) van  14 januari 2014, kenmerk 7982 / 00.020.019, om geen bestuurlijke boete op te leggen  (hierna: de kennisgeving), en het besluit van 14 januari 2014, kenmerk 7982 /  00.020.020, tot openbaarmaking van de kennisgeving.    1. Procedureverloop    1. Uit de stukken is de Adviescommissie bezwaarschriften van de Kansspelautoriteit  (hierna: de commissie) — samengevat — het volgende gebleken.    2. In oktober 2012 zijn in de media berichten verschenen over de verloting van een villa  in Winterswijk, De verloting werd georganiseerd door de heer [xxx] via een bedrijf in  Costa Rica, Teradata Limited. Belangstellenden konden aan de loterij deelnemen door  een certificaat (lot) te kopen via de website www.dreamrealize.net.    3. Naar aanleiding van deze berichten hebben toezichthouders van de Kansspelautoriteit  (hierna: Ksa) een onderzoek ingesteld. In het kader van dit onderzoek is onder meer  de website www.dreamrealize.net onderzocht. Ook hebben de toezichthouders tussen  12 en 25 oktober 2012 meermalen (tevergeefs) contact gezocht met de heer [xxx]  teneinde stukken met betrekking tot de huizenloterij te verkrijgen en een verklaring  te kunnen opnemen. De bevindingen van deze onderzoeken zijn weergegeven in het  rapport (hoofdstuk 4) en de kennisgeving (zie hoofdstuk 5).    4, De Raad heeft bij besluit van 14 januari 2014 vastgesteld dat het bedrijf Teradata  Limited artikel 1, aanhef, eerste lid aanhef en onder a, van de Wet op de kansspelen  (hierna: Wok) heeft overtreden door via de website www.dreamrealize.net  gelegenheid te geven om mede te dingen naar prijzen of premies, waarbij de  aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling waarop de deelnemers  geen overwegende invloed kunnen uitoefenen zonder een daartoe verleende  vergunning. De heer [xxx] is voor deze overtreding verantwoordelijk ingevolge artikel  5:1, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). De heer [Xxx] is  voorts aangemerkt als overtreder van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de  Wok aangezien hij - kort gezegd - voor de verloting van de villa reclame heeft  gemaakt.    5, De Raad heeft voor deze overtredingen geen boete opgelegd. De betreffende  kennisgeving is op 14 januari 2014 verzonden.    6. Eveneens op 14 januari 2014 is door de Raad het besluit genomen tot  openbaarmaking van de kennisgeving (hierna: het openbaarmakingsbesluit).    7. Bij brief van 20 januari 2014! heeft de heer mr. [yyy] (hierna: gemachtigde) namens  de heer [xxx] en Teradata Limited (hierna: bezwaarmakers) een klacht ingediend  over de voorgenomen openbaarmaking. Tevens is bezwaar aangetekend tegen de  kennisgeving en tegen het openbaarmakingsbesluit.    1 Stuk 7892/00.020.453.</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>    OPENBAAR ons kenmerk    10.    11,    12.    13.    14.    15.    7982 / 00.026.508  8140 / 00.026.510    datum  11 april 2014    Ten aanzien van het bezwaar tegen de kennisgeving is verzocht om een termijn voor  het indienen van gronden. Ten aanzien van het bezwaar tegen de openbaarmaking  zijn de gronden bij genoemde brief van 20 januari 2014 ingediend.    De ontvangst van de klacht/bezwaarschriften is door de Ksa bevestigd bij brief van  28 januari 2014, waarbij een termijn is gegeven voor aanvulling van de gronden tot  25 februari 2014.”    Bij brief van 28 januari 2014? heeft de Ksa laten weten dat de klacht van 20 januari  2014 geen reden was om van openbaarmaking af te zien. De openbaarmaking heeft  op 30 januari 2014 plaatsgevonden. De gemachtigde heeft laten weten bij  openbaarmaking aangifte tegen de Ksa te zullen doen wegens laster/smaadschrift.*  De commissie is niet gebleken dat deze aangifte ook daadwerkelijk is gedaan. Voorts  heeft de Ksa aan bezwaarmakers bericht dat de klacht behandeld zal worden binnen  het kader van de bezwaarprocedure.    Bezwaarmakers zijn in de gelegenheid gesteld om tijdens een hoorzitting op 1 april  2014 de bezwaarschriften en de klacht toe te lichten. Ter hoorzitting is niemand  verschenen.    De klacht    De klacht, bedoeld in randnummer 7 van dit advies, betrof de termijn voorafgaand  aan de openbaarmaking. Naar de commissie begrijpt, ziet deze klacht op het  volgende.    Voorafgaand aan de openbaarmaking wordt door de Ksa van een openbaar te maken  document een zgn. openbare versie gemaakt. Deze openbare versie is geschoond van  namen van personen en bedrijfsvertrouwelijke informatie. De verwijdering van  persoonsnamen en - eventueel van - bedrijfsvertrouwelijke informatie is opgenomen  in het openbaarmakingsbesluit. In de begeleidende brief bij het openbaar te maken  document en het openbaarmakingsbesluit, wordt betrokkene gevraagd om binnen vijf  werkdagen aan te geven welke gegevens als bedrijfsvertrouwelijk zouden moeten  worden aangemerkt. Een korte toelichting hierop staat onderaan deze brief.    Voorts wordt, voorafgaand aan de openbaarmaking, door de Ksa een wachttijd van  twee weken in acht genomen. Gedurende deze termijn kan betrokkene zich wenden  tot de bevoegde voorzieningenrechter met het verzoek het besluit tot  openbaarmaking te schorsen (artikel 8:81 van de Awb). Deze termijn is conform  artikel 6, vijfde lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob).    De klacht betreffende openbaarmaking hield in dat bezwaarmakers slechts enkele  dagen wordt geboden om overleg te voeren over de openbaarmaking. Er dient  uiterlijk 21 januari 2014 te worden gereageerd. Cliënt krijgt slechts enkele werkdagen  de tijd, Het is voor mij [noot: gemachtigde] onmogelijk geweest om met cliënt nog  een afspraak te maken, aldus de brief van 20 januari 2014 van bezwaarmakers.    2 Stuk 7982/00.020.742.  3 Stuk 7982/00.020.753 en 8140/00.020.764.  4 Stuk 7892/00.020.453, pag. 3.</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>    OPENBAAR ons kenmerk    16.    7982 / 00.026.508  8140 / 00.026.510    datum  11 april 2014    In diezelfde brief wordt aangegeven welke gegevens naar het oordeel van  bezwaarmakers als vertrouwelijk moeten worden aangemerkt. Bezwaarmakers stellen  dat:   a. de gehele kennisgeving als vertrouwelijk moet worden aangemerkt aangezien  niet is bewezen dat het aanbieden van kansspelen daadwerkelijk heeft  plaatsgevonden;   b. dat de naam van de rechtspersoon Teradata Limited als vertrouwelijk moet  worden aangemerkt omdat deze naam eenvoudig te herleiden is tot de heer  [xxx];   c. dat het openbaar ministerie een aangifte van de Ksa tegen de heer [xxx] heeft  geseponeerd, waaruit zou blijken dat er geen bewijs is voor de overtredingen.    Beoordeling van de klacht    17.    18.    19.    Zoals hierboven vermeldt in randnummer 10 heeft de Ksa bij brief van 28 januari  2014° aan bezwaarmakers bericht dat de klacht behandeld zal worden binnen het  kader van de bezwaarprocedure. De commissie acht deze verwijzing redelijk nu de  klacht over de voorgenomen openbaarmaking is gebaseerd op inhoudelijke bezwaren  tegen de kennisgeving. Immers, er wordt door bezwaarmakers vertrouwelijkheid van  de gehele kennisgeving geclaimd omdat er geen bewijs voor de overtredingen zou  zijn. De commissie zal dan ook over deze klachtgrond een advies uitbrengen.    Het komt de commissie voor dat bezwaarmakers in de klacht twee termijnen door  elkaar halen. De termijn voor het aangeven van bedrijfsvertrouwelijkheid van  gegevens is vijf werkdagen. Uit de klacht blijkt dat bezwaarmakers in staat waren  binnen deze termijn te reageren. In de brief van 20 januari 2014 van bezwaarmakers  staat immers: Ten aanzien van uw vraag welke gegevens volgens belanghebbende  openbaar gemaakt zouden moeten worden dan wel vertrouwelijk zouden moeten  blijven kan ik [noot: gemachtigde] re/atief kort zijn.    Naast deze termijn van vijf werkdagen, beschikten bezwaarmakers voorafgaand aan  de openbaarmaking over een termijn van veertien dagen (artikel 6, vijfde lid, van de  Wob) om zich op openbaarmaking voor te bereiden dan wel op voet van artikel 8:81  Awb een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen bij de rechtbank. De  commissie meent dat niet geklaagd kan worden over een wettelijke termijn en  vermag ook niet in te zien waarom de termijn van veertien dagen in het onderhavige  geval niet voldoende zou zijn geweest. In de reeds meermalen genoemde brief van  bezwaarmakers van 20 januari 2014 worden de bezwaren tegen de openbaarmaking  immers al geformuleerd.    Conclusie ten aanzien van de klacht    20,    21.    Gelet op bovenstaande adviseert de commissie de klacht af te wijzen voor zover deze  klacht betrekking heeft op de termijnen voorafgaand aan de openbaarmaking.    Voor zover de klacht betrekking heeft op de bewijsvoering en de vaststelling van de  overtreding (zie randnummer 16 van dit advies) verwijst de commissie naar het  onderdeel 3 van dit advies.    > Stuk 7982/00.020.753 en 8140/00.020.764.</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>    OPENBAAR ons kenmerk    3.    7982 / 00.026.508  8140 / 00.026.510    datum  11 april 2014    Bezwaargronden    22. In de bezwaarschriften is het volgende aangevoerd:    23,    A.    De gang van zaken rond de zienswijze op het rapport: randnummer 8 van  het openbaarmakingsbesluit    a.    Bezwaarmakers voeren aan dat zij een zienswijze wilden geven, maar niet  eerder dan nadat het openbaar ministerie een beslissing zou hebben genomen  op de aangifte die door de heer [xxx] is gedaan. Het is dan ook niet zo dat  bezwaarmakers geen gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid een  zienswijze te geven zoals in randnummer 8 van het openbaarmakingsbesluit is  vermeld.    ‚ In het openbaarmakingsbesluit had moeten worden aangegeven dat    bezwaarmakers zich het recht tot het geven van een zienswijze hadden  voorbehouden.    . De Ksa had moeten afzien van openbaarmaking van de kennisgeving nu er    geen bewijs is geleverd voor de overtredingen van de Wok. Bovendien is de  aangifte die door de heer [xxx] is gedaan, door het openbaar ministerie  geseponeerd.    De datering van de kennisgeving van 14 januari 2014    a.    b.    De kennisgeving van 14 januari 2014 kent geen dagtekening en voldoet niet  aan de vereisten van de Awb.   Het ontbreken van een dagtekening is een gebrek en de kennisgeving kan dan  ook niet in stand blijven.   Ter onderbouwing is bij het bezwaarschrift gevoegd een kopie van de  kennisgeving, met uitzondering van de laatste bladzijde.    Het aanbieden van prijzen    a.    b.    C.    Niet is vastgesteld dat er daadwerkelijk prijzen zijn aangeboden. Zonder het  aanbieden van prijzen is er geen mogelijkheid om mee te dingen naar prijzen.  De Ksa heeft de heer [xxx] matiging van een sanctie in het vooruitzicht gesteld  als hij zou ‘bekennen’ dat er prijzen ter beschikking zouden zijn gesteld.  Bezwaarmakers hebben te allen tijde stellig ontkend dat er gelegenheid is  geboden tot het meedingen naar prijzen dan wel het bevorderen hiervan.    ‚ Vergoeding van schade  a.    Bezwaarmakers maken aanspraak op vergoeding van schade nu de Ksa de  kennisgeving openbaar heeft gemaakt zonder dat zij heeft vastgesteld of de  feiten konden worden bewezen.    Toepasselijke regelgeving    De Raad is op grond van artikel 33b van de Wok belast met de bestuurlijke  handhaving van de Wok. Op grond van artikel 35a van de Wok is de Raad bevoegd  tot het opleggen van een bestuurlijke boete wegens overtreding van — onder meer —  artikel 1 van de Wok. De maximaal op te leggen boete bedroeg in 2012   EUR 780.000,- of — indien dit meer is — 10 % van de omzet in het boekjaar  voorafgaand aan de beschikking.</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>    OPENBAAR ons kenmerk  7982 / 00.026.508  8140 / 00.026.510    datum  11 april 2014    24. Artikel 5:1 van de Awb luidt:   1. In deze wet wordt verstaan onder overtreding: een gedraging die in strijd is met  het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.   2. Onder overtreder wordt verstaan: degene die de overtreding pleegt of  medepleegt.   3. Overtredingen kunnen worden begaan door natuurlijke personen en  rechtspersonen. Artikel 5:1, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafrecht  is van overeenkomstige toepassing.    25. Op grond van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wok is het behoudens  het in Titel Va van de Wok bepaalde, verboden gelegenheid te geven om mede te  dingen naar prijzen of premies, indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door  enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende  invloed kunnen uitoefenen, tenzij daarvoor ingevolge de Wok vergunning is verleend.    26. Op grond van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wok is het verboden de  deelneming aan een kansspel waarvoor geen vergunning is verleend, te bevorderen.    27.Op grond van artikel 8 van de Wob verschaft een bestuursorgaan dat het rechtstreeks  aangaat, uit eigen beweging informatie over het beleid, de voorbereiding en de  uitvoering daaronder begrepen, zodra dat in het belang is van een goede en  democratische bestuursvoering.    28. In artikel 10 van de Wob is een aantal uitzonderingen opgenomen. Persoonsgegevens  worden bijvoorbeeld niet openbaar gemaakt. Daarnaast kan het verstrekken van  informatie bijvoorbeeld achterwege blijven voor zover het belang van  openbaarmaking niet opweegt tegen het voorkomen van onevenredige benadeling  van bij de aangelegenheid betrokken (rechts)personen.    29. In de uitspraak van 10 november 2010, LJN BO3468, heeft de Afdeling  Bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaald dat het past om in het kader van  de toezichthoudende taak boetebesluiten te publiceren, zodat bekendheid wordt  gegeven aan de wijze van uitvoering van deze taak. De Raad meent dat deze  uitspraak zich ook uitstrekt tot die gevallen waarin wel een overtreding is vastgesteld,  maar geen boete is opgelegd.    5. Overwegingen van de commissie  Ten aanzien van de ontvankelijkheid van bezwaarmakers    30. De bezwaarschriften zijn tijdig ingediend en voldoen ook overigens aan alle vereisten  voor ontvankelijkheid.    Ten aanzien van de gronden van het bezwaar    A. De gang van zaken rond de zienswijze op het rapport: randnummer 8 van  het openbaarmakingsbesluit    De zienswijze   31. Bezwaarmakers voeren aan dat in het openbaarmakingsbesluit (randnummer 8)  “wordt geïmpliceerd dat er volgens wettelijke normen gelegenheid is geboden tot  hoor en wederhoor”.</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>    OPENBAAR ons kenmerk    32.    33.    34,    35.    7982 / 00.026.508  8140 / 00.026.510    datum  11 april 2014    Bezwaarmakers voeren aan dat zij een zienswijze op het rapport wilden geven, maar  niet eerder dan nadat het openbaar ministerie een beslissing zou hebben genomen op  de aangifte die door de heer [xxx] tegen medewerkers van de Ksa is gedaan.  Bezwaarmakers voeren aan dat zij pas na de beslissing van het openbaar ministerie  zouden beschikken over alle relevante informatie. Het is dan ook niet zo dat  bezwaarmakers geen gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid een zienswijze te  geven. Bezwaarmakers betogen dat in het openbaarmakingsbesluit had moeten  worden vermeld dat bezwaarmakers zich het recht tot het geven van een zienswijze  hadden voorbehouden.    De commissie stelt allereerst vast dat in randnummer 8 van het  openbaarmakingsbesluit uitsluitend is opgenomen dat geen gebruik is gemaakt van  de gelegenheid een zienswijze te geven betreffende de openbaarmaking van de  beslissing op het rapport. Over een zienswijze op het rapport zelf wordt niets gezegd.    De commissie stelt voorts vast dat bezwaarmakers bij brief van 26 september 20136  zijn uitgenodigd om ter hoorzitting van 15 november 2013 een zienswijze te geven op  het rapport en op de voorgenomen openbaarmaking van de beslissing op dat rapport.    Bij brief van 1 november 2013’ hebben bezwaarmakers laten weten dat zij wel een  zienswijze wilden geven, maar niet voordat de officier van justitie een beslissing zou  hebben genomen op de aangifte die door de heer [xxx] is gedaan tegen medewerkers  van de Ksa. Zij behielden zich het recht voor om op een later tijdstip te worden  gehoord.    De aangifte van de Ksa    36.    37.    De commissie is bekend dat met deze aangifte wordt gedoeld op het bezoek dat  medewerkers van de Ksa aan de heer [xxx] hebben gebracht op 26 oktober 2012. De  medewerkers zouden de heer [xxx] op die dag ontmoeten op het politiebureau te  Winterswijk, maar op het afgesproken tijdstip is de heer [xxx] niet verschenen?    Daarop zijn de medewerkers naar het huis van de heer [xxx] gegaan. Buiten het huis  hebben de medewerkers de heer [xxx] ontmoet, zich voorgesteld en gelegitimeerd en  hebben zij het doel van hun komst, te weten het verkrijgen van inlichtingen en inzage  in stukken ten behoeve van het onderzoek, toegelicht.” De heer [xxx] heeft daarop  overleg gevoerd met zijn gemachtigde en vervolgens gezegd dat hij geen  medewerking wilde verlenen. Daarop zijn de medewerkers van de Ksa vertrokken en  hebben vervolgens aangifte gedaan van overtreding van artikel 184 van het Wetboek  van Strafrecht (het niet voldoen aan een ambtelijk bevel).!° Deze aangifte is  geseponeerd. ‘*    De aangifte van de heer [xxx] tegen medewerkers van de Ksa    38,    Na de aangifte van medewerkers van de Ksa zou een tegenaangifte zijn gedaan door  de heer [xxx]. Deze tegenaangifte zou hebben ingehouden dat er door medewerkers  van de Ksa een valse aangifte tegen de heer [xxx] is gedaan.    6 Stuk 7982/00.016.416.   7 Stuk 7982/00.017.269, ontvangen 4 november 2013, om 12.45 uur.  8 Stuk 76/019.   9 Stuk 76/019/04.   10 Stuk 76/031.   1 Bijlage bij stuk 76/50.</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>    OPENBAAR ons kenmerk  7982 / 00.026.508  8140 / 00.026.510    datum  11 april 2014    39. Bezwaarmakers stellen nog steeds in afwachting te zijn van een beslissing op deze  tegenaangifte. Voorts wordt door bezwaarmakers, zo begrijpt de commissie, uit het  sepot als bedoeld in randnummer 37 afgeleid dat er geen sprake is van een  overtreding van de Wok.    40. Op 11 november 2013 heeft de Ksa van zowel het openbaar ministerie als van de  politie vernomen dat er geen aangifte van de heer [xxx] tegen de Ksa bekend is. De  politie Winterswijk liet weten bekend te zijn met de klacht van de heer [xxx] over het  optreden van de Ksa (vermoedelijk de verklaring van 22 november 2012, bijlage bij  stuk 76/50) maar aangezien de heer [xxx] geen verder contact wenste met de politie,  is er geen formele aangifte opgenomen. In de kennisgeving is dit opgenomen in  randnummer 35.    41.Bij brief van 29 januari 2014! hebben bezwaarmakers aan de Ksa bericht dat de heer  [xxx] tegenover de politie een verklaring heeft afgelegd over hoe hij door de  Kansspelautoriteit onder valse voorwendselen is gedwongen informatie af te geven.  De heer [xxx] heeft een aangifte hiervan ingezonden en ís er reeds door de politie  een bericht van ontvangst en doorzending ontvangen. Bezwaarmakers hebben geen  kopie van deze stukken overgelegd.    De laatste correspondentie rond de hoorzitting op het rapport   42. Bij brief van 7 november 2013'* heeft de Ksa aan de bezwaarmakers laten weten dat  de hoorzitting niet zou worden uitgesteld. De Ksa heeft voorts bericht dat er  voorafgaand aan de beslissing op het rapport gelegenheid wordt geboden tot het  geven van een zienswijze, in casu op 15 november 2013. Bezwaarmakers zijn er op  gewezen dat de eerstvolgende gelegenheid om een zienswijze te geven zou zijn in  bezwaar, uiteraard indien en voor zover zij in bezwaar zouden gaan. Bezwaarmakers  zijn verzocht dit in overweging te nemen alvorens definitief van de hoorzitting van  15 november 2013 af te zien.    43. Op 14 november 2013’ hebben bezwaarmakers laten weten dat zij niet van een  hoorzitting af wilden zien, maar niet zouden verschijnen op de hoorzitting van  15 november 2013.    Beoordeling van de zienswijze met betrekking tot de hoorzitting en de aangifte   44, De heer [xxx] is niet verschenen op een afspraak die met hem was gemaakt op  26 oktober 2012 op het politiebureau Winterwijk. Dit was de derde afspraak nadat  twee eerdere afspraken op het laatste moment door de heer [xxx] of zijn  gemachtigde waren afgezegd. Zoals opgemerkt in randnummer 37 zijn de  toezichthouders daarop naar de woning van de heer [xxx] gegaan en hem buiten zijn  woning gesproken over het doel van hun komst. De heer [xxx]heeft daarop contact  opgenomen met zijn gemachtigde. De heer [xxx] heeft na overleg met zijn  gemachtigde laten weten geen medewerking te zullen verlenen. De medewerkers van  de Ksa zijn daarop vertrokken.    12 Stuk 7892/00.017.414, telefoonnotitie van 11 november 2013.   13 Stuk 7892/00.020.992 en 8140/00.022.986.   14 Stuk 7982/00.017.327.   15 Stuk 7982/00.017.701, ontvangen 14 november 2013, 19.59 uur.   6 Eerdere afspraken waren gemaakt voor 17 oktober 2012 en 24 oktober 2012.</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>    OPENBAAR ons kenmerk    45,    46.    47.    48.    49.    50.    51.    52.    7982 / 00.026.508  8140 / 00.026.510    datum  11 april 2014    De commissie is niet gebleken dat er sprake is geweest van het ‘dwingen tot het  afleggen van een bekentenis’ of ‘ onder valse voorwendsels aftroggelen van  informatie’, zoals bezwaarmakers doen voorkomen.    Op grond van artikel 5:17 van de Awb kan een toezichthouder inzage in gegevens en  bescheiden vorderen. Dit is ook opgenomen in de betreffende vordering.’’ De  commissie acht het mogelijk dat de aangifte wegens het niet voldoen aan deze  vordering is geseponeerd omdat in de vordering wordt gesproken van “inzage in alle  gegevens en bescheiden die betrekking hebben op de verkoop van de woning”, terwijl  daar had moeten staan: “de verloting van de woning” of woorden van gelijke  strekking (onderstreping commissie).    De commissie is van oordeel dat het standpunt van bezwaarmakers, dat de  overtreding niet kan worden bewezen omdat de officier van justitie de aangifte van  de Ksa heeft geseponeerd, onjuist is. Noch de aangifte, noch het sepot laten zich uit  over de overtredingen van de Wok. De aangifte had uitsluitend betrekking op het  (niet) voldoen aan een vordering tot inzage als bedoeld in artikel 5:17 Awb, niet op  mogelijke overtredingen van de Wok zelf.    De commissie is voorts van oordeel dat de aangifte van de Ksa, het sepot en de  tegenaangifte van de heer [xxx], bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van  een overtreding van artikel 1 van de Wok niet relevant zijn. Buiten hetgeen de heer  [xxx] had kunnen verklaren en buiten hetgeen hij aan stukken had kunnen  overleggen, kon er meer dan voldoende materiaal worden verzameld op basis  waarvan de in de kennisgeving opgenomen overtredingen konden worden  vastgesteld, waaronder materiaal m.b.t. de websites, de domeinregistraties en  berichtgeving in de media.    Terzijde overweegt de commissie dat het betreurenswaardig is dat de heer [xxx]  geen medewerking heeft willen verlenen. De commissie acht niet uitgesloten dat  medewerking van de heer [xxx] het onderzoek aanzienlijk had kunnen  vereenvoudigen en bekorten en tot een spoedige afronding had kunnen leiden.    De commissie acht het, de herhaalde verzekeringen van bezwaarmakers dat zij  aangifte tegen de Ksa hebben gedaan ten spijt, onwaarschijnlijk dat een formele  aangifte van de heer [xxx] is opgenomen. De commissie baseert zich hierbij met  name op de informatie van de politie Winterswijk en het openbaar ministerie bij wie  geen aangifte bekend is.    Daarnaast acht de commissie het tijdsverloop sinds de verklaring van 22 november  2012 van de heer [xxx] — waarvan hij aankondigt dat deze door hem gezonden wordt  naar ‘de competente politieregio's’ — inmiddels zeer aanzienlijk. Van de Ksa kan niet  verwacht worden dat ongelimiteerd wordt gewacht op een eventuele justitiële  beslissing op een aangifte waarover verder niets bekend is.    Nu bezwaarmakers blijven aanvoeren dat een beslissing van het openbaar ministerie  van het grootste belang is voor hun zienswijze, had het op hun weg gelegen om  navraag bij het openbaar ministerie te doen over de verwachte beslistermijn en/of  een kopie van de formele aangifte aan de Ksa te zenden. De enkele bewering dat er  een aangifte is gedaan, is, gelet op bovenstaande, onvoldoende om bij voortduring  uitstel in lopende procedures te eisen.    17 Stuk 76/019/04.</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>    OPENBAAR ons kenmerk  7982 / 00.026.508  8140 / 00.026.510    datum  11 april 2014    53. Terzijde merkt de commissie nog op dat niet valt in te zien waarom bezwaarmakers  niet in staat waren tot het geven van een zienswijze op het rapport en/of op de  voorgenomen openbaarmaking van de beslissing op het rapport. De beweerdelijke  aangifte van de heer [xxx] betreft uiteindelijk de gang van zaken rond de vordering  van de Ksa om inzage in schriftelijke stukken. De heer [xxx] heeft geen inzage  verleend. Het onderzoek is vervolgens voortgezet op grond van andere bronnen  waarop het uiteindelijke rapport is gebaseerd. De gang van zaken rond de vordering  was voor het verdere verloop van het onderzoek, voor het rapport en voor de  beslissing op dat rapport, niet van (doorslaggevend) belang en had ook niet leidend  behoeven te zijn voor het geven van een zienswijze.    54. Alles afwegende komt de commissie tot het volgende advies:    a. Vast staat dat de Ksa gelegenheid heeft geboden tot het geven van een  zienswijze op het rapport ter hoorzitting van 15 november 2013. Vast staat  dat bezwaarmakers ook zijn uitgenodigd een zienswijze te geven op de  voorgenomen openbaarmaking van de beslissing op dat rapport. Vast staat  voorts dat bezwaarmakers niet zijn verschenen op de hoorzitting. De  formulering van randnummer 8 van het openbaarmakingsbesluit acht de  commissie redelijk. Een openbaarmakingsbesluit is niet de plaats om de  slepende kwestie rond de beweerdelijke aangifte weer te geven. In onderdeel  4 van de kennisgeving is op deze kwestie ingegaan. De commissie acht dat  voldoende.   b. De aangifte van de Ksa betreffende het weigeren van medewerking als  bedoeld in artikel 5:20 Awb, en het daarop volgende sepot, hebben geen  gevolg voor de bewijsvoering van de overtredingen van de Wok, nu aangifte  en sepot op deze overtredingen geen betrekking hebben. Er was voldoende  ander materiaal op grond waarvan de overtredingen konden worden  vastgesteld. Dit materiaal en het gebruik daarvan voor het bewijs is niet ter  discussie gesteld door bezwaarmakers. De aangifte van de Ksa, het sepot en  de tegenaangifte van de heer [xxx] zijn dan ook terecht aangemerkt als  onvoldoende aanleiding om van de openbaarmaking af te zien.    Tussenconclusie  55. De commissie adviseert de bezwaren op dit punt ongegrond te verklaren.    B. De datering van de kennisgeving van 14 januari 2014    56. Bezwaarmakers stellen, naar de commissie begrijpt, dat pagina 26 van de  kennisgeving niet door hen is ontvangen. Bezwaarmakers onderbouwen dit met een  kopie van de kennisgeving, minus de pagina 26, de laatste pagina.    57.Op pagina 26 van de kennisgeving is als onderdeel 9 opgenomen welk besluit de  Raad heeft genomen, de datum, de ondertekening en de zgn. bezwaarclausule.    58. Bezwaarmakers betogen dat een besluit zonder dagtekening niet voldoet aan de eisen  van de Awb en reeds om die reden niet in stand kan blijven.    59. De commissie stelt vast dat op 14 januari 2014 een brief (2 pagina’s) de  kennisgeving (26 pagina’s) en het openbaarmakingsbesluit (4 pagina’s) per fax naar  het kantoor van de gemachtigde zijn gezonden. In totaal zijn dat 32 pagina’s. De  faxbevestiging!® vermeldt dat 32 pagina’s met goed gevolg zijn verzonden.    18 De faxbevestiging is opgenomen als bijlage bij stuk 7982/00.020.017.</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>    OPENBAAR ons kenmerk  7982 / 00.026.508  8140 / 00.026.510    datum  11 april 2014    60. De commissie acht het overleggen van een kopie van de kennisgeving zonder de  laatste pagina, gelet op de voormelde faxbevestiging, onvoldoende om aan te nemen  dat deze pagina bezwaarmakers niet heeft bereikt. De commissie merkt voorts op  dat, gelet op de in het dossier aanwezige correspondentie, bezwaarmakers volledig  bekend waren met de op deze laatste pagina gegeven informatie, te weten de datum  van 14 januari 2014, de inhoud van het besluit dat de Raad heeft genomen en de  mogelijkheid om in bezwaar te komen.    61. De commissie wijst er ten overvloede op dat uit de inhoudsopgave bij de  kennisgeving blijkt dat de kennisgeving een onderdeel 9 bevat en wat de titel van de  dit onderdeel is. Indien en voor zover er sprake was van een onvolledige ontvangst  van de fax — hetgeen de commissie onwaarschijnlijk voorkomt — hadden  bezwaarmakers zich tot de Ksa kunnen wenden met een verzoek om nazending.    62. De commissie merkt tenslotte op dat dagtekening van een besluit niet als wettelijk  vereiste geldt, maar de artikelen 3:40 en volgende van de Awb uitgaan van de  bekendmaking van een besluit.    Tussenconclusie  63. De commissie adviseert de bezwaren op dit punt ongegrond te verklaren.    C. Het aanbieden van prijzen    64. Bezwaarmakers voeren aan dat niet is vastgesteld dat daadwerkelijk prijzen zijn  aangeboden en dat zonder het aanbieden van prijzen daar ook niet naar kan worden  meegedongen. Bezwaarmakers hebben ook altijd ten stelligste ontkend dat er  gelegenheid is geboden tot het meedingen naar prijzen dan wel het bevorderen  hiervan.    65. De commissie begrijpt deze bezwaargrond aldus dat bezwaarmakers betogen dat er  geen loterij heeft plaatsgevonden omdat niet is aangetoond of er daadwerkelijk  certificaten (loten) zijn verkocht. De commissie maakt dit op uit de verwijzing van  bezwaarmakers naar de mogelijke matiging van een eventuele sanctie. !°    66. De commissie verwijst naar randnummers 70 en 72 van de kennisgeving waarin is  toegelicht dat het voor een overtreding van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a,  van de Wok niet van belang is of er daadwerkelijk is betaald voor certificaten (loten).  Deze bepaling betreft immers het gelegenheid geven mee te dingen naar prijzen of  premies [….]. Geen onderdeel van de wettelijke bepaling is dat van deze geboden  gelegenheid ook — bijvoorbeeld door het kopen van een certificaat (lot) -  daadwerkelijk gebruik moet zijn gemaakt,    67. Van enige ontkenning van bezwaarmakers dat zij prijzen hebben aangeboden is in het  onderzoek niet gebleken. Bezwaarmakers hebben immers geen enkele verklaring  willen afleggen en geen zienswijze gegeven. De gemachtigde heeft de Ksa verzocht  een passage uit een brief van de Ksa aan bezwaarmakers te noteren, te weten: Niet  duidelijk is of er in het kader van de in het rapport genoemde verloting daadwerkelijk  betalingen voor gekochte certificaten hebben plaatsgevonden (randnummer 33 van  de kennisgeving). Naar het oordeel van de commissie kan het verzoek om deze  passage ‘te noteren’ — indien en voor zover bezwaarmakers hierop doelen — niet  worden beschouwd als een stellige ontkenning dat er gelegenheid is geboden tot het  meedingen naar prijzen dan wel het bevorderen hiervan.    19 Zie o.a. stuk 76/42, pag. 2.    10</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>    OPENBAAR ons kenmerk  7982 / 00.026.508  8140 / 00.026.510    datum  11 april 2014    Tussenconclusie  68. De commissie adviseert de bezwaren op dit punt ongegrond te verklaren.    D. Vergoeding van schade   69, Bezwaarmakers vragen een vergoeding van schade nu de Ksa de kennisgeving  openbaar heeft gemaakt zonder dat zij heeft vastgesteld of de feiten konden worden  bewezen.    70. De door bezwaarmakers gestelde schade is niet onderbouwd.    71. Overigens meent de commissie dat er geen reden is tot vergoeding van enige schade  nu er geen sprake is van onterecht vastgestelde overtredingen.    Tussenconclusie   72. De commissie adviseert de bezwaren op dit punt ongegrond te verklaren.   6. Conclusie   73. Op grond van het bovenstaande adviseert de commissie de klacht en de bezwaren  ongegrond te verklaren en de kennisgeving en het openbaarmakingsbesluit in stand  te laten.   74. Het advies is aldus vastgesteld te Den Haag op 11 april 2014, door de  Adviescommissie bezwaarschriften van de Kansspelautoriteit, bestaande uit  mevrouw prof. mr. dr. S.A.C.M. Lavrijssen (voorzitter), mevrouw mr. S.A.J.J. van    Hees, en mevrouw mr. I.M. Zuurendonk.    Namens de Adviescommissie van de Kansspelautoriteit  de voorzitter,    w.g.    prof. mr. dr. S.A.C.M. Lavrijssen    11</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>