<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019
          Kansspelautoriteit
          Adviescommissie bezwaarschriften
          Advies inzake de bezwaarschriften van 1X Corp N.V. en Exinvest Limited tegen het
          besluit van 4 januari 2019, met kenmerk 12924 / 01.046.245, tot het opleggen van een
          bestuurlijke boete van € 400.000,- en tegen het besluit van 4 januari 2019, met kenmerk
          12924 / 01.046.246 tot openbaarmaking van het besluit tot oplegging van een
          bestuurlijke boete.

          1.   Procedureverloop

          1. Uit de stukken is de Adviescommissie bezwaarschriften van de Kansspelautoriteit
            (hierna: de commissie) – samengevat – het volgende gebleken.

          2. Toezichthouders van de Kansspelautoriteit hebben tussen 16 februari 2018 en 26 juli
            2018 diverse websites onderzocht die werden geëxploiteerd door 1X Corp N.V.
            (hierna: 1X Corp) en Exinvest Limited (hierna: Exinvest). De bevindingen van deze
            onderzoeken zijn weergegeven in een rapport als bedoeld in artikel 5:48 van de
            Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van 18 september 2018 en het besluit van
            4 januari 2019 tot oplegging van een bestuurlijke boete (hierna: het sanctiebesluit).
          3. In het rapport van 18 september 2018 wordt geconcludeerd dat 1X Corp en Exinvest
            in strijd hebben gehandeld met artikel 1, eerste lid, aanhef, onder a, van de Wet op
            de kansspelen (hierna: Wok).

          4. 1X Corp en Exinvest (gezamenlijk hierna: bezwaarmakers) zijn uitgenodigd om een
            zienswijze naar voren te brengen over het voornemen tot het opleggen van een
            bestuurlijke boete.1 Tijdens de hoorzitting op 2 november 2018 hebben zij hun
            zienswijze mondeling toegelicht.2 Bij brief van 9 november 2018 hebben
            bezwaarmakers een aanvulling gegeven op de zienswijze van 2 november 2018.3

          5. De raad van bestuur heeft in het sanctiebesluit van 4 januari 2019 1X Corp en
            Exinvest als overtreders aangemerkt en hen een boete opgelegd van € 400.000,-
            vanwege overtreding van artikel 1, eerste lid, aanhef, en onder a, van de Wok. Voor
            de betaling van de boete zijn zij elk hoofdelijk aansprakelijk gesteld. Volgens het
            sanctiebesluit hebben 1X Corp en Exinvest de wettelijke bepaling overtreden door op
            twee websites (1xbet.com en xbet-1.com) gelegenheid te geven om mede te dingen
            naar prijzen of premies, waarbij de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige
            kansbepaling waarop de deelnemers geen overwegende invloed kunnen uitoefenen
            zonder daartoe verleende vergunning.
          6. Eveneens bij besluit van 4 januari 2019 heeft de raad van bestuur bepaald dat het
            sanctiebesluit openbaar gemaakt zou worden. Het sanctiebesluit is op 25 februari
            2019, na de uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 februari 2019, openbaar
            gemaakt door publicatie op de website van de Kansspelautoriteit.4


          1 Brieven van 3 oktober 2018, kenmerken 12924/01.042.515 en 12924/01.042.516.
          2 Verslag hoorzitting, 2 november 2018, kenmerk 12924/01.045.173.
          3 Stuk 12924 / 01.045.492.
          4 Uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van 22 februari 2019, met kenmerk SGR
          19/284 en SRG 19/286. Bij deze uitspraak heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige
          voorziening te treffen ter voorkoming van onmiddellijke openbaarmaking van het sanctiebesluit afgewezen.
                                                                        1</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019
          7. Bij brieven van 11 januari 2019 is namens 1X Corp N.V. en Exinvest Limited (hierna:
            bezwaarmakers), bezwaar gemaakt tegen de besluiten van de raad van bestuur van
            de Kansspelautoriteit (hierna: de raad van bestuur) van 4 januari 2019 tot het
            opleggen van een bestuurlijke boete alsmede tegen het besluit tot openbaarmaking.5
            De gronden van bezwaar zijn aangevuld bij brieven van 22 februari 2019.6
          8. Bezwaarmakers zijn in de gelegenheid gesteld om tijdens een hoorzitting op 4 maart
            2019 de bezwaarschriften mondeling toe te lichten. Zij hebben van die gelegenheid
            gebruik gemaakt. Namens bezwaarmakers is ter hoorzitting verschenen
            [advocaat 2]. Bij brief van 5 maart 2019 hebben bezwaarmakers een aanvulling
            gegeven op de mondelinge zienswijze van 4 maart 2019.7
          9. Van de hoorzitting is een verslag8 gemaakt dat op 16 maart 2019 naar gemachtigden
            van bezwaarmakers is toegezonden.9 Er is geen reactie ontvangen.

          2.   Bezwaargronden


          2.1 Bezwaargronden tegen het sanctiebesluit
          10. In bezwaar wordt – samengevat - het volgende aangevoerd:
               a. Een aan meerdere rechtspersonen opgelegde sanctie, terwijl de onderlinge
                 verwevenheid en de individuele toerekening niet is komen vast te staan is in
                 strijd met artikel 8 van het EVRM;
               b. Een boete zou hoogst persoonlijk moeten zijn en kan daarom niet in de
                 huidige hoedanigheid blijven voortbestaan;
               c. Uit de onderzoeksrapportage volgt niet dat 1XCorp en Exinvest beide ofwel
                 eigenaar of wel beheerder zijn van 106 websites. Bovendien wordt Exinvest in
                 de onderzoeksrapportage aangemerkt als factureringsagent;
               d. Uit de door de Kansspelautoriteit aangedragen uitspraak
                 ECLI:NL:RVS:2018:3130 volgt juist dat er hier niet voldaan is aan de
                 noodzakelijke verwevenheid voor het aannemen van verschillende overtreders
                 voor een feitencomplex;
               e. De Kansspelautoriteit heeft nooit aandacht besteed aan de verhouding tussen
                 de rechtspersonen, terwijl ze dat wel had moeten doen. In de zaak Redslots is
                 dit wel gebeurd en is aan de serviceprovider geen boete opgelegd vanwege het
                 feit dat het slechts een serviceprovider was;
               f. De Kansspelautoriteit heeft niet per rechtspersoon getoetst of het opleggen
                 van een boete passend en geboden is. Dat is in strijd met artikel 5:46, tweede
                 lid van de Awb en met artikel 6 EVRM;
               g. De Kansspelautoriteit heeft onbevoegd en dus in strijd met artikel 7 EVRM
                 gehandeld door afwijkend van het gedoogbeleid toch over te gaan tot
                 vervolging. Het recht op vervolging is met de aanwezigheid van gedoogbeleid
                 komen te vervallen;
               h. De Kansspelautoriteit heeft tevens onbevoegd gehandeld door een sanctie met
                 hoofdelijke aansprakelijkheid op te leggen terwijl, dat rechtsfiguur niet is
                 neergelegd in de wet;

          5 Stuk 12924/01.048.578, stuk 12924/01.048.580, stuk 13175/01.048.577 en stuk 13175/01.048.521.
          6 Stuk 12924/01.051.759 en Stuk 12924/01.051.760.
          7 Stuk 12924/01.053.101.
          8 Stuk 12924/01.052.937.
          9 Stuk 12924/01.054.918.
                                                                        2</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019
               i. De Kansspelautoriteit schendt het vertrouwensbeginsel. Bezwaarmakers
                 mochten er namelijk op vertrouwen dat aan haar conform de
                 prioriteringscritria geen sanctie zou worden opgelegd;
               j. De Kansspelautoriteit schendt het rechtszekerheidsbeginsel, omdat niet
                 duidelijk is op welke wijze de sanctie aan de twee belanghebbenden is
                 opgelegd;
               k. Het sanctiebesluit schendt het evenredigheidsbeginsel. Uit het sanctiebesluit
                 blijkt niet van een grondige afweging van de belangen zoals bedoeld in artikel
                 3:4 van de Awb. Zo is er geen afweging gemaakt tussen de belangen van
                 1XCorp en Exinvest, is de hoogte van de boete amper afgewogen en is er geen
                 rekening gehouden met de omzet die in Nederland zou zijn behaald;
               l. Het sanctiebesluit is onzorgvuldig genomen, door het ontbreken van een
                 afweging van de juiste belangen en door ernstige schendingen van de
                 Algemene verordening gegevensbescherming (AVG);
               m. Het sanctiebesluit schendt het verbod van willekeur, nu de start van het
                 onderzoek met name volgt uit een enkele ingediende klacht terwijl niet is
                 onderzocht op de klacht terecht is.
          Tijdens de hoorzitting van 4 maart 2019 hebben bezwaarmakers nog het volgende
          aangevoerd:
               n. De openbaarmaking van het sanctiebesluit en de onzorgvuldige verzending
                 van het onderzoekdossiers vormen al een voldoende sanctie. De boete zou
                 daarom op nihil moeten worden gesteld dan wel moeten worden gematigd.
          Bij brief van 5 maart 2019 hebben bezwaarmakers nog het volgende aangevoerd:

               o. De hoorzitting is niet met alle waarborgen omkleed, omdat een van de leden
                 van de commissie al bij de procedure tot oplegging van de sanctie en bij de
                 voorlopige voorziening betrokken is geweest. Bovendien heeft dit lid zich
                 eerder op het standpunt gesteld dat het sanctiebesluit openbaar kon worden
                 gemaakt, gezien het hoge betrouwbaarheidsgehalte van het besluit.

          2.2 Bezwaargronden tegen het openbaarmakingsbesluit
          11. Voor zover de bezwaargronden niet al in 2.1 zijn omschreven wordt - samengevat -
            het volgende aangevoerd:
          De Kansspelautoriteit had het sanctiebesluit – primair – in het geheel niet openbaar
          mogen maken, op de volgende gronden.

               a. De openbaarmaking is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat er
                 onvoldoende gelegenheid is geboden om een zienswijze te geven op de
                 openbaarmaking, er grote hoeveelheden vertrouwelijke informatie aan derde
                 partijen is gezonden en de belangenafweging ontbreekt voor een
                 openbaarmaking voordat het sanctiebesluit onherroepelijk is geworden;
               b. De openbaarmaking is in strijd met het beginsel van vooringenomenheid,
                 omdat de Kansspelautoriteit in haar taakvervulling vooringenomenheid heeft
                 getoond;
               c. De openbaarmaking is in strijd met het evenredigheidsbeginsel, omdat de
                 handelswijze van de Kansspelautoriteit niet noodzakelijk was voor het dienen
                 van de door de Kansspelautoriteit genoemde doelen. Bovendien bestaat er
                 geen wettelijke grondslag voor de openbaarmaking van het sanctiebesluit;
               d. De openbaarmaking schendt het recht op privacy zoals genoemd in artikel 8
                 van het EVRM;
                                                                        3</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019
               e. Openbaarmaking schendt artikel 6 eerste (privacy) en tweede
                 (onschuldpresumptie) lid van het EVRM, omdat er vertrouwelijk informatie
                 wordt gepubliceerd voordat de juistheid door een rechter is getoetst;
               f. Openbaarmaking schendt het legaliteitsbeginsel omdat de Kansspelautoriteit
                 niet op grond van artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob)
                 bevoegd was om het sanctiebesluit te publiceren;
               g. De openbaarmaking komt in strijd met de AVG, omdat informatie openbaar
                 wordt gemaakt die herleidbaar is naar een natuurlijk persoon;
               h. De Kansspelautoriteit heeft – subsidiair – te weinig gegevens uit het
                 sanctiebesluit als vertrouwelijk aangemerkt. De Kansspelautoriteit had de
                 namen Creditsafe, Bluemay Enterprises N.V., Imperial E-Club Limited,
                 Onisac/Mansion, Go Gaming Limited, Trustfulgames.com en Co-Gaming ook
                 als vertrouwelijk moeten aanmerken. Verder had de Kansspelautoriteit de
                 volgende gegevens zoals vermeld op pagina 25 van het boetebesluit: ‘1.000’,
                 ‘1200 andere spellen’, ’50.000’, ‘5.000’, 3,5 miljoen dollar’, ‘600.000’en
                 ‘100.000’ als vertrouwelijk moeten aanmerken.
          12. De commissie zal hierna ingaan op de gronden van bezwaar.
          3.   Juridisch kader

          13. Artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wok bepaalt dat het verboden is om
            gelegenheid te geven om mede te dingen naar prijzen of premies, indien de
            aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling waarop de deelnemers in
            het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen, tenzij daarvoor
            ingevolge deze wet vergunning is verleend.
          14. Artikel 33b van de Wok bepaalt dat de raad van bestuur belast is met de handhaving
            van de Wok.

          15. Artikel 35a van de Wok bepaalt dat de raad van bestuur een bestuurlijke boete kan
            opleggen wegens overtreding van onder andere artikel 1, eerste lid, aanhef en onder
            a, van de Wok. De maximaal op te leggen boete bedraagt € 830.000,- of, indien dat
            meer is, tien procent van de omzet in het boekjaar voorafgaand aan de beschikking.

          16. Artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) bepaalt dat het bestuursorgaan
            dat het rechtstreeks aangaat, uit eigen beweging informatie verschaft over het beleid,
            de voorbereiding en de uitvoering daaronder begrepen, zodra dat in het belang is van
            een goede en democratische bestuursvoering.
          17. Artikel 10 van de Wob bepaalt dat in de daar genoemde omstandigheden bepaalde
            gegevens niet openbaar gemaakt worden.

          18. In haar uitspraak van 10 november 2010 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van
            de Raad van State (hierna: de Afdeling) bepaald dat het past om in het kader van de
            toezichthoudende taak sanctiebesluiten te publiceren, zodat bekendheid wordt
            gegeven aan de wijze van uitvoering van deze taak.10






          10 ECLI:NL:RVS:2010:BO3468.
                                                                        4</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019
          4.   Overwegingen van de commissie
          4.1  Ten aanzien van de ontvankelijkheid van bezwaarmakers
          19. De bezwaarschriften zijn tijdig ingediend en voldoen ook overigens aan alle vereisten
            voor ontvankelijkheid.

          4.2. Ten aanzien van het bezwaar tegen het sanctiebesluit
          20. De commissie merkt op dat artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wok een verbod
            bevat om zonder de daarvoor vereiste vergunning kansspelen aan te bieden. De Wok
            bevat geen voorziening om vergunningen te verlenen voor het aanbieden van online
            kansspelen en op dat aanbieden toezicht te houden. Dat betekent dat ieder online
            aanbod waarvoor geen vergunning is verleend, in strijd met de wet is.
          21. Niet in geschil is dat er op de websites 1xbet.com en xbet-1.com online kansspelen
            werden aangeboden zonder een voor Nederland geldende vergunning. Vaststaat dat
            het aanbod van kansspelen bereikbaar was voor spelers die zich in Nederland
            bevonden. De toegang tot de websites was immers niet geblokkeerd. Daarmee is de
            overtreding van artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wok gegeven.

          22. De commissie verwijst in dat verband nog naar de uitspraak van de Afdeling van
            22 februari 2017, waarin de Afdeling oordeelde: “Voor de vraag of artikel 1, aanhef
            en onder a, van de Wok is overtreden, is namelijk, …., niet relevant of het aanbod
            primair is gericht op Nederland”11 (onderstr. commissie).

          23. De commissie verwijst voorts naar een uitspraak van de voorzieningenrechter Den
            Haag van 11 september 2018, zaaknummers SGR 18/5274 en 18/5262: “De
            voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder er vanuit mag gaan dat een
            website met de naam www.[naam].com vanuit Nederland bereikbaar is. Het is
            immers een feit van algemene bekendheid dat het world wide web ook in Nederland
            toegankelijk is. ... Nu [naam] niet stelt dat zij deelname vanuit Nederland ten tijde
            hier van belang onmogelijk heeft gemaakt, kan het hier besproken argument van
            [naam] niet leiden tot twijfel aan de rechtmatigheid van het sanctiebesluit.”
          24. Aanvullend merkt de commissie op dat de gerichtheid op de Nederlandse markt –
            onder meer - blijkt uit:
            a. De toegankelijkheid van het aanbod vanaf een computer met een Nederlands IP-
              adres;
            b. Het gebruik van de Nederlandse taal op de websites 1xbet.com en xbet-1.com;
            c. De mogelijkheid om vanuit Nederland met een Nederlands IP-adres en
              Nederlandse (adres)gegeven een account aan te maken en daarmee vanuit een
              Nederlandse bankrekening via iDEAL een storting te doen;
            d. Het gebruik van de betaalmethode iDEAL, dat met name gericht is op
              betalingsverkeer met Nederlandse bankrekeningen;
            e. Het overzicht van de betaaldienstverlener van transacties die zijn gedaan door
              gebruikers met een Nederlandse bankrekening.12
          25. De commissie zal in het navolgende de gronden van bezwaar bespreken.





          11 ECLI:NL:RVS:2017:484, overweging 5.
          12 Bijlage 12, stuk 12544/01.037.494.
                                                                        5</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019
          4.2.1 Ten aanzien van grond c, d, e, (overtreder)
          26. De commissie stelt vast dat gronden c, d en e gericht zijn tegen het oordeel van de
            raad van bestuur dat beide bezwaarmakers kunnen worden aangemerkt als
            overtreder. De commissie zal deze gronden gezamenlijk behandelen.

          27. Aangevoerd wordt dat tussen 1X Corp en Exinvest geen enkele onderlinge
            verwevenheid is komen vast te staan en dat de Kansspelautoriteit geen aandacht
            heeft besteed aan de verhouding tussen deze rechtspersonen. De Kansspelautoriteit
            heeft de rechtspersonen daarom niet samen als overtreders kunnen aanmerken.
          28. De commissie verwijst allereerst naar artikel 5:1, tweede lid, van de Awb. Dit artikel
            omschrijft de overtreder als degene die de overtreding pleegt of medepleegt.

          29. De commissie overweegt dat uit het onderzoeksdossier blijkt dat zowel op de site
            1xbet.com als op de website xbet-1.com in de algemene voorwaarden is opgenomen
            dat de website “is owned and operated by Exinvest Limited (Chirosima 2, Levanta
            Court, Block A, 1st Floor, Office 101, 3055, Limassol, Cyprus) as a Billing Agent and
            1X Corp N.V. as a License Holder (Curaçao license No. 1668/JAZ)”.13

          30. De commissie constateert dat bezwaarmakers zichzelf hiermee op beide websites
            hebben gepresenteerd als eigenaar en beheerder van de websites. Er zijn de
            commissie geen feiten of omstandigheden bekend waaruit blijkt dat deze, door
            bezwaarmakers voorgespiegelde, gang van zaken onjuist is. Daarmee zijn beide
            rechtspersonen verantwoordelijk voor het beheer van de websites, waardoor zij ook
            beiden - ieder afzonderlijk - in strijd met artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wok
            hebben gehandeld. Primair is de commissie daarom van oordeel dat er voldoende
            grond is om zowel 1X Corp als Exinvest als pleger en dus als overtreder aan te
            merken.
          31. De commissie meent dat, mochten bezwaarmakers toch niet als plegers zijn aan te
            merken, er ten minste sprake is van medeplegen. Voor medeplegen is niet vereist dat
            de medeplegers ieder afzonderlijk alle voorwaarden van artikel 1, eerste lid, onder a
            van de Wok vervullen, mits er sprake is van bewuste samenwerking en gezamenlijke
            uitvoering. Daarbij is ook van belang dat is aangetoond dat de bijdrage van de
            medepleger van voldoende gewicht is geweest. De commissie overweegt daartoe als
            volgt.

          32. De commissie is van oordeel dat uit de omstandigheid dat op de websites 1xbet.com
            en xbet-1.com in de algemene voorwaarden is opgenomen dat de website “is owned
            and operated by Exinvest Limited (Chirosima 2, Levanta Court, Block A, 1st Floor,
            Office 101, 3055, Limassol, Cyprus) as a Billing Agent and 1X Corp N.V. as a License
            Holder (Curaçao license No. 1668/JAZ)” volgt dat er sprake is van een bewuste
            samenwerking tussen partijen. Zij geven immers zelf aan dat de sites in eigendom en
            beheer zijn bij hen beiden. Bovendien presenteren bezwaarmakers zich als een
            bonafide aanbieder van kansspelen door aan te geven dat 1X Corp beschikt over een
            vergunning. De samenwerking van partijen zag dus op het beheren van websites
            waarop gegokt kon worden. Dit duidt naar het oordeel van de commissie op de
            aanwezigheid van een nauwe en bewuste samenwerking.



          13 Bijlage 2: stuk 12544/01.023.825 en Bijlage 14: stuk 12544/01.037.486.
                                                                        6</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019
          33. Naar het oordeel van de commissie is de rol van beide bezwaarmakers van voldoende
            gewicht. De commissie overweegt dat dit volgt uit meerdere omstandigheden.
            Allereerst volgt dit uit de presentatie van beide bezwaarmakers op de websites als
            eigenaar en beheerder. Uit deze presentatie blijkt niet van een ondergeschikte rol van
            één van beide. Dat bezwaarmakers naast het zijn van eigenaar en beheerder ook een
            andere hoedanigheid hebben, als “Billing Agent” of “Licence Holder” maakt dit niet
            anders.
          34. De commissie stelt vast dat 1X Corp haar rol als overtreder niet heeft ontkend. Voorts
            blijkt deze rol ook uit de omstandigheid dat 1X Corp de site 1xbet.com heeft
            geregistreerd ten behoeve van de licentie met nummer 1668/JAZ en daarbij als
            e-mailadres admin-securitu@1xbet.com is opgegeven.14 Bovendien worden de
            werkzaamheden van het bedrijf bij de Curaçaose Kamer van Koophandel omschreven
            als “to provide off-shore games of chance and wagering through the internet,
            including but not limited to games of skill and internet, in compliance with regulations
            of Curacao. This service shall be referred for all purposes as “Internet casino/Internet
            Wagering/Internet Sportsbook/Internet Lottery provided it concerns aforementioned
            services which will – be rendered from an area that has been designated as an – E-
            zone in conformity with the local E-zone Law.” Hieruit volgt dat 1XCorp niet alleen de
            site in beheer heeft, maar zich ook bezig houdt met het aanbieden van kansspelen en
            weddenschappen via internet. De commissie is van oordeel dat het hier gaat om een
            rol van voldoende gewicht om op zijn minst te kunnen spreken van medeplegen.
          35. De commissie is van oordeel dat uit het onderzoeksdossier ook blijkt dat de rol van
            Exinvest van voldoende gewicht is om te kunnen spreken van medeplegen met
            1X Corp. De commissie stelt vast dat uit de gegevens van Creditsafe blijkt dat
            Exinvest de handelsnaam 1xBet hanteert, bereikbaar is op het e-mailadres info-
            en@1xbet.com en https://www.1xbet.com als website heeft opgegeven.15 Uit het
            onderzoeksdossier blijkt bovendien dat Exinvest, naast de rol als beheerder en
            eigenaar, ten minste de financiële kant van de sites van 1xbet voor haar rekening
            neemt. Zo blijkt uit het onderzoeksdossier dat [bedrijf 2], de rechtsvoorganger van
            Exinvest, voor de website www.1xbet.com een servicecontract heeft gesloten met een
            betaaldienstverlener ten behoeve van online bankoverschrijvingen.16 Waarbij ook
            overeen is gekomen dat de betaaldienstverlener betalingen via iDEAL mogelijk
            maakt.17 Exinvest heeft deze service contracten met de betaaldienstverlener
            overgenomen. Exinvest heeft dus een contract met een betaaldienstverlener ten
            behoeve van online bankoverschrijvingen en onder andere iDEAL. In dit contract staat
            als company ID www.1xbet.com, Exinvest heeft dus als eigenaar van de website een
            contract met een betaaldienstverlener. De commissie overweegt dat het organiseren
            van de financiële kant van de websites, zodat klanten geld kunnen inzetten, een
            essentieel onderdeel van de bedrijfsvoering van een gokwebsite vormt. De bijdrage
            van Exinvest is daarmee van (meer dan) voldoende gewicht geweest.
          36. Voor zover bezwaarmakers hebben bedoelen te stellen dat Exinvest als Billing Agent
            niet als overtreder kan worden aangemerkt, omdat zij slechts de rol van
            betaaldienstverlener op zich neemt, gaat dit naar het oordeel van de commissie niet
            op. Uit randnummer 35 volgt immers dat Exinvest niet zelf de betaaldienstverlener is,
            maar als eigenaar van de site 1xbet een contract heeft met een betaaldienstverlener.

          14 Bijlage 4: stuk 12544/01.029.358/05D.
          15 Bijlage 4: stuk 12554/01.029.238/04D.
          16 Bijlage 7: stuk 12544/01.037.492/01 en 02.
          17 Bijlage 7: stuk 12544/01.037.492/03.
                                                                        7</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019
          37. De commissie is gelet op het bovenstaande van oordeel dat bezwaarmakers zichzelf
            niet alleen presenteren als twee gelijkwaardige partijen, maar dat uit de feiten en
            omstandigheden voldoende blijkt dat de rol van beide bezwaarmakers van voldoende
            gewicht is om te kunnen spreken van medeplegen. Zowel 1X Corp als Exinvest
            kunnen daardoor op zijn minst als medeplegers worden aangemerkt. De commissie is
            van oordeel dat de Kansspelautoriteit de bezwaarmakers daarom beide als overtreder
            heeft kunnen aanmerken.
          38. In 1.4. van de aanvullende bezwaargronden,18 wordt aangevoerd dat uit de
            onderzoeksrapportage niet volgt dat 1X Corp en Exinvest beiden eigenaar of
            beheerder zijn van 106 websites in totaal.

          39. De commissie merkt op dat uit het onderzoeksdossier volgt dat er nader onderzoek is
            gedaan naar andere domeinen waarin de term “bet ”of ”xbet” voorkwam.19 De
            toezichthouder heeft vastgesteld dat er 92 websites in de Nederlandse taal werden
            aangeboden, dat het op bij veel accounts mogelijk was om met de bestaande
            spelersaccount in te loggen en dat een groot deel van de websites algemene
            voorwaarden hadden waarin Exinvest en 1X Corp werden genoemd. Dit onderzoek is
            vastgelegd in een schema.20 De commissie overweegt dat dit schema als volgt moet
            worden gelezen: als het mogelijk was om op de website in te loggen met de
            gegevens van, het voor 1xbet.com of xbet-1.com aangemaakte account, dan staat er
            in de kolom “Inlog (bijlage)” een cijfer aangevuld met een a. Als er op de website
            algemene voorwaarden aanwezig waren waarin 1X Corp en Exinvest werden
            genoemd, dan is er in de kolom “AV” een cijfer opgenomen aangevuld met de letter
            b. Aan de hand van het schema is vervolgens vast te stellen dat er in totaal 83
            andere websites waren, die gesteld waren in de Nederlandse taal, waarbij ingelogd
            kon worden met het bestaande spelersaccount en waarbij 1X Corp en Exinvest in de
            algemene voorwaarden werden genoemd als eigenaar en beheerder. Ter
            ondersteuning heeft de toezichthouder van twee sites een schermafdruk met de
            algemene voorwaarden overgelegd.21
          40. Hieruit blijkt naar het oordeel van de commissie voldoende dat er 83 andere
            Nederlandstalige domeinen waren, die in eigendom en beheer waren van 1X Corp en
            Exinvest en waarbij je kon inloggen met het bestaande gebruikers account. De
            commissie volgt de stelling van bezwaarmakers niet.

          41. In 1.5. van de aanvullende gronden, wordt aangevoerd dat er in dit geval, anders dan
            in de uitspraak van de Raad van State van 26 september 201822 geen sprake is van
            zodanige verwevenheid dat er gesproken kan worden van twee overtreders voor een
            feitencomplex.

          42. De commissie verwijst naar hetgeen in de randnummers 26 tot en met 37 is
            overwogen. De commissie is van oordeel dat vast staat dat er sprake is van twee
            overtreders. De door bezwaarmakers aangevoerde feitelijke omstandigheden uit
            rechtsoverweging 6.2 van de uitspraak, zijn voor die vaststelling niet noodzakelijk.


          18 12924/01.052.630.
          19 Bijlage 15, stuk 12544/01.037.487.
          20 Bijlage 15, stuk 12544/01.037.487AA.
          21 Bijlage 15, stuk 12544/01.037.487/08b en stuk 12544/01.037.487/86b.
          22 ECLI:NL:RVS:2018:3130.
                                                                        8</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019
          43. In 1.7. van de aanvullende gronden staat dat uit de zaak “Redslots” blijkt dat wel
            aandacht moet worden besteed aan de rolverdeling tussen de betrokken
            rechtspersonen. In die zaak is volgens bezwaarmakers aan de serviceprovider geen
            boete opgelegd, omdat het slechts een serviceprovider was. De commissie kan de
            bezwaar niet plaatsen. Geen van beide partijen is aan te merken als serviceprovider
            en ook overigens is in randnummers 26 tot en met 37 uitgebreid ingegaan op de
            bewuste en nauwe samenwerking bij het overtreden van artikel 1, eerste lid, onder a
            van de Wok.
          44. De commissie adviseert de bezwaren te passeren.
          4.2.2. Ten aanzien van grond f, k, n (hoogte boete)

          45. Aangevoerd wordt dat de hoogte van de boete niet evenredig is en dat er niet is
            gebleken van een grondige belangenafweging in de zin van artikel 3:4 van de Awb.

          46. De commissie overweegt allereerst dat er is vastgesteld dat er sprake is van een
            overtreding en dat bezwaarmakers ieder afzonderlijk zijn aan te merken als
            overtreders. Uit het sanctiebesluit blijkt dat bij de vaststelling van de boete rekening
            is gehouden met de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan
            bezwaarmakers kan worden verweten. De vereisten zoals genoemd in artikel 5:46
            van de Awb. Dit is te lezen in randnummer 77 tot en met 112 van het sanctiebesluit.

          47. De boete valt binnen het in artikel 35a van de Wok gegeven maximale boete hoogte
            en is vastgesteld conform de boetebeleidsregels ten aanzien van aanbieden
            kansspelen online zonder vergunning.23
          48. Het is de commissie niet gebleken dat de opgelegde boete gelet op de feiten en
            omstandigheden van het geval onevenredig hoog is. Bezwaarmakers boden op twee
            websites ongeveer 1000 weddenschappen en 300 (op de site 1xbet.com)
            respectievelijk 1200 (op de site xbet-1.com) andere spellen aan. Verder boden zij
            verschillende bonussen, hoge (dagelijkse) jackpots en promoties aan en waren er bij
            live casino spelen (€ 50.000) en TV Games (€ 5.000) hoge inzetten mogelijk. Dit zijn
            conform het boetebeleid redenen om de basisboete te verhogen. Bovendien kon het
            gebruikersaccount dat is aangemaakt voor de uitgebreid onderzochte websites,
            gebruikt worden bij 83 andere Nederlandstalige gokwebsites. De commissie
            onderschrijft dat dit als bijzondere boete verhogende omstandigheid is aan te
            merken. Deze omstandigheid vergemakkelijkt - onder meer - de toegang tot de
            gokwebsites en vergroot daarmee de beschikbaarheid voor de spelers.
          49. De commissie overweegt dat de ernst van de overtreding afhankelijk is van de
            inrichting van de websites. De ernst van de overtreding is daarom voor beide
            bezwaarmakers gelijk. Bovendien is de commissie van oordeel dat de overtreding in
            dezelfde mate aan de bezwaarmakers kan worden verweten, omdat er sprake is van
            een bewuste en nauwe samenwerking. Een afzonderlijke toets per bezwaarmaker, of
            de boete passend en geboden is, is daarom niet nodig.

          50. Bezwaarmakers hebben aangevoerd dat de Kansspelautoriteit geen rekening heeft
            gehouden met de (lage) omzet die in Nederland zou zijn behaald. Anders dan
            bezwaarmakers betogen is de behaalde omzet niet relevant voor het bepalen van de


          23 https://kansspelautoriteit.nl/onderwerpen/a-z/aanpak-online/.

                                                                        9</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019
            hoogte van de sanctie. De overtreding ziet immers op het gelegenheid geven tot
            deelneming aan kansspelen zonder vergunning en niet op de vraag of er van de
            geboden gelegenheid gebruik is gemaakt of in welke mate van die gelegenheid
            gebruik is gemaakt.
          51. De commissie is van oordeel dat in het besluit rekening is gehouden met alle
            aanwezige belangen. Bezwaarmakers hebben ook niet gemotiveerd aangevoerd dat
            er sprake zou zijn van financieel (on)vermogen om de boetes te betalen, verweerder
            kan dan ook niet met dergelijke belangen rekeninghouden in de afweging.
          52. Gelet op het feitencomplex is de commissie van oordeel dat de hoogte van de boete
            goed is opgebouwd en dat er geen aanleiding bestaat om de boete te verlagen.

          53. Tijdens de hoorzitting hebben bezwaarmakers verder aangevoerd dat de boete op
            nihil moet worden gesteld of moet worden gematigd omdat onzorgvuldige verzending
            van het onderzoeksdossier en vroegtijdige publicatie van het sanctiebesluit al een
            voldoende sanctie vormen.

          54. De commissie overweegt dat de openbaarmaking geen sanctie is. De commissie
            verwijst onder meer naar de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 mei 2011
            (ECLI:NL:RBROT:2011:BQ3528), waarin is geoordeeld dat publicatie van een
            sanctiebesluit geen punitief karakter heeft. Het publicatiebesluit is niet gericht op
            leedtoevoeging, maar onder meer op waarschuwing van - in het onderhavige geval -
            consumenten. Het eventueel daardoor ontstaan van economisch nadeel voor
            bezwaarmakers is geen leedtoevoeging in vorenbedoelde zin.24
          55. De commissie is tevens van oordeel dat de wijze van verzending van het
            onderzoeksdossier niet is aan te merken als een sanctie. Bovendien is niet gebleken
            dat er door deze verzending gegevens buiten het bedrijf zelf openbaar zijn geworden.

          56. De commissie ziet in beide omstandigheden geen aanleiding om de sanctie op nihil te
            stellen dan wel te matigen.

          4.2.3. Ten aanzien van grond a, b, h, j (wijze van boete oplegging -
                 hoofdelijke aansprakelijkheid).

          57. De commissie stelt vast dat gronden a, b, h en j gericht zijn tegen het besluit van de
            raad van bestuur om de bestuurlijke boete aan beide rechtspersonen gezamenlijk op
            te leggen en de rechtspersonen daarvoor elk hoofdelijk aansprakelijk te stellen.
            Bezwaarmakers hebben onder meer aangevoerd dat de Kansspelautoriteit onbevoegd
            was om een boete met hoofdelijke aansprakelijkheid op te leggen, omdat het
            rechtsfiguur niet is neergelegd in de wet.
          58. De commissie heeft kennisgenomen van de uitspraak van het College van Beroep
            voor het bedrijfsleven (hierna; CBb) van 5 februari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:47,
            waarin het CBb heeft geoordeeld dat: de constructie van hoofdelijke
            aansprakelijkstelling geen wettelijke grondslag heeft. De Algemene wet bestuursrecht
            (Awb) biedt geen grondslag voor het hoofdelijk aansprakelijk stellen van een persoon
            voor (een deel van) een boete die aan een andere persoon is opgelegd. De Whc en de


          24 Dit blijkt ook uit vaste jurisprudentie van de Raad van State van 22 februari 2012,
          ECLI:NL:RVS:2012:BV6576 en 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9561.

                                                                       10</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019
            Instellingswet ACM bieden evenmin een grondslag voor deze door ACM gehanteerde
            constructie. De constructie past ook niet in het systeem van de bestuurlijke boete,
            dat uitgaat van het individueel beboeten van elke overtreder, waarbij voor elke
            overtreder afzonderlijk dient te worden beoordeeld in welke mate hem de overtreding
            kan worden verweten en wat de draagkracht van de overtreder is. (overweging
            6.12.4).
          59. Gelet op deze uitspraak van het CBb adviseert de commissie om het bezwaar op dit
            punt gegrond te verklaren en het besluit op het punt van de wijze van boeteoplegging
            te wijzigen. De commissie adviseert om aan beide bezwaarmakers afzonderlijk een
            boete op te leggen.
          60. De commissie wijst erop dat zij meent, zoals blijkt uit randnummer 49, dat de
            overtreding de beide rechtspersonen in dezelfde mate kan worden verweten.

          61. Wat betreft de hoogte van de aan beide overtreders op te leggen boete, overweegt
            de commissie dat de Kansspelautoriteit er rekening mee dient te houden dat de
            bezwaarmakers er vergeleken met het primaire besluit niet slechter op mogen
            worden. Gezien daarnaast het feit dat er naar het oordeel van de commissie geen
            aanleiding is om de boete te matigen, komt het de commissie passend voor dat aan
            1X Corp en Exinvest ieder afzonderlijk een boete van € 200.000,- wordt opgelegd.
          4.2.4. Ten aanzien van grond g (strijd met art. 7 EVRM afwijken van
                 gedoogbeleid).

          62. Aangevoerd wordt dat de Kansspelautoriteit onbevoegd en dus in strijd met artikel 7
            EVRM heeft gehandeld door in afwijking van het gedoogbeleid toch over te gaan tot
            vervolging.
          63. De commissie overweegt allereerst dat de raad van bestuur op grond van artikel 1,
            eerste lid, onder a van de Wok j° artikel 35a, eerste lid, van de Wok bevoegd is om
            een bestuurlijke boete op te leggen voor het aanbieden van online kansspelen zonder
            vergunning.

          64. Het is de commissie bekend dat de raad van bestuur een zekere rangschikking
            toepast bij de aanpak van overtreders. Dit beleid is uiteengezet in onderdeel 6.3 van
            het sanctiebesluit. Het komt erop neer dat in beginsel eerst aanbieders worden
            aangepakt die online kansspelen aanbieden op een website met de extensie -.nl,
            waarvan de website deels of geheel in de Nederlandse taal is of die reclame maken
            op televisie, radio of in gedrukte media. Met ingang van 1 juni 2017 richt de
            Kansspelautoriteit haar aandacht ook op alle andere aanbieders die hun aanbod
            specifiek en onmiskenbaar op Nederland richten.

          65. Een illegale aanbieder die niet aan de prioriteringscriteria voldoet, komt ook voor
            handhaving in aanmerking, maar heeft slechts een lagere prioriteit. De rechtbank Den
            Haag oordeelde in dit verband reeds meermaals in duidelijke bewoordingen: “Het niet
            voldoen aan deze prioriteringscriteria betekent overigens niet dat van een overtreding
            geen sprake is, of dat [de raad van bestuur] niet handhavend zou mogen optreden.”25
          66. Anders dan bezwaarmakers menen, is er dus geen sprake van gedoogbeleid en is de
            bevoegdheid om te handhaven ook niet komen te ontvallen. Bovendien zijn de


          25 Rb. Den Haag 3 februari 2017, SGR 16/5013 (Bluemay II), overweging 4, 10 augustus 2016, SGR 14/7589
          en 15/778 (Imperial), overweging 6 en 20 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4235 (Bluemay), overweging 4.3.
                                                                       11</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019
            websites 1xbet.com en xbet-1.com in de Nederlandse taal gesteld waardoor zij zich
            prioriteerden voor handhaving. Als een aanbieder zich heeft geprioriteerd voor
            handhavend optreden, wordt het volledige aanbod van deze aanbieder in onderzoek
            genomen.26 De bevoegdheid om te handhaven is dus altijd blijven bestaan er is geen
            sprake van een schending van artikel 7 van het EVRM.
          67. De commissie adviseert dit bezwaar te passeren.

          4.2.5. Ten aanzien van grond i (vertrouwensbeginsel)
          68. Aangevoerd wordt dat de Kansspelautoriteit het vertrouwensbeginsel schendt, omdat
            bezwaarmakers erop mochten vertrouwen dat aan haar conform de
            prioriteringscriteria geen sanctie zou worden opgelegd.

          69. De commissie overweegt dat er geen sprake is van een schending van het
            vertrouwensbeginsel. In de prioriteringscriteria genoemd op de website van de
            Kansspelautoriteit staat namelijk dat de Kansspelautoriteit zich bij de bestrijding van
            online gokken vooral richt op aanbieders die zich op de Nederlandse consument
            richten en dat daarvan in ieder geval sprake is als ze gebruikmaken van de
            Nederlandse taal.27 De commissie wijst ook op het handhavingsbeleid van de
            Kansspelautoriteit van oktober 2016.28 Hieruit was voor bezwaarmakers af te leiden
            dat de websites zich juist prioriteerden voor handhaving. Bezwaarmakers konden er
            dan ook niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat er geen sanctie zou worden
            opgelegd.
          70. De commissie adviseert dit bezwaar te passeren.

          4.2.6. Ten aanzien van grond l (schending van de AVG)

          71. Aangevoerd wordt dat het sanctiebesluit het zorgvuldigheidsbeginsel schendt, omdat
            er sprake is van ernstige schending van de AVG. Deze schending zou eruit hebben
            bestaan dat de Kansspelautoriteit naar een natuurlijke persoon te herleiden gegevens
            heeft laten staan in de openbaar gemaakte versie van het sanctiebesluit en daarnaast
            de toegangsgegevens tot het onderzoeksdossier heeft gemaild zonder dat het aan
            een specifiek persoon was gericht.

          72. Met betrekking tot de herleiding naar een natuurlijk persoon overweegt de commissie
            het volgende. Vooropgesteld dient te worden dat de Kansspelautoriteit geen namen
            van natuurlijke personen heeft vermeld in haar besluiten. Wel zijn de namen van
            bezwaarmakers vermeld, op basis van Artikel 8 Wob, dat een wettelijke grondslag
            biedt voor de openbaarmaking van het sanctiebesluit en de bedrijfsnamen van de
            overtreders. De openbaarmaking ziet namelijk op informatie die gaat over de
            uitvoering van het beleid van de Kansspelautoriteit.29 In het openbaarmakingsbesluit
            heeft de Kansspelautoriteit gemotiveerd aangegeven waarom het sanctiebesluit en de
            bedrijfsnamen van de overtreders openbaar gemaakt dienen te worden. De
            commissie overweegt dat de mogelijkheid om de naam van de directeur van een

          26 Vgl. ECLI:NL:RVS:2018:155, overweging 3.
          27 Te raadplegen op: https://kansspelautoriteit.nl/onderwerpen/a-z/aanpak-online/.
          28 Te raadplegen op: www.kansspelautoriteit.nl/besluiten/.
          29 Vgl. vzr. Rb. Rotterdam, 21 februari 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ4032: […] stelt de voorzieningenrechter
          voorop dat artikel 8 van de Wob een toereikende wettelijke grondslag voor bestuursorganen biedt om
          boetebesluiten te publiceren […].
                                                                       12</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019
            bedrijf te herleiden inherent is aan de uitoefening van de functie en de wijze van
            registratie in bijvoorbeeld de handelsregisters van Kamers van Koophandel. Alleen
            afzien van openbaarmaking van de naam Exinvest, de naam 1X Corp én de namen
            van de websites, zou in dit geval voorkomen dat naam van de directeur te herleiden
            is. Gelet op het doel van de openbaarmaking acht de commissie dat niet wenselijk.
            Het doel van de openbaarmaking zou daarmee teniet worden gedaan.
          73. De commissie adviseert dit bezwaar te passeren.
          74. Ten aanzien van de tweede gestelde schending van de AVG, stelt de commissie vast
            dat uit het onderzoeksdossier30 blijkt dat de e-mail, waarnaar bezwaarmakers in 6.14
            van de aanvullende gronden verwijzen, is verzonden naar zes e-mailadressen van
            1xbet.com. Dit zijn e-mailadressen die op de site van 1xbet.com zijn opgegeven als
            contactgegevens van 1xbet zelf.31 De bewuste e-mail is derhalve niet naar “een ieder’’
            verzonden. De commissie is derhalve van oordeel dat er geen sprake is van een
            schending van de AVG. Nergens blijkt overigens uit dat het onderzoeksdossier door
            deze handelswijze “op straat” is komen te liggen of bij de onjuiste persoon terecht is
            gekomen.

          75. Bovendien stelt de commissie vast dat het gaat om handelingen in de voorprocedure.
            De commissie overweegt dat, mocht er al sprake zijn van een onzorgvuldigheid in
            deze voorprocedure, dit de rechtmatigheid van het sanctiebesluit niet aantast. De
            commissie ziet daarom geen aanleiding om hier verder op in te gaan.

          76. De commissie adviseert ook dit bezwaar te passeren.

          4.2.7. Ten aanzien van grond m (willekeur)

          77. Aangevoerd wordt dat er sprake is van schending van het verbod van willekeur,
            omdat de belangrijkste reden voor het starten van het onderzoek een ingediende
            klacht was, waarbij niet is onderzocht of die klacht juist was.
          78. De commissie overweegt dat de Kansspelautoriteit is belast met toezicht op de
            naleving van de bepalingen uit de Wet op de kansspelen. Een melding is daarom
            genoeg aanleiding om een site te onderzoeken. In dit geval zijn er twee meldingen
            ontvangen die op zichzelf aanleiding gaven om te vermoeden dat er sprake was van
            gerichtheid op Nederland. Op het moment dat werd vastgesteld dat de site in de
            Nederlandse taal werd gesteld, prioriteerde de site zich derhalve al voor nader
            onderzoek en handhaving.

          79. Uit het onderzoeksdossier blijkt dat de meldingen op zichzelf in dit geval niet de
            aanleiding waren om over te gaan tot nader onderzoek. De meldingen zijn echter wel
            gebruikt om vast te stellen welke websites als eerste aan nader onderzoek ten
            behoeve van handhaving worden onderworpen.32 Bij die vaststelling is gebleken dat
            1xbet.com in de top 3 stond van meest schadelijke online aanbieders die het meest
            gericht waren op Nederland. Het onderzoek is gelet daarop verder voortgezet. De
            commissie acht deze werkwijze niet willekeurig.
          80. De commissie adviseert dit bezwaar te passeren.


          30 Bijlage 17: stuk 12544/01.039.671 en Bijlage 18: stuk 12544/01.039.672.
          31 Bijlage 2: stuk 12544/01.023.825/06.
          32 Bijlage 1: stuk 12544/01.039.111.
                                                                       13</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019

          4.2.8. Ten aanzien van grond o (hoorzitting bezwaar)

          81. Aangevoerd wordt dat de hoorzitting in bezwaar niet met alle waarborgen is omkleed,
            omdat één van de leden van de commissie bij de procedure tot oplegging van de
            sanctie en bij voorlopige voorziening betrokken is geweest.

          82. De commissie stelt allereerst vast dat zij een adviescommissie is zoals bedoeld in
            artikel 7:13 van de Awb. Een dergelijke adviescommissie is ingesteld om het
            bestuursorgaan over het bezwaar te adviseren. Ten behoeve van dit advies hoort de
            adviescommissie partijen, op grond van artikel 7:13, derde lid, van de Awb. Het gaat
            dus om een adviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Awb die hoort om zijn
            taak te kunnen uitoefenen en niet om een hoorcommissie in de zin van artikel 7:5
            van de Awb.
          83. Dat het hier gaat om een adviescommissie volgt uit de samenstelling van de
            commissie. Zoals ook tijdens de hoorzitting is toegelicht, maakt de voorzitter van de
            adviescommissie geen deel uit van de Kansspelautoriteit en is de voorzitter niet
            werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de Kansspelautoriteit. De commissie
            stelt vast dat één van de leden van de commissie inderdaad betrokken is geweest bij
            de procedure tot oplegging van de sanctie en bij de behandeling van het verzoek om
            een voorlopige voorziening. Dit leidt alleen niet tot de conclusie dat de hoorzitting
            niet met waarborgen is omkleed.
          84. Uit art. 7:13 van de Awb vloeit voort dat slechts de voorzitter van een krachtens dat
            artikel ingestelde adviescommissie onafhankelijk moet zijn. Uit artikel 7:13 van de
            Awb volgt niet dat de overige leden niet bij de voorbereiding van het besluit
            betrokken mogen zijn geweest. In dit geval wordt de onafhankelijkheid van het
            advies geborgd door de onafhankelijke voorzitter en de omstandigheid dat de
            meerderheid van de commissie niet bij de voorbereiding van het sanctie besluit
            betrokken is geweest. Het lid dat betrokken is geweest bij de eerdere besluitvorming
            heeft geen beslissende stem.

          85. Ten overvloede merkt de commissie op dat in de brief van 5 maart 2019 een onjuiste
            beschrijving van de gebeurtenissen tijdens de hoorzitting is gegeven.33 De
            gemachtigde heeft ter zitting aangegeven dat zij niet het mandaat had om op alle
            vragen een antwoord te geven. Zij heeft daarom zelf verzocht om de mogelijkheid om
            de vragen alsnog aan een collega voor te leggen voor een antwoord. De commissie
            heeft hiermee ingestemd.
          86. De commissie adviseert dit bezwaar te passeren.








          4.2.9. Slotopmerking


          33 12924/01.053.101.
                                                                       14</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019
          87. De commissie adviseert om de bezwaren tegen de hoofdelijke boeteoplegging - zoals
            beschreven in randnummer 57 tot en met 61 - gegrond te verklaren en de overige
            bezwaren tegen het sanctiebesluit ongegrond te verklaren.

          88. Gelet op het voorgaande ziet de commissie geen aanleiding tot vergoeding voor de
            gestelde maar niet geconcretiseerde schade. Het besluit tot boeteoplegging blijft
            immers in essentie in stand.
          89. Voor wat betreft de proceskosten wordt verwezen naar randnummer 121.

          4.3 Ten aanzien van het bezwaar tegen het openbaarmakingsbesluit

          90. De commissie heeft kennis genomen van de uitspraak van de voorzieningenrechter
            van de rechtbank Den Haag van 22 februari 2019.34 De voorzieningenrechter heeft
            onder meer geoordeeld dat de raad van bestuur het belang van de met
            openbaarmaking gediende doelen zwaarder mocht laten wegen dan het belang van
            bezwaarmakers.

          4.3.1 Ten aanzien van grond a (het zorgvuldigheidsbeginsel)
          91. De commissie is van oordeel dat er geen sprake is van strijd met het
            zorgvuldigheidsbeginsel. Bezwaarmakers zijn voldoende in de gelegenheid gesteld om
            hun zienswijze te geven op de openbaarmaking. De Kansspelautoriteit hanteert als
            vast beleid dat boetebesluiten openbaar worden gemaakt. In de uitnodiging van de
            hoorzitting is hierop gewezen en bij de hoorzitting wordt dit expliciet genoemd. Dit
            wordt gedaan zodat bezwaarmakers tijdens de hoorzitting de gelegenheid hebben om
            hun standpunt over de bekendmaking van een eventueel boetebesluit bekend te
            maken. Doorgaans voeren bezwaarmakers dan algemene standpunten aan tegen de
            openbaarmaking van het boetebesluit. Bijvoorbeeld dat openbaarmaking
            imagoschade oplevert of dat in het dossier bedrijfsvertrouwelijke informatie is
            opgenomen (bijvoorbeeld contracten) die ook in het besluit kan worden vermeld en
            zij verzoeken deze informatie buiten openbaarmaking te houden. Deze standpunten
            worden in de belangenafweging het openbaarmakingsbesluit meegenomen. In dit
            geval hebben bezwaarmakers na de hoorzitting nog gebruik gemaakt van de
            mogelijkheid om schriftelijke zienswijze te geven. Vervolgens zijn bezwaarmakers na
            bekendmaking van het besluit in de gelegenheid gesteld om gemotiveerd aan te
            geven of er nog concrete gegevens in het boetebesluit staan die niet openbaar
            gemaakt zouden moeten worden. Hiervoor worden in beginsel vijf werkdagen
            gegeven. Dit wordt gedaan zodat de Kansspelautoriteit nog binnen de veertien dagen
            voor een voorlopige voorziening kan reageren op deze zienswijze en zo mogelijk
            aanpassingen kan doen in de openbaar te maken versie. Mocht de termijn van vijf
            werkdagen onvoldoende blijken, dan hebben de bezwaarmakers de mogelijkheid om
            bij de Kansspelautoriteit uitstel te verzoeken. Dit wordt in het algemeen ook
            verleend. De termijn voor het geven van een zienswijze is vijf werkdagen, maar de
            termijnen voor het indienen van een voorlopige voorziening en het maken van
            bezwaar was onverminderd 14 dagen respectievelijk 6 weken.
          92. Anders dan bezwaarmakers in 3.1.9. van de gronden tegen de openbaarmaking35
            stellen, is het de commissie niet gebleken dat in de onderzoeksfase ‘op de bonnefooi’


          34 Zie onder randnummer 6.
          35 Stuk 13175/01.048.520
                                                                       15</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019
            grote hoeveelheden vertrouwelijke informatie aan derden is gezonden. Voor zover
            bezwaarmakers doelen op de e-mail, zoals deels opgenomen in de aanvullende
            gronden van 22 februari 2019, is deze e-mail enkel verzonden naar de op de website
            van 1xbet.com genoemde e-mailadressen. Deze e-mail is dus naar het bedrijf van
            bezwaarmakers en niet aan derden toegezonden. Bovendien bestaat het
            onderzoeksrapport (en daarmee het boetebesluit) grotendeels uit informatie uit
            openbaar toegankelijke bronnen, namelijk informatie van de websites van 1X Corp en
            Exinvest. Deze gegevens kunnen niet als vertrouwelijk worden aangemerkt. Alleen de
            informatie van de betaaldienstverlener en het Openbaar Ministerie is niet afkomstig
            van openbare bronnen. Mochten bezwaarmakers doelen op het contact met de
            betaaldienstverlener en het Openbaar Ministerie dan merkt de commissie op dat de
            toezichthouders bevoegd waren om een verzoek te doen bij de betaaldienstverlener
            en om contact op te nemen met het Openbaar Ministerie. Zij hebben daarbij niet
            meer informatie verstrekt dan voor een goede uitoefening van hun taken noodzakelijk
            was.
          93. Anders dan bezwaarmakers betogen is er wel sprake geweest van een
            belangenafweging ten behoeve van een directe openbaarmaking. Deze
            belangenafweging is terug te vinden in het openbaarmakingsbesluit.
          94. In aanvulling hierop overweegt de commissie dat de openbaarmaking niet kon
             worden afgewacht, omdat de praktijk leert dat bezwaar- en beroepsprocedures lang
             kunnen duren. Aanbieders gebruiken die periode doorgaans om hun (beboete)
             praktijken voort te zetten, met alle schadelijke gevolgen van dien. In dit geval
             betekent dat bijvoorbeeld dat consumenten niet gewaarschuwd kunnen worden voor
             het feit dat bezwaarmakers op verschillende sites illegaal kansspelen ter beschikking
             stellen. Het doet ook ernstig afbreuk aan de preventieve, afschrikwekkende werking
             van het boetebesluit. Bovendien heeft het weinig zin om inzicht te geven in de
             uitvoering van het huidige beleid van de Kansspelautoriteit, als de
             uitvoeringsbesluiten pas geruime tijd later openbaar zijn.
          95. Bovendien kan er door bezwaarmakers op ieder moment een (nieuwe) website
            worden ingeschakeld die dan beschikbaar is vanuit Nederland. Gelet op de
            hoeveelheid websites die bij het onderzoek zijn aangetroffen is dit niet
            onaannemelijk. Bovendien is het voor de Kansspelautoriteit niet mogelijk om direct
            op te merken als er een (nieuwe) website van deze bezwaarmakers beschikbaar
            wordt vanuit Nederland. Daarom is het van belang om de consument onmiddellijk te
            waarschuwen en kan niet worden afgewacht tot het besluit onherroepelijk is
            geworden.
          96. De commissie verwijst in aanvulling daarop naar de uitspraak van de voorzieningen
            rechter van 22 februari 2019.

          97. De commissie adviseert dit bezwaar te passeren.

          4.3.2 Ten aanzien van grond b (vooringenomenheid)

          98. Aangevoerd wordt dat de Kansspelautoriteit in haar taakvervulling
            vooringenomenheid heeft getoond.

          99. De commissie kan bezwaarmakers hierin niet volgen. De commissie overweegt dat de
            mededeling in de uitnodiging van de hoorzitting en tijdens de hoorzitting, dat het vast
            beleid is om boetebesluiten openbaar te maken, zorgvuldig is omdat partijen
            daardoor vast hun algemene standpunten aan de orde kunnen brengen. Deze
                                                                       16</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019
            algemene mededeling wil niet zeggen dat er altijd een boetebesluit wordt genomen.
            De Kansspelautoriteit gebruikt deze werkwijze in alle boetezaken, terwijl er niet in al
            die boetezaken aan alle partijen die om een zienswijze is gevraagd daadwerkelijk een
            boete is opgelegd.
         100. De passage in het openbaarmakingsbesluit dat er “geen aanleiding is te
            veronderstellen dat het boetebesluit in rechte geen stand zal houden” duidt volgens
            de commissie ook niet op vooringenomenheid. Het gaat hier om vertrouwen in een
            deugdelijk onderzoek en een goede besluitvorming, zonder een dergelijk vertrouwen
            in de juistheid van de besluitvorming zou een besluit niet tot stand moeten komen.
            Wat overigens niet wegneemt dat een latere heroverweging toch kan leiden tot
            vernieuwde inzichten en wijzigingen van het besluit. De commissie verwijst in
            aanvulling daarop naar de uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 februari
            2019.
         101. De commissie adviseert dit bezwaar te passeren.


         4.3.3 Ten aanzien van grond c (evenredigheidsbeginsel en wettelijke
               grondslag)

         102. Aangevoerd wordt dat de Kansspelautoriteit in strijd handelt met het
            evenredigheidsbeginsel, omdat de handelwijze van de Kansspelautoriteit (zoals het
            opnemen van achtergrond informatie in het sanctiebesluit), niet noodzakelijk was
            voor het dienen van de door de Kansspelautoriteit genoemde doelen. Bovendien
            bestaat er geen wettelijke grondslag voor de openbaarmaking van het sanctiebesluit.
         103. De commissie overweegt dat de handelwijze niet onevenredig is geweest met de te
            dienen doelen. Het onderzoeksdossier is niet openbaar gemaakt en in het
            boetebesluit is slechts een korte omschrijving gegeven van de hoofdpunten van het
            dossier. Een dergelijke korte omschrijving is naar het oordeel van de commissie nodig
            ter motivering van de op te leggen boete, zonder deze omschrijving zal het besluit
            onvoldoende zijn onderbouwd en in strijd komen met het motiveringsbeginsel.

         104. Bezwaarmakers hebben tevens aangevoerd dat het onevenredig is om het besluit
            openbaar te maken, wanneer de juistheid van het besluit niet in rechte is getoetst.
            De commissie overweegt dat uit vaste rechtspraak36 volgt dat publicatie voordat een
            besluit in rechte vast is komen te staan mag, wanneer de mogelijkheid wordt
            gegeven om een voorlopige voorziening in te dienen en wanneer uit de voorlopige
            voorziening blijkt dat het openbaar te maken boetebesluit de voorlopige
            rechtmatigheidstoets kan doorstaan. Aangezien is bleken dat het boetebesluit de
            voorlopige rechtmatigheidstoets kon doorstaan,37 mocht de Kansspelautoriteit
            overgaan tot publicatie van het besluit voordat het in rechte vast is komen te staan.
         105. De Kansspelautoriteit heeft als beleid om de namen van de overtreders (niet zijnde
            natuurlijke personen) openbaar te maken. Anders dan bezwaarmakers menen, is



          36 Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 10
          november 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO3468 en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 augustus
          2013, ECLI:NL:RBROT:2013:5927.
          37 Uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van 22 februari 2019, met kenmerk SGR
          19/284 en SRG 19/286.
                                                                       17</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019
            openbaarmaking geen bijkomende sanctie. Dit blijkt ook uit de rechtspraak.38 Voorts
            zal het niet openbaar maken van namen van overtreders als ongewenst neveneffect
            hebben dat de hele sector op de overtreding wordt aangekeken.
         106. De commissie kan bezwaarmakers niet volgen in de stelling dat er geen wettelijke
            grondslag was voor openbaarmaking van de sanctie. Ten aanzien van deze stelling
            verwijst de commissie naar rechtsoverweging 7.1 en 7.2 van uitspraak van de
            voorzieningen rechter van 22 februari 2019 en naar randnummer 72.
         107. De commissie adviseert de bezwaren te passeren.

         4.3.4 Ten aanzien van grond d (schending van het recht op privacy)

         108. Aangevoerd wordt dat de Kansspelautoriteit het recht op privacy schendt zoals
            genoemd in artikel 8 van het EVRM. De Kansspelautoriteit heeft niet toegelicht
            waarom het publiceren van vertrouwelijke informatie, voordat het aan de rechter is
            voorgelegd, noodzakelijk is ter bescherming van het publieke belang.

         109. De commissie overweegt allereerst dat niet is gebleken dat er grote hoeveelheden
            vertrouwelijke informatie zijn gepubliceerd. In het sanctiebesluit is slechts een korte
            omschrijving van het dossier gegeven. Bovendien is het overgrote deel van de
            informatie afkomstig van de websites van bezwaarmakers zelf. Mochten
            bezwaarmakers doelen op de informatie op pagina 25 van het boetebesluit, dan geldt
            ook daarvoor dat het ziet op openbare informatie van de websites van
            bezwaarmakers zelf. Het is de commissie niet duidelijk op welke wijze hier sprake zou
            zijn op schending van artikel 8 van het EVRM. De Wob voorziet namelijk in een
            wettelijke mogelijkheid voor inmenging in de persoonlijke levenssfeer. Bovendien is
            niet gebleken van informatie die op grond van artikel 10, tweede lid, onderdelen e en
            g, van de Wob niet openbaar gemaakt mag worden.
         110. De commissie adviseert dit bezwaar te passeren

         4.3.5 Ten aanzien van grond e (schending van artikel 6 EVRM)

         111. Aangevoerd wordt dat de openbaarmaking artikel 6 eerste (privacy) en tweede
            (onschuldpresumptie) lid van het EVRM schendt, omdat er vertrouwelijke informatie
            wordt gepubliceerd voordat de juistheid door een rechter is getoetst.

         112. De commissie overweegt dat bezwaarmakers de schending van artikel 6, tweede lid
            van het EVRM niet nader hebben onderbouwd, waardoor niet duidelijk is op welke
            wijze er sprake is van een schending. Voor zover de schending ziet op de persoonlijke
            levenssfeer verwijst de commissie naar de bespreking van grond d.
         113. Bezwaarmakers hebben aangevoerd dat er sprake is van schending van artikel 6,
            tweede lid van het EVRM. Bezwaarmakers zouden op grond van dit artikel voor
            onschuldig moeten worden gehouden, totdat de overtreding in rechte vast is komen
            te staan. Publiceren zou daarom tot die tijd niet kunnen. De commissie overweegt dat
            de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam in haar uitspraak van 27 mei
            2018, ECLI:NL:RBAMS:2008:BD3014, heeft geoordeeld dat een mededeling bij de
            publicatie, dat bezwaar en beroep kan worden ingesteld, voldoende duidelijk maakt
            dat dat de schuld van de beboete rechtspersonen pas is vastgesteld als het besluit


          38 Onder meer uit de uitspraak van Raad van State van 17 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:155.
                                                                       18</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019
            formele rechtskracht heeft en/of de rechter over het besluit onherroepelijk heeft
            beslist. De commissie overweegt dat op de website van de Kansspelautoriteit bij de
            openbaarmaking de status van de zaak staat vermeld. Zo staat bij het sanctiebesluit
            van 1X Corp en Exinvest “Status: tegen dit besluit is bezwaar gemaakt”. Van een
            schending van de onschuldpresumptie zoals opgenomen in artikel 6, tweede lid, van
            het EVRM is daarom naar het oordeel van de commissie geen sprake.
         114. De commissie adviseert dit bezwaar te passeren

         4.3.6 Ten aanzien van grond f en g

         115. Voor een reactie op deze gronden verwijst de commissie naar randnummers 71 tot en
            met 76.

         4.3.7 Ten aanzien van grond h (subsidiair: er zijn meer vertrouwelijke
               gegevens)

         116. Aangevoerd wordt dat de Kansspelautoriteit de namen Creditsafe, Bluemay
            Enterprises N.V., Imperial E-Club Limited, Onisac/Mansion, Go Gaming Limited,
            Trustfulgames.com en Co-Gaming ook als vertrouwelijk had moeten aanmerken.
            Bovendien had de Kansspelautoriteit de volgende gegevens zoals vermeld op pagina
            25 van het boetebesluit: ‘1.000’, ‘1200 andere spellen’, ’50.000’, ‘5.000’, 3,5 miljoen
            dollar’, ‘600.000’en ‘100.000’ als vertrouwelijk moeten aanmerken.
         117. De commissie ziet geen aanleiding om de naam Creditsafe te anonimiseren, omdat dit
            gaat om een openbare bron waar iedereen een abonnement op kan nemen en die niet
            in verband wordt gebracht met de vastgestelde overtreding. De commissie ziet ook
            geen aanleiding om de overige door bezwaarmakers genoemde namen te
            anonimiseren, aangezien dit namen zijn die al eerder op de website van de
            Kansspelautoriteit openbaar zijn gemaakt en die dus al openbaar zijn. De commissie
            ziet ook geen aanleiding om de hierboven genoemde getallen op pagina 25 van het
            boetebesluit als vertrouwelijk aan te merken, aangezien het allemaal gegevens zijn
            afkomstig van de websites van bezwaarmakers. Deze gegevens waren derhalve al
            openbaar.

         118. De commissie adviseert dit bezwaar te passeren

         4.3.8 Tussenconclusie

         119. De commissie adviseert om de bezwaren tegen het openbaarmakingsbesluit
            ongegrond te verklaren.


         5.   Conclusie

         120. Op grond van het bovenstaande adviseert de adviescommissie
           -   de bezwaren tegen de oplegging van een hoofdelijke boete gegrond te verklaren;
           -   de boete oplegging aan te passen door aan beide bezwaarmakers afzonderlijk een
               boete op te leggen (zie randnummers 58 - 61);
           -   de overige bezwaren tegen het sanctiebesluit en het openbaarmakingsbesluit
               ongegrond te verklaren;

                                                                       19</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>


          OPENBAAR
                                                                    ons kenmerk
                                                                 12924 / 01.056.115
                                                     Openbaarmaking onder kenmerk: 12924/01.059.458
                                                                      datum
                                                                    26 april 2019
           -   het bestreden besluit en het openbaarmakingsbesluit voor het overige in stand te
               laten.
        121. De commissie adviseert inzake het bezwaar tegen het sanctiebesluit de kosten voor
            door een derde beroepsmatig verleende bijstand te vergoeden, nu er door
            bezwaarmakers om is verzocht en de bezwaren deels gegrond zijn verklaard. De
            commissie overweegt dat er hier, gelet op artikel 3 van het Besluit proceskosten
            bestuursrecht (Bpb), sprake van samenhangende zaken die voor de toepassing van
            artikel 2, eerste lid, van het Bpb als één zaak worden beschouwd. De commissie
            adviseert daarom, in overeenstemming met het Bpb, een bedrag te vergoeden van
            € 1024,- , zijnde 1 punt voor de gelijkluidende bezwaarschriften en 1 punt voor het
            verschijnen van de gemachtigden bij de hoorzitting, met een waarde van € 512,- per
            punt.

          Het advies is aldus vastgesteld te Den Haag op 26 april 2019 door de Adviescommissie
          bezwaarschriften van de Kansspelautoriteit, bestaande uit mevrouw mr. J.M.E. Feije
          (voorzitter), mevrouw mr. S. van Douwen en heer C. Helder.


          Namens de adviescommissie

          de voorzitter,


          w.g.



          mr. J.M.E. Feije






















                                                                       20</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>