Naar inhoud
Gemeente Vlaardingen

Ontwerp-omgevingsvergunning, herbouwen van een woning, Kortedijk 46, Vlaardingen

Jaar: 2015 Documenten: 1
beschikkende op de op 14 juli 2011 ingekomen aanvraag voor een omgevingsvergunning: met betrekking tot: strijdig gebruik gronden/bouwwerken met ruimtelijke ordening (artikel 2.1 lid 1c Wabo); werken/werkzaamheden/weg aanleggen (Art.2.1.lid 1b Wabo); bouwen (Art.2.1 lid 1a Wabo); van : M. de Wilt, Nijverheidsstraat 65, 3316 AP Dordrecht voor : het herbouwen van een woning; adres : Kortedijk 46; overwegende, ten aanzien van de activiteit strijdig gebruik: dat op de betreffende gronden het bestemmingsplan Centrum Noord-Oost 1 e fase van toepassing is. De gronden hebben daarin de bestemming Woondoeleinden, vrijstaande woningen, alsmede de dubbelbestemmingen Waterstaatsdoeleinden en Terreinen van oudheidkundige betekenis. Deze gronden zijn bestemd voor: Woondoeleinden vrijstaande woningen De dubbelbestemming Waterstaatsdoeleinden, bestemd voor waterhuishouding, het onderhoud en verbetering van de waterkering, met de daarbij behorende bouwwerken. Tevens zijn de gronden secundair bestemd voor de overige aangegeven bestemmingen (in dit geval Woondoeleinden, vrijstaande woningen), waarbij het bepaalde bij deze (secundaire) bestemmingen van overeenkomstige toepassing is De dubbelbestemming Terreinen van oudheidkundige betekenis dat het realiseren van een vrijstaande woning past binnen het vigerende bestemmingsplan; dat er een strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan is omdat de woning het bouwvlak overschrijdt (artikel 12 lid 3.1 onder 1); dat binnenplans afwijken niet mogelijk is; dat artikel 2.12 lid 1 onder a van de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) aangeeft dat, voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder c, de omgevingsvergunning slechts kan worden verleend: 3 : indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat; dat er reden is om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan vanwege een bijzondere omstandigheid; dat deze bijzondere omstandigheid inhoudt dat voorafgaande aan het vaststellen van het vigerende bestemmingsplan al een vrijstelling 1 e fase was vergund voor dit bouwplan, maar dat dit bouwplan echter niet is meegenomen in het thans vigerende bestemmingsplan; dat er geen stedenbouwkundige belemmeringen zijn om deze vrijstaande woning te realiseren; ter inzagelegging dat ingevolge artikel 3.10, lid 1, onder a van de Wabo en op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht een procedure dient te worden gevolgd, waarbij de ontwerpbeschikking met de overige stukken vanaf 6 augustus 2015 gedurende zes weken voor iedereen ter inzage wordt gelegd, gedurende welke termijn door iedereen zienswijzen kunnen worden geuit; dat het derhalve geen bezwaar ontmoet medewerking aan het onderhavige plan te verlenen; dat met toepassing van artikel 2.12 lid 1 onder a onder 3 Wabo medewerking kan worden verleend voor het realiseren van een vrijstaande woning aan de Kortedijk 46; ten aanzien van de dubbelbestemming Waterstaatsdoeleinden: dat er een watervergunning is verleend onder nummer 979224 d.d. 10 mei 2012 voor het aanleggen en hebben van een woning gelegen in het waterstaatswerk van de overige waterkering de Kortedijk te Vlaardingen en het aanleggen en hebben van een garage gedeeltelijk gelegen in het waterstaatswerk en de beschermingszone van de overige waterkering de Kortedijk te Vlaardingen; dat de watervergunning voorzien is van voorschriften waaraan de vergunninghouder zich moet houden, zodat de werken voldoen aan Delflands eisen; t.a.v. de activiteit werken/werkzaamheden/weg aanleggen: dat voor het bouwen van de vrijstaande woning volgens artikel 6 een aanlegvergunning nodig is; dat de bouwactiviteiten door middel van een archeologische begeleiding zullen gaan plaatsvinden; dat hiertoe tussen initiatiefnemer en bevoegd gezag op 11 juni 2014 een Programma van Eisen is overeengekomen voor de archeologische begeleiding; dat met het naleven van de in het genoemde Programma van Eisen gestelde kaders en eisen de bestemming van archeologisch waarden van de planlocatie voldoende is gewaarborgd en dat initiatiefnemer, dan wel personen namens hem, hierover steeds nauw overleg zullen voeren met het bevoegd gezag; dat deze overeenkomst en afspraken onderdeel zijn van de ruimtelijke onderbouwing welke deel uitmaakt van deze planologische afwijking; dat er derhalve aan de uitvoering van het ingediende plan geen bezwaar bestaat; t.a.v. de activiteit bouwen: dat het plan voldoet aan redelijke eisen van welstand, zie de besluitenlijst van de vergadering van de welstandscommissie d.d. e10 juni 2015, onder nr. 10; dat in artikel 2.4.1 van de bouwverordening is bepaald dat op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, niet mag worden gebouwd voor zover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk: a.
Officiële publicaties