Naar inhoud
Ministerie van Economische Zaken

Besluit verlenen opsporingsvergunning aardwarmte Rotterdam-Haven, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Jaar: 2020 Documenten: 1
Havenbedrijf Rotterdam N.V. (hierna: de aanvrager) heeft per bericht van 7 augustus 2017 een aanvraag ingediend voor een opsporingsvergunning voor aardwarmte, ingevolge artikel 6 van de Mijnbouwwet (hierna: Mbw). Het aangevraagde gebied genaamd Rotterdam-Haven, ligt in de provincie Zuid-Holland, in de gemeenten Rotterdam, Westland en Westvoorne. De oppervlakte van het aangevraagde gebied bedraagt 245,12 km 2 . De aangevraagde geldigheidsduur van de vergunning is vier jaar; de aanvraag is concurrerend ingediend op de aanvraag opsporingsvergunning voor het gebied Westland-Zuidwest, die op 10 mei 2017 in de Staatscourant is gepubliceerd (nr. 25946); in de Staatscourant van 21 september 2017 ( Staatscourant 2017, nr.e53130 ) is een uitnodiging geplaatst voor het indienen van concurrerende aanvragen op de aanvraag Rotterdam-Haven. Binnen de termijn van dertien weken is een concurrerende aanvraag opsporingsvergunning ontvangen van Aardwarmte Maasdijk B.V. voor het gebied Maasdijk 2; De aanvrager heeft op 7 augustus 2019 een aanvulling ingediend, waardoor de aanvraag dusdanig wordt gewijzigd dat Shell Geothermal B.V. (hierna: Shell) toetreedt als medevergunninghouder en wordt aangewezen als de partij die de feitelijke werkzaamheden uitvoert of daartoe opdracht verleend; TNO-AGE (hierna: TNO) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken en Klimaat (hierna: Minister van EZK) op 25 oktober 2018 advies uitgebracht (kenmerk: AGE 18-10.085); Staatstoezicht op de mijnen (hierna: Sodm) heeft op verzoek van de Minister van EZK op 31 augustus 2018 en 24 september 2019 advies uitgebracht (kenmerk: 18223585 en ADV-309 / 19222401); Omgevingsdienst Haaglanden heeft namens het College van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland (hierna: GS) heeft op grond van artikel 16 van de Mbw op 12 januari 2018 advies uitgebracht (kenmerk: ODH-2017-00132275); de Mijnraad heeft, op grond van artikel 105, derde lid Mbw, per brief van 21 oktober 2019 advies uitgebracht (kenmerk: MIJR/19248949) Gelet op: de artikelen 6, 7, 9, 11, eerste tot en met derde lid, en vierde lid, eerste volzin, 12, eerste lid, 13, 15, 16, 17, eerste lid en 105, derde lid, Mijnbouwwet, alsmede artikel 1.3.1 van de Mijnbouwregeling.