Naar inhoud
Overheidsorganisatie Inspectie Leefomgeving En Transport

Beschikking van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, houdende ontheffing voor RVL-Group van het verbod VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte boven het water, Inspectie Leefomgeving en Transport

Jaar: 2019 Documenten: 1
Gelezen het verzoek om ontheffing van 19 februari 2019, aangevuld met de e-mail van 10 maart 2019 van RVL-Group; Overwegende dat: RVL-Group vluchten uitvoert als gedeclareerd overeenkomstig ORO.DEC.100 van EU verordening 965/2012; RVL-Group vluchten uitvoert boven de Noordzee voor het uitvoeren van VFR-patrouillevluchten voor onderzoek naar vervuiling, bijvoorbeeld olielozingen op zee in opdracht van het Maritime & Coastguard Agency, onderdeel van de Engelse overheid, in het kader van de Bonn Agreement; paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 de mogelijkheid biedt aan (nationale) bevoegde autoriteiten om toestemming te verlenen lager te vliegen dan de minimum vlieghoogten, zoals die voor VFR- vluchten zijn opgenomen in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012; Gelet op paragraaf SERA.3105 en artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014; BESLUIT: Artikel 1 Deze beschikking is van toepassing op een vliegtuig van het type Cessna 406 met registratie G-TURF, of een vergelijkbaar vervangend vliegtuig, zoals vermeld op de eigen verklaring Specialised Operations door RVL-Group ingediend bij de Civil Aviation Authority UK overeenkomstig ORO.DEC.100 van EU verordening 965/2012 en waarvan de ontvangst van de verklaring is bevestigd door de Civil Aviation Authority UK overeenkomstig ARO.GEN.345. Beide documenten zijn gedurende de vlucht aan boord van het vliegtuig.