Raad van State
Ontwerpbesluit houdende wijziging van diverse besluiten in verband met richtlijn nr. 2004/41/EG, met nota van toelichting.
Jaar: 2019
Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende wijziging van diverse besluiten in verband met richtlijn nr. 2004/41/EG, met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 25 augustus 2005, no.05.003036, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van diverse besluiten in verband met richtlijn nr. 2004/41/EG, met nota van toelichting.Het ontwerpbesluit strekt tot wijziging van enkele op de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren gebaseerde besluiten in verband met noodzakelijke aanpassingen wegens het vervallen van een aantal Europese richtlijnen bij richtlijn nr. 2004/41 en de inwerkingtreding van enkele Europese verordeningen.(zie noot 1) Voorts wordt het ontwerpbesluit Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding ingetrokken in verband met wijzigingen in de verantwoordelijkheidsverdeling op het gebied van voedselveiligheid tussen de Ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.De Raad van State maakt een opmerking over de in artikel III, onderdeel B, van het ontwerpbesluit voorgestelde toevoeging aan artikel 10, tweede lid, van het Besluit doden van dieren. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.1. Artikel 10, eerste lid, van het Besluit doden van dieren schrijft voor dat productiedieren die in een slachthuis worden geslacht, voor het slachten moeten worden bedwelmd overeenkomstig in bijlage C van richtlijn 93/119/EG gegeven voorschriften.(zie noot 2) In artikel 10, tweede lid, is bepaald dat enkele van de in het eerste lid bedoelde voorschriften bij elektrische bedwelming voorafgaand aan de slacht niet van toepassing zijn wanneer die dieren worden geslacht in slachthuizen met een beperkte capaciteit.(zie noot 3) Het gaat hierbij om slachthuizen die voldoen aan enkele bepalingen van twee andere richtlijnen, die in artikel 10, tweede lid, worden genoemd. Die richtlijnen worden evenwel bij artikel 2 van richtlijn nr. 2004/41/EG met ingang van 1 januari 2006 vervallen verklaard. Dit houdt verband met de inwerkingtreding van de Europese verordening 853/2004 op die datum.(zie noot 4) Die verordening, overigens naast twee andere(zie noot 5), treedt op grond van artikel 4, eerste lid, van richtlijn nr. 2004/41/EG in de plaats van de vervallen richtlijnen en kent voor alle slachthuizen, met of zonder beperkte capaciteit, hetzelfde regime.(zie noot 6) Van de in artikel 4, tweede en derde lid, van de richtlijn bedoelde uitzonderingen op het eerste lid, op grond waarvan bepaalde bepalingen van de ingetrokken richtlijnen vooralsnog van kracht blijven, lijkt geen sprake te zijn. De in artikel III, onderdeel B, van het ontwerpbesluit voorgestelde toevoeging aan artikel 10, tweede lid, van het Besluit doden van dieren brengt met zich dat de vorenbedoelde bepalingen van de op 1 januari 2006 vervallen Europese richtlijnen voor slachthuizen met beperkte capaciteit toch van toepassing worden verklaard. Volgens de toelichting is die aanvulling van het tweede lid nodig ter continuering van de in het derde lid van artikel 5 van richtlijn nr. 93/119/EG opgenomen uitzondering op de hoofdregel voor het elektrisch bedwelmen voorafgaand aan de slacht in kleine slachthuizen.Hoewel die laatstgenoemde bepaling niet op 1 januari 2006 vervalt, is de Raad van mening dat de voorgestelde constructie uit juridisch oogpunt bezien niet aanvaardbaar is. Door de intrekking van de richtlijnen waarin bepalingen zijn opgenomen voor kleine slachterijen, bestaan die bepalingen niet meer. Deze kunnen niet meer van toepassing worden verklaard, zoals in het ontwerpbesluit wordt voorgesteld. De grondslag voor het maken van uitzonderingen op artikel 10, eerste lid, van het Besluit doden van dieren, zoals thans in de wijziging van het tweede lid van artikel 10 wordt voorgesteld, is vervallen.In verband met het vorenstaande adviseert de Raad artikel III, onderdeel B, te schrappen en te bezien op welke wijze, rekening houdend met de toepasselijke Europese regelgeving en het EG-Verdrag, alsnog kan worden voorzien in de beoogde uitzondering.2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.De Vice-President van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl3 pagina's, pdf Tekst