- Identifier
- nl.oorg10008.2e.2019.1116
- Aanbieder (Naam)
- Raad van State
- Titel
- Voorstel van wet van het lid Noorman-den Uyl tot wijziging van de Algemene bijstandswet, de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ en de Wet inkomstenbelasting 2001 in verband met het opnemen in de Algemene bijstandswet van de mogelijkheid om aanvullende inkomensondersteuning te verlenen aan personen die langdurig een inkomen hebben ter hoogte van het sociaal minimum en die vooralsnog geen uitzicht hebben op inschakeling in de arbeid (Wet lang-laag), met memorie van toelichting.
- Beschrijving
- Voorstel van wet van het lid Noorman-den Uyl tot wijziging van de Algemene bijstandswet, de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ en de Wet inkomstenbelasting 2001 in verband met het opnemen in de Algemene bijstandswet van de mogelijkheid om aanvullende inkomensondersteuning te verlenen aan personen die langdurig een inkomen hebben ter hoogte van het sociaal minimum en die vooralsnog geen uitzicht hebben op inschakeling in de arbeid (Wet lang-laag), met memorie van toelichting.Bij brief van de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 10 september 2002, heeft de Tweede Kamer der Staten Generaal bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet van het lid Noorman-den Uyl tot wijziging van de Algemene bijstandswet, de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ en de Wet inkomstenbelasting 2001 in verband met het opnemen in de Algemene bijstandswet van de mogelijkheid om aanvullende inkomensondersteuning te verlenen aan personen die langdurig een inkomen hebben ter hoogte van het sociaal minimum en die vooralsnog geen uitzicht hebben op inschakeling in de arbeid (Wet lang-laag), met memorie van toelichting. Met het initiatiefvoorstel wordt beoogd ter bestrijding van structurele armoede aanvullende inkomensondersteuning te geven aan personen die langdurig op een minimuminkomen zijn aangewezen en die geen arbeidsperspectief hebben. In dit verband wijst de considerans op noodzakelijke kosten waarin door reservering pleegt te worden voorzien. Voorts wordt de op grond van artikel 39, tweede lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) bestaande mogelijkheid beperkt om bepaalde categorieën personen bijzondere bijstand te verlenen voor als gevolg van bijzondere omstandigheden te maken noodzakelijke kosten van het bestaan waarin de Abw niet voorziet en die de aanwezige draagkracht te boven gaan. Die mogelijkheid wordt beperkt tot bijzondere bijstandverlening voor vijf soorten aangewezen kosten. Voor personen die (nog) arbeidsperspectief hebben, wordt met deze regeling beoogd de armoedeval tegen te gaan. Ten slotte wordt met het wetsvoorstel beoogd door uniformering van het voorschrift betreffende de inkomensondersteuning de bestaande rechtsongelijkheid voor betrokkenen die het gevolg is van de per gemeente verschillende inkomensondersteunende regelingen te beperken. Het voorstel geeft de Raad van State aanleiding tot de volgende opmerkingen. 1. Blijkens paragraaf 2 van de memorie van toelichting is dit initiatiefvoorstel gelijk aan een wetsvoorstel dat het toenmalige kabinet heeft voorbereid en aan de Raad voor advies heeft voorgelegd. Dat advies moet nog worden gepubliceerd ingevolge artikel 25a, derde lid, van de Wet op de Raad van State. De Raad kon zich op zichzelf vinden in dat wetsvoorstel. Hij signaleerde echter een mogelijke spanning tussen het doel van de voorgestelde aanvullende inkomensondersteuning en het aan de Abw ten grondslag liggende uitgangspunt dat het normbedrag van de bijstandverlening ter bestrijding van de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan toereikend moet zijn. In het in artikel I, onder B, van het initiatiefvoorstel opgenomen artikel 41a Abw wordt voorgesteld personen met een langdurig inkomen op ten hoogste het bijstandsniveau en zonder uitzicht op arbeid een aanvullende inkomensondersteuning te verstrekken. De vraag rijst in hoeverre die toeslag verenigbaar is met het aan de Abw ten grondslag liggende uitgangspunt dat het normbedrag van de bijstandsverlening dat is bedoeld ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, met inbegrip van de component reservering, in beginsel toereikend moet zijn. De voorgestelde aanvullende inkomensvoorziening beoogt bij te dragen aan de armoedebestrijding. Dat wil zeggen dat deze bijdrage niet wordt verstrekt voor noodzakelijke bestaanskosten die iemand heeft ten gevolge van bijzondere individuele omstandigheden en waarin de algemene bijstandsnorm niet voorziet, maar strekt ter voorziening in de in de algemene bijstandsnorm begrepen algemene bestaanskosten. Daarmee lijkt het voorstel tot het opnemen van een aanvullende inkomenstoeslag in de Abw te impliceren dat de algemene bijstandsnorm niet meer toereikend is. De Raad adviseert in de toelichting op het voorgaande in te gaan. 2. In paragraaf 2 van de toelichting bij het initiatiefvoorstel wordt opgemerkt dat het kabinet-Balkenende het door zijn voorganger voorbereide wetsvoorstel niet ongewijzigd wil indienen; uit het strategisch akkoord van de regeringspartijen blijkt namelijk het voornemen tot het geheel schrappen van de categoriale bijstand. De toelichting noemt vervolgens een aantal redenen die hebben geleid tot het voorstellen van dit initiatiefvoorstel. De laatste daarvan is "het thans beschikbaar zijn van de benodigde middelen". Eerder in de desbetreffende paragraaf wordt opgemerkt dat in de begroting 2002 de benodigde middelen zijn gereserveerd, terwijl bij de vaststelling van de Voorjaarsnota 2002 een aanpassing op de begroting ten behoeve van "onderhavig voorstel" door de Kamer is geaccordeerd. In verband daarmee wordt tevens opgemerkt dat de voorgestelde maatregel door de gemeenten kan worden toegepast met ingang van 1 januari 2002. De Raad adviseert om deze onderdelen van de toelichting, die verwijzen naar de voorgeschiedenis van het initiatiefvoorstel, aan te passen aan de ontwikkelingen sinds de voorbereiding van het oorspronkelijke voorstel door het toenmalige kabinet. Hij geeft tevens in overweging de inhoudelijke redenen tot het initiëren van het onderhavige voorstel, dat strekt tot het handhaven van categoriale bijstand voor vijf soorten kosten, nader uit te werken in relatie tot de overwegingen in het strategisch akkoord om de categoriale bijstand volledig te schrappen. 3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Vice-President van de Raad van State
- Publicatiedatum
- 2019-10-09
- Jaar
- 2019
- Type
- 2e - Advies
- Aanbieder (Code)
- oorg10008
- Totaal aantal documenten
- 1
- Verkregen op
- 2024-03-30
- Aantal pagina's in dossier
- 5