Naar inhoud
Raad van State

Ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot met arseenverbindingen behandeld hout (Besluit met arseenverbindingen behandeld hout Wms), met nota van toelichting.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot met arseenverbindingen behandeld hout (Besluit met arseenverbindingen behandeld hout Wms), met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 4 februari 2004, no.04.000414, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot met arseenverbindingen behandeld hout (Besluit met arseenverbindingen behandeld hout Wms), met nota van toelichting. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij een aantal opmerkingen. Hij is van oordeel dat het ontwerp in verband daarmee deels nader dient te worden overwogen. 1. Dit besluit strekt ter implementatie van richtlijn nr. 2003/2/EG van de Commissie van 6 januari 2003 (PbEG L 2), inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik maken van arseen (hierna: de richtlijn). Een vergelijkbaar besluit, het Besluit inzake met koperverbindingen verduurzaamd hout is destijds door de Europese Commissie voorgelegd aan het Wetenschappelijk Comité voor de toxiciteit, de ecotoxiciteit en het milieu (WCTEM of CSTEE). In zijn advies met betrekking tot dit ontwerpbesluit wees de Raad erop, dat de beslissing van de WCTEM afgewacht diende te worden.(zie noot 1) Op basis van het advies van het WCTEM oordeelde de Commissie dat er onvoldoende rechtvaardiging was voor de handelsbelemmeringen die opgeworpen werden in het besluit.(zie noot 2) Gezien de bezwaren van de Europese Commissie is het besluit nog niet vastgesteld.(zie noot 3) Nu het Besluit inzake met arseenverbindingen behandeld hout is gebaseerd op een richtlijn, mag ervan worden uitgegaan dat dit besluit niet op bezwaren stuit bij de Commissie. Niettemin is niet duidelijk, wat de verhouding is tussen genoemde besluiten en waarom de ene houtbewerking wel, en de andere blijkbaar niet op bezwaren stuit in Brussel. De Raad adviseert dit toe te lichten. 2. Artikel 2 van de richtlijn verplicht lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden om uiterlijk op 30 juni 2003 aan deze richtlijn te voldoen. De lidstaten dienen deze bepalingen uiterlijk vanaf 30 juni 2004 toe te passen. De Raad constateert dat het onderhavige besluit uiterlijk op 30 juni 2003 vastgesteld had moeten zijn. In het besluit had een inwerkingtredingsdatum moeten staan die uiterlijk op 30 juni 2004 zou vallen. Nederland heeft het eerste onderdeel van de omzettingstermijn overschreden. De Europese Commissie is daarom in juli/augustus 2003 een inbreukprocedure begonnen tegen Nederland.(zie noot 4) De Raad betreurt het dat de ontwerp-omzettingsregelgeving pas 12 maanden na vaststelling en publicatie van de Richtlijn door de regering naar de Raad is gestuurd. Hij spreekt hierbij de verwachting uit dat het tweede onderdeel van de omzettingstermijn wél wordt gehaald. Dat laatste is alleen mogelijk indien, gezien de tekst van artikel 7 van ontwerpbesluit, het definitieve besluit uiterlijk op 29 juni 2004 in het Staatsblad wordt gepubliceerd. De Raad adviseert in de toelichting in te gaan op de gevolgen van de te late implementatie en verder in de toelichting te vermelden welke schadelijke gevolgen de termijnoverschrijding kan hebben voor justitiabelen en welke maatregelen zijn getroffen om die zoveel mogelijk tegen te gaan. 3. Voor een redactionele kanttekening verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)