Naar inhoud
Raad van State

Verdrag tot oprichting van de Internationale Organisatie voor Wijnbouw en Wijnbereiding; Parijs, 3 april 2001 (Trb.2002, 66), met toelichtende nota.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Verdrag tot oprichting van de Internationale Organisatie voor Wijnbouw en Wijnbereiding; Parijs, 3 april 2001 (Trb.2002, 66), met toelichtende nota.Bij Kabinetsmissive van 22 oktober 2003, no.03.004337 heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het Verdrag tot oprichting van de Internationale Organisatie voor Wijnbouw en Wijnbereiding; Parijs, 3 april 2001 (Trb. 2002, 66), met toelichtende nota. Het Verdrag vervangt de op 29 november 1924 te Parijs totstandgekomen Overeenkomst houdende instelling van een Internationaal wijnbureau (Trb.1962, 95). De veranderingen ten opzichte van het eerdere verdrag betreffen enige aanpassingen van de taken, personele, materiële en budgettaire middelen en procedures met betrekking tot de werking van de Internationale Organisatie voor Wijnbouw en Wijnbereiding (OIV). De Raad van State kan zich in beginsel met de goedkeuring van het Verdrag verenigen, maar mist een uiteenzetting over de Europeesrechtelijke aspecten betreffende de bevoegdheid tot het sluiten van het Verdrag. 1. Eén van de doelstellingen van de OIV is het opstellen van nieuwe internationale standaarden teneinde de omstandigheden voor het produceren en het op de markt brengen van druiven- en wijnproducten te verbeteren. Daarnaast beschermt de OIV de geografische benamingen van oorsprong. De toelichtende nota wijst er terecht op dat de Europese Unie (EU) op een aantal terreinen van het Verdrag over bevoegdheden beschikt. De EU heeft een exclusieve bevoegdheid op het gebied van de marktordening voor wijn.(zie noot 1) Ook kan worden gewezen op bijvoorbeeld Europese regelingen met betrekking tot de bescherming van geografische en oorsprongsbenamingen van landbouwprodukten(zie noot 2), hetgeen meebrengt dat de EU ook extern op dat terrein bevoegd is. De bevoegdheid van de EU brengt mee dat het sluiten van verdragen op deze terreinen door lidstaten in beginsel niet meer is toegestaan: zij zijn niet meer bevoegd. Het sluiten van verdragen is dan alleen mogelijk met een machtiging van de EU.(zie noot 3) In het licht van het vorenstaande is het onvoldoende dat, zoals de toelichtende nota stelt, de lidstaten de Europese Commissie hebben verzocht om namens de "Europese Unie" toe te treden tot het Verdrag en dient de competentieverdeling tussen de Europese Gemeenschap en de lidstaten niet pas achteraf te worden uitgewerkt. Artikel 10 van het EG-Verdrag brengt mee dat de goedkeuring van het Verdrag slechts plaatsvindt indien duidelijk wordt dat Nederland hiervoor gemachtigd is door de EU. De Raad adviseert in de toelichtende nota in te gaan op de Europeesrechtelijke aspecten betreffende de bevoegdheid tot het sluiten van het Verdrag, op terreinen waarvoor een exclusieve bevoegdheid van de EU bestaat. 2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag wordt overlegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)