Naar inhoud
Raad van State

Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit SUWI in verband met verlenging van de geldigheidsduur van de registratie van arbeidsbeperkten in de doelgroepregistratie ten behoeve van de banenafspraak en de quotumheffing, met nota van toelichting.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit SUWI in verband met verlenging van de geldigheidsduur van de registratie van arbeidsbeperkten in de doelgroepregistratie ten behoeve van de banenafspraak en de quotumheffing, met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 21 november 2017, no.2017002014, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit SUWI in verband met verlenging van de geldigheidsduur van de registratie van arbeidsbeperkten in de doelgroepregistratie ten behoeve van de banenafspraak en de quotumheffing, met nota van toelichting.Het ontwerpbesluit strekt tot wijziging van het Besluit SUWI om de geldigheidsduur van de registratie van arbeidsbeperkten in de doelgroepregistratie ten behoeve van de banenafspraak (zie noot 1) en de quotumheffing (zie noot 2) te verlengen.De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert de duur van de verlenging van de geldigheidsduur van de registratie van arbeidsbeperkten die niet meer aan de voor registratie geldende voorwaarden voldoen, te beperken en voorts de nodige stappen te zetten voor een bredere inventarisatie van knelpunten en voor aanpassing van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten.Ten behoeve van de banenafspraak en de quotumheffing vindt registratie plaats van arbeidsbeperkten die aan de wettelijke criteria voldoen. (zie noot 3) Indien wordt vastgesteld dat arbeidsbeperkten niet meer aan de doelgroepcriteria voldoen, wordt hun registratie twee jaar na die vaststelling beëindigd (t+2 regel). Dientengevolge tellen hun banen na afloop van die twee jaar niet meer mee voor de banenafspraak en de quotumheffing. Dit betekent ook, zo vermeldt de toelichting, dat een aantal voordelen, zoals de no-riskpolis, wegvalt.De periode van twee jaar is ingevoerd om werkgevers gedurende een bepaalde periode zekerheid te geven bij het in dienst nemen van mensen die tot de doelgroep behoren.Volgens de toelichting is uit signalen van sociale partners en overheidswerkgevers gebleken dat de periode van twee jaar om mensen uit de doelgroep in dienst te nemen, in dienst te houden en in deze werknemers te investeren als te kort wordt ervaren. (zie noot 4) Daarom wordt voorgesteld de t+2 regel aan te passen, zodat deze personen langer blijven meetellen in het doelgroepregister, ook al voldoen zij niet meer aan de daarvoor geldende voorwaarden. Daarvoor wordt aangesloten bij de datum van 1 januari 2026, de datum waarop volgens de banenafspraak na de oplopende reeks de structurele situatie zou moeten zijn bereikt. Omdat daarna de t+2 regel weer zou gelden, wordt thans geregeld dat iedereen die vanaf 31 december 2017 op enig moment in het doelgroepregister is of wordt ingeschreven en niet meer aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoet, ingeschreven blijft in het doelgroepregister tot 31 december 2028. Voorts wordt een wetswijziging aangekondigd die het mogelijk maakt te komen tot een in principe onbeperkte registratieduur.Het onderliggende doel van de banenafspraak is een inclusieve arbeidsmarkt, waarin ook arbeidsbeperkten kansen hebben om toe te groeien naar een volwaardige baan. De omstandigheid dat arbeidsbeperkten, indien zij na verloop van tijd een volwaardige baan bezetten, niet meer meetellen voor de banenafspraak en dat regelingen, zoals de no-riskpolis, wegvallen, wordt door werkgevers echter ervaren als een ontmoediging om in deze mensen te investeren. Tegen deze achtergrond begrijpt de Afdeling de wens om de regeling zo aan te passen dat deze ontmoediging zoveel mogelijk wordt weggenomen.De genoemde signalen duiden echter op een structurelere spanning in het systeem van de wet. Het feit dat een arbeidsbeperkte inmiddels bij een bepaalde werkgever is doorgegroeid naar een volwaardige baan, betekent niet steeds dat deze geen achterstand meer heeft op de arbeidsmarkt. In sommige gevallen zijn arbeidsbeperkten ook nadien nog beperkt in hun mogelijkheden, hetgeen duidelijk wordt indien zij van arbeidsplaats of van werkgever moeten veranderen. Daarin wreekt zich dat de wet verschillende soorten arbeidsbeperkingen op uniforme wijze benadert.Daarnaast is van belang dat, met het oog op het bereiken van de met het doelgroepregister beoogde doelen, dit register zo zuiver en actueel mogelijk is. (zie noot 5) Wie ten onrechte in het doelgroepregister is opgenomen, vermindert, gelet op de opzet van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten, immers de kansen op arbeid voor anderen. Tegen deze achtergrond roept het hanteren van de voorgestelde termijn tussen de datum waarop wordt vastgesteld dat niet (meer) aan de voorwaarde voor opname in het doelgroepregister wordt voldaan en de daadwerkelijke verwijdering uit het doelgroepregister, de vraag op of het doelgroepregister een beeld geeft dat voldoende strookt met de werkelijkheid. Het voorliggende ontwerpbesluit leidt er immers toe dat personen, indien is vastgesteld dat zij niet meer aan de voorwaarden voor registratie voldoen, toch voor een zeer lange periode in het doelgroepregister opgenomen blijven. Daarbij is niet alleen van belang dat hiermee middelen worden ingezet voor personen die formeel niet (meer) tot de doelgroep behoren, waardoor deze niet meer kunnen worden ingezet voor diegenen waarvoor deze bedoeld zijn. Het gevolg is ook dat deze personen langdurig op arbeidsvoorwaarden concurreren met werknemers die niet in het doelgroepregister zijn opgenomen (via bijvoorbeeld de no-riskpolis). Het ontwerpbesluit roept daardoor naar het oordeel van de Afdeling spanning op met de opzet en de doelstellingen van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten.De Afdeling plaatst het vorenstaande voorts tegen de achtergrond van de knelpunten die eerder zijn gesignaleerd met betrekking tot het stelsel van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten als geheel, waarbij is opgemerkt dat de banenafspraak bij de overheid door het hoge ambitieniveau tot problemen leidt. Daarbij betrekt zij ook dat uit overleg met sociale partners en gemeenten allerlei praktische knelpunten zijn gebleken, waaronder het probleem waarvoor het voorliggende ontwerpbesluit een oplossing beoogt te bieden. (zie noot 6) De Afdeling merkt in dit verband op, dat gaandeweg verschillende groepen personen onder de regeling zijn gebracht, soms ook zonder dat daaraan een individuele beoordeling ten grondslag ligt, zoals personen die vallen onder de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en bepaalde groepen schoolverlaters. De problematiek waarmee deze verschillende groepen te maken hebben loopt uiteen, hetgeen tot de vraag leidt of de regeling voldoende rekening houdt met die verschillen. Dat betreft ook de regeling van de voordelen voor werkgevers die samenhangen met de registratie als arbeidsbeperkte, zoals de no-riskpolis.Het vorenstaande leidt de Afdeling tot de conclusie dat het probleem waarvoor het ontwerpbesluit een oplossing beoogt te bieden onderdeel is van een groter scala van knelpunten in het functioneren van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten in de praktijk. Voor oplossingen voor het bredere scala van knelpunten is het nodig de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten zelf tegen het licht te houden. Tegen deze achtergrond begrijpt de Afdeling dat thans een maatregel wordt getroffen om een acuut knelpunt weg te nemen, maar acht zij een bredere evaluatie van de regeling en inventarisatie van knelpunten nodig, en - in het verlengde daarvan - doordenking van de opzet van de (formele) wetgeving dienaangaande en de daarmee te bereiken doelen. Omdat het ontwerpbesluit bovendien op gespannen voet staat met de opzet en de doelstellingen van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten, is zij van oordeel dat de duur van de voorgestelde aanpassing zoveel mogelijk dient te worden beperkt en niet langer behoort te duren dan de periode die naar verwachting benodigd is voor nadere analyse van de knelpunten in de wet en aanpassing van de wet daaraan.De Afdeling adviseert in het ontwerpbesluit de duur van de verlenging van de geldigheidsduurregistratie te beperken tot de termijn die nodig is om na een bredere inventarisatie van knelpunten te komen tot aanpassing van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten als hiervoor aangeduid.De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.De vice-president van de Raad van State
Documenten (1)