Naar inhoud
Raad van State

Verdrag inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Tadzjikistan; Dushanbe, 24 juli 2002 (Trb.2002, 166), met toelichtende nota.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Verdrag inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Tadzjikistan; Dushanbe, 24 juli 2002 (Trb.2002, 166), met toelichtende nota.Bij Kabinetsmissive van 5 december 2002, no.02.005557, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Financiën, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het Verdrag inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Tadzjikistan; Dushanbe, 24 juli 2002 (Trb. 2002, 166), met toelichtende nota. Het Verdrag inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Tadzjikistan (hierna: het Verdrag) heeft tot doel investeringen te beschermen, ter aanvulling op de bestaande, wettelijke bescherming. Mede door deze extra bescherming worden investeringen bevorderd. Het Verdrag voorziet daartoe in een non-discriminatoire behandeling van de investeerders, de transfers van betalingen, de onteigening van een investering en een geschillenregeling. De Raad van State van het Koninkrijk ziet geen beletsel voor de goedkeuring van het Verdrag, maar plaatst daarbij de volgende kanttekeningen. 1. Rente Het Verdrag bepaalt dat de schadeloosstelling een normale commerciële rente omvat, die moet worden berekend tot de datum van betaling van schadeloosstelling (artikel 6, onder c). In het Verdrag ontbreekt een aanduiding van het moment waarop de rente verschuldigd wordt. In de Nederlandse onteigeningswet bijvoorbeeld is bepaald dat de wettelijke rente loopt te rekenen vanaf de dag van het vonnis van onteigening (artikel 55, derde lid). Die aanduiding is echter van belang voor het vaststellen van de rente over de schadeloosstelling van onteigende investeringen van Nederlandse investeerders in de Republiek Tadzjikistan. De Raad adviseert de toelichtende nota op dit punt aan te vullen. 2. Geschillenregeling tussen Verdragspartij en onderdaan Artikel 9 van het Verdrag bevat een regeling voor geschillen tussen de Verdragsluitende partij en een onderdaan, afkomstig uit het land van de andere Verdragsluitende partij. Deze regeling geeft aanleiding tot enige opmerkingen. a. In artikel 9 ontbreekt een regeling van de rechtskracht en de tenuitvoerlegging van de arbitrage-uitspraken. In het modelverdrag dat wordt gehanteerd bij de verdragsonderhandelingen, is een dergelijke bepaling steeds opgenomen, evenals in investeringsbeschermingsverdragen die met andere landen zijn gesloten. De Raad beveelt aan de toelichtende nota op dit punt aan te vullen. b. In artikel 9 wordt voorgeschreven dat geschillen worden voorgelegd aan het Internationale Centrum voor de Beslechting van Investeringsgeschillen ter beslechting door conciliatie of arbitrage krachtens het Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen staten en onderdanen van andere staten, dat op 18 maart 1965 te Washington werd opgesteld. Tadzjikistan heeft dit verdrag niet geratificeerd. De Raad adviseert de toelichtende nota op dit punt aan te vullen. 3. Geschillenregeling tussen Verdragspartijen In artikel 12 is een regeling omtrent de geschillenbeslechting tussen de Verdragspartijen opgenomen. Hierbij ontbreekt een regeling van de kosten die worden gemaakt ten behoeve van de uitvoering van de geschillenbeslechting. In het modelverdrag dat wordt gehanteerd bij de verdragsonderhandelingen, is een dergelijke bepaling steeds opgenomen, evenals in investeringsbeschermingsverdragen die met andere landen zijn gesloten. De Raad beveelt aan de toelichtende nota op dit punt aan te vullen. De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Documenten (1)