Naar inhoud
Raad van State

Voorstel van wet van het lid Dibi tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de invoering van media-educatie als kerndoel, met memorie van toelichting.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Voorstel van wet van het lid Dibi tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de invoering van media-educatie als kerndoel, met memorie van toelichting.Bij brief van de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 4 december 2007 heeft de Tweede Kamer bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet van het lid Dibi tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de invoering van media-educatie als kerndoel, met memorie van toelichting.Het wetsvoorstel strekt ertoe dat in het primair en het voortgezet onderwijs aandacht wordt besteed aan media-educatie.De Raad van State maakt opmerkingen over nut en noodzaak van het voorstel en over de term kerndoelen.1.Nut en noodzaakHet wetsvoorstel verplicht iedere school voor primair en voortgezet onderwijs enigerlei vorm van aandacht te besteden aan media-educatie. De initiatiefnemer geeft in de toelichting een schets van de huidige problematiek, waarin hij aangeeft dat het gebruik van media in de laatste vijftien jaar spectaculair veranderd is en dat media een bepalende rol spelen in het leven van jongeren.De initiatiefnemer geeft aan dat in het voorstel gekozen is voor een preventieve benadering die het kinderen mogelijk maakt weloverwogen keuzes te maken, zonder censuur, repressie of moralisme. Ook al zijn de ouders in de ogen van de initiatiefnemer primair verantwoordelijk voor de opvoeding en daarmee ook voor opvoedingstaken die te maken hebben met media-educatie, dit neemt niet weg dat er ouders zijn die zich niet bewust zijn van deze opvoedingstaak. De initiatiefnemer meent dat deze voorgestelde wettelijke verplichting noodzakelijk is om kinderen en jongeren bewust te maken van de mogelijkheden en van de beperkingen en risico's van de informatiestromen alsmede van de context, waarin informatie wordt gegeven. Ondanks de vele initiatieven op het gebied van media-educatie is er volgens de toelichting geen garantie dat alle kinderen op systematische wijze leren omgaan met de media, terwijl media-educatie in dit moderne informatietijdperk onmisbaar is voor iedere leerling en onderdeel uit zou moeten maken van de lesstof. (zie noot 1)In dat verband wijst de Raad erop dat de gedachte om scholen wettelijk te verplichten media-educatie te verzorgen, voor het eerst in 1996 door de Raad voor Cultuur onder woorden is gebracht. (zie noot 2) In een daaropvolgend advies uit 2005 stelt de Raad voor Cultuur dat media-educatie verbreed moet worden naar mediawijsheid, aangezien media-educatie te passief is, omdat zij alléén gericht is op begrip en inzicht, en niet op actieve omgang met de media, en bovendien te defensief is, omdat zij te veel gericht is op bescherming tegen de negatieve invloeden van de media. (zie noot 3)In een brief aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 9 oktober 2006 gaf de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een reactie op dit laatste advies. Uit deze brief blijkt dat de minister, in lijn met het advies van de Raad voor Cultuur, het niet noodzakelijk acht om media-educatie in het onderwijs wettelijk verplicht te stellen, aangezien de kerndoelen in het primair en voortgezet onderwijs ruim voldoende aanknopingspunten bieden om leerlingen mediawijs te maken. (zie noot 4) Wat betreft het primair onderwijs wordt bij de kerndoelen Nederlands, Engels, Rekenen en Wiskunde expliciet genoemd dat "de leerling leert in schriftelijke en digitale bronnen informatie te zoeken, te ordenen en te beoordelen op waarde voor hemzelf en voor anderen". Voor het voortgezet onderwijs zijn eisen op het gebied van media-educatie, informatica, verzameling van gegevens en andere relevante vaardigheden opgenomen in de examenprogramma's van in principe alle vakken, aldus de minister. (zie noot 5) Voorts wordt in de brief benadrukt dat het regeringsbeleid erop gericht is om scholen steeds meer ruimte te geven om eigen keuzen te maken met betrekking tot het schoolbeleid en de uitwerking daarvan in schoolspecifieke onderwijscurricula. Ten slotte geeft de minister in de brief een overzicht van de vele thans bestaande initiatieven die toezien op aspecten van mediawijsheid. De minister merkt op dat scholen de ruimte hebben om mediawijsheid in het onderwijs te integreren en dat ze hierbij worden gestimuleerd en gefaciliteerd. (zie noot 6)De Raad constateert dat de initiatiefnemer in de toelichting de inzichten en argumenten, naar voren gebracht door de minister, niet bespreekt. Evenmin wordt vastgesteld en gemotiveerd dat er in de praktijk problemen zijn gerezen op het gebied van media-educatie, of dat er op scholen te weinig aandacht wordt besteed aan dit vakgebied. Daarnaast wordt er niet ingegaan op het feit dat onderwijstijd schaars is en dat aparte aandacht voor media-educatie onvermijdelijk ten koste gaat van aandacht voor andere vakgebieden.De Raad is, tegen deze achtergrond, van oordeel dat de noodzaak van een wettelijke verplichting tot het vastleggen van media-educatie als afzonderlijke onderwijsactiviteit, uitmondend in een afzonderlijk kerndoel, niet vaststaat.Onverminderd het bovenstaande wijst de Raad op het volgende.2.KerndoelenHet wetsvoorstel wijzigt de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de invoering van media-educatie; volgens het opschrift, de aanhef en de toelichting wordt media-educatie een kerndoel. De Raad wijst op het feit dat in deze wetten onderwijsactiviteiten geregeld worden die bij algemene maatregel van bestuur in kerndoelen worden uitgewerkt. In zoverre strekt het wetsvoorstel niet direct tot invoering van media-educatie als kerndoel, zoals de aanhef lijkt te suggereren. De Raad adviseert daarom de term 'kerndoelen' in de aanhef en de toelichting te vervangen door de term 'onderwijsactiviteit'.3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)