Raad van State
Ontwerpbesluit houdende regels ter uitvoering van de Meststoffenwet (Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet), met nota van toelichting.
Jaar: 2019
Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende regels ter uitvoering van de Meststoffenwet (Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet), met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 18 juli 2005, no.05.002657, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels ter uitvoering van de Meststoffenwet (Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet), met nota van toelichting.Het ontwerpbesluit strekt ter uitvoering van de Meststoffenwet. De Meststoffenwet wordt per 1 januari 2006 gewijzigd om deze in overeenstemming te brengen met de Europese regelgeving en om de verontreiniging van de bodem en het water door meststoffen, in het bijzonder stikstof en fosfaat, verder te beperken. Deze wijziging van de Meststoffenwet (hierna: de wijzigingswet) strekt er mede toe om, in overeenstemming met het hoofdlijnenakkoord van 16 mei 2003(zie noot 1) en de pakketbrief van 8 april 2004(zie noot 2), te komen tot verdergaande vereenvoudiging van de regelgeving en het terugdringen van de administratieve lasten. Het ontwerpbesluit geeft ook daaraan verder uitvoering. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen onder meer over de lasten voor het bedrijfsleven.1. Vrije bewijsvoering en administratieve lastenIn verband met het in de wijzigingswet opgenomen uitgangspunt van vrije bewijsvoering hebben landbouwers en tussenpersonen/transporteurs (intermediairs) de ruimte om met zelfgekozen middelen te bewijzen dat zij de gebruiksnormen en de verplichting tot een verantwoorde afzet van mest hebben nageleefd. Die gegevens en bepalingswijzen zullen evenwel voldoende moeten zijn onderbouwd en betrouwbaar zijn om als bewijs te kunnen dienen, aldus wordt medegedeeld in paragraaf 5.1, Algemene uitgangspunten, van de nota van toelichting. In deze paragraaf wordt verder uiteengezet dat het belang van de in het ontwerpbesluit opgenomen administratieve verplichtingen tweeledig is. Enerzijds scheppen de bepalingen voor de landbouwers en de intermediair duidelijkheid omtrent de gegevens waarmee naleving van de gebruiksnormen en van de verplichting tot verantwoorde afzet van mest in ieder geval aannemelijk kan worden gemaakt en helderheid omtrent de wijze waarop de relevante hoeveelheden kunnen worden bepaald. Anderzijds is, zo wordt verder medegedeeld, het voor een adequate vaststelling óf en in welke mate de normen zijn overtreden, onontbeerlijk dat de overheid beschikt over voldoende betrouwbare gegevens. Deze gegevens zijn bovendien van belang om te komen tot een reële waardering van de alternatieve bewijsstukken, waarmee de landbouwers en de intermediair de naleving van de gebruiksnormen of de afvoer van dierlijke mest meent te kunnen verantwoorden.Hoewel de Raad deze opzet evenwichtig voorkomt, wil hij wijzen op een aantal specifieke aspecten.Enerzijds zullen bij ministeriële regeling voor onder meer de hoeveelheidsbepaling van fosfaten en nitraten in mest, gewasopbrengsten, op het bedrijf geproduceerde diervoeders en forfaitaire regels worden vastgesteld (artikel 70, eerste en tweede lid), anderzijds zal het fosfaat- en nitraatgehalte in de van bedrijven afgevoerde mest onder meer met behulp van monsters moeten worden bepaald (artikel 70, vierde lid). Mede gelet op de reactie van de Vereniging van accountants- en belastingadviseurs op het voorgepubliceerde ontwerpbesluit(zie noot 3) adviseert de Raad in de toelichting in te gaan op de mogelijke complicaties die hieruit voor de verantwoording van de naleving van de gebruiksregels van de Meststoffenwet kunnen voortvloeien.De landbouwers, intermediairs en leveranciers zullen een inzichtelijke administratie moeten voeren (artikelen 32, 39 en 44). Uit oogpunt van beperking van lasten is bepaald dat daarbij gebruik kan worden gemaakt van gegevens die reeds om een andere reden moeten worden verstrekt (artikelen 31, vierde lid, 43, vierde lid), zoals uit de landbouwtelling en I&R-gegevens(zie noot 4). De administratie dient niettemin ordelijk te worden opgezet (toelichting op artikel 32). De Raad begrijpt hieruit dat de administratie op de verantwoording van de naleving van de Meststoffenwet dient te zijn toegesneden, wat waarschijnlijk tot een herordening van de gegevens zal nopen. De Raad adviseert hieraan alsnog aandacht te besteden in het overzicht van de administratieve lasten in hoofdstuk 7, Bedrijfseffecten, van de nota van toelichting. Overigens is het de Raad opgevallen dat in dat overzicht is uitgegaan van een niet geactualiseerd uurtarief van een nulmeting in 2002. Dat behoeft nadere verklaring.2. Nadere duiding wettelijke grondslag andere besluitenDe Raad wijst erop dat de gegevens die volgens artikel 31, vierde lid en 43, vierde lid, kunnen worden ontleend aan andere registraties, feitelijk bruikbaar zullen moeten zijn voor de verantwoording van de naleving van de nieuwe mestwetgeving. Dat is ook van belang voor de handhaving van de betrokken administratieve voorschriften. Zo zal de grondregistratie in het kader van de landbouwtelling en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de EG moeten aansluiten op de criteria voor perceel in de mestwetgeving. De Raad adviseert in de toelichting uiteen te zetten of behalve het voorzien van de betrokken besluiten met een grondslag in de Meststoffenwet in de artikelen 73, 74 en 75, nog wijzigingen in die besluiten moeten worden aangebracht om de bedoelde gegevens mede geschikt te laten zijn voor de toepassing van de Meststoffenwet.3. Zelfstandige leesbaarheid toelichtingBij dit besluit wordt een aantal bestaande uitvoeringsbesluiten van de Meststoffenwet, zoals het Besluit opslagcapaciteit dierlijke meststoffen Meststoffenwet ingetrokken. In hoofdstuk 4 van de nota van toelichting wordt ten aanzien het Besluit opslagcapaciteit dierlijke meststoffen Meststoffenwet opgemerkt dat, aangezien de bepalingen van dat besluit ongewijzigd in het onderhavige besluit zijn opgenomen, in de toelichting is volstaan met een samenvatting van de nota van toelichting zoals deze bij het oorspronkelijke besluit is gepubliceerd. Voorts wordt bij enkele afzonderlijke artikelen verwezen naar de nota van toelichting bij dat besluit (bijvoorbeeld in de toelichting op artikel 29). De Raad acht het evenwel wenselijk dat, indien er sprake is van een overzetting van bepalingen uit bestaande regelingen in het ontwerpbesluit, in beginsel ook de desbetreffende toelichting wordt overgenomen. Dit bevordert, na het intrekken van de desbetreffende besluiten de kenbaarheid en toegankelijkheid van de toelichting bij de betrokken artikelen van het ontwerpbesluit. De Raad adviseert de toelichting in deze zin aan te vullen.4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.De Vice-President van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl5 pagina's, pdf Tekst