Naar inhoud
Raad van State

Ontwerpbesluit houdende regels betreffende asbest en asbesthoudende producten (Productenbesluit asbest), met nota van toelichting.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende regels betreffende asbest en asbesthoudende producten (Productenbesluit asbest), met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 13 juli 2004, no.04.002735, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels betreffende asbest en asbesthoudende producten (Productenbesluit asbest), met nota van toelichting. In het ontwerpbesluit worden uit een oogpunt van duidelijkheid en eenvoud van regelgeving het Warenwetbesluit asbest, het Besluit asbestvrije frictiematerialen Wet milieugevaarlijke stoffen alsmede hoofdstuk 4, paragraaf 5, afdeling 2, en de artikelen 9.11 tot en met 9.13 van het Arbeidsomstandighedenbesluit geïntegreerd. Tevens worden in het ontwerpbesluit richtlijn nr. 1999/77/EG(zie noot 1) en artikel 1, vijfde lid, van richtlijn nr. 2003/18/EG(zie noot 2) geïmplementeerd. Voorgesteld wordt een totaalverbod op het vervaardigen, invoeren, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, toepassen of bewerken van asbest of asbesthoudende producten (het zogenoemde asbestverbod). Het Asbest-verwijderingsbesluit en het Stortbesluit bodembescherming en de overige paragrafen van hoofdstuk 4, paragraaf 5, van het Arbeidsomstandighedenbesluit worden niet in het ontwerpbesluit geïntegreerd, omdat zij andere doelen dienen. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een aantal opmerkingen, onder andere over de wijze waarop richtlijn nr. 1999/77/EG wordt geïmplementeerd. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is. 1. Particulieren Ter implementatie van richtlijn nr. 1999/77/EG wordt met dit besluit het asbestverbod ook van toepassing op particulieren. Uit deze richtlijn noch uit de toelichting op het ontwerpbesluit leidt de Raad af dat de uitbreiding van de werkingssfeer van dit verbod tot het voorhanden hebben van asbest door particulieren noodzakelijk is. Particulieren zullen steeds moeten onderzoeken of een asbesthoudend product rechtmatig op de markt is gebracht. In dat geval bestaat op grond van het voorgestelde artikel 5, aanhef en onderdeel a, namelijk een uitzondering op het verbod om asbesthoudende producten voorhanden te hebben. Dergelijk onderzoek kan naar het oordeel van de Raad niet van een particulier worden verwacht. Voorts betwijfelt de Raad de handhaafbaarheid van het verbod voor particulieren. De Raad adviseert dit verbod te laten vervallen. 2. Transponeringstabel implementatie In het ontwerpbesluit wordt een aantal EG-richtlijnen geïmplementeerd. Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden tussen richtlijnen die reeds eerder zijn geïmplementeerd in andere besluiten en richtlijnen die voor het eerst in dit ontwerpbesluit worden geïmplementeerd. Zowel in hoofdstuk 2 van de toelichting als in de transponeringstabel wordt niet consequent aangegeven in welk van de besluiten of artikelen van het Arbeidsomstandighedenbesluit die vervallen, een richtlijn reeds was omgezet, in welke besluiten deze eveneens is geïmplementeerd en in welk artikel van het ontwerpbesluit de implementatie heeft plaatsgevonden. Tevens sluit de informatie over de implementatie van de richtlijnen in de toelichting en in de transponeringstabel niet op elkaar aan.(zie noot 3) Hierdoor is het moeilijk te achterhalen hoe de implementatie precies plaats heeft. De Raad beveelt aan de transponeringstabel overeenkomstig Ar 344 aan te vullen. 3. Omschrijving asbest In artikel 1, onderdeel b, van het ontwerpbesluit wordt het begrip asbest omschreven. Deze omschrijving sluit niet volledig aan op de definities die in bovengenoemde EG-richtlijnen en besluiten worden gehanteerd.(zie noot 4) De Raad adviseert de omschrijvingen van asbest in de Nederlandse regelingen zo veel mogelijk op elkaar en op de EG-richtlijnen af te stemmen. 4. Ontbreken toelichting De Raad constateert dat de artikelen 6, tweede lid, 10, onderdeel C, en 11 van het ontwerpbesluit niet of onvoldoende worden toegelicht. Hierdoor blijven enkele zaken onduidelijk. Met betrekking tot artikel 6, tweede lid, wordt niet aangegeven aan welke bij ministeriële regeling te stellen regels kan worden gedacht en waarom deze niet kunnen worden gesteld met het oog op het voorkomen van gevaren voor de mens (vgl. artikel 6, eerste lid). In de toelichting op artikel 10, onderdeel C, wordt niet ingegaan op de vraag hoe "met inbegrip van daaraan voorafgaande handelingen" (artikel 4.37, tweede lid, onderdeel b, van het Arbeidsomstandighedenbesluit) zich verhoudt tot artikel 2, onderdeel a, van het ontwerpbesluit, waaraan deze zinsnede niet is toegevoegd. Hetzelfde geldt voor "opruimen", "incidenten" en "calamiteiten" (artikel 4.37, tweede lid, onderdeel c) in verhouding tot de artikelen 2 en 5 van het ontwerpbesluit, waarin deze begrippen niet worden gebruikt. Artikel 11 wordt niet toegelicht, terwijl onder andere wordt voorgesteld de thans bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde onderzoeksmethode bij ministeriële regeling vast te stellen. De Raad adviseert bovengenoemde artikelen alsnog of nader toe te lichten en daarbij rekening te houden met deze aandachtspunten. 5. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)