Naar inhoud
Raad van State

Voorstel van wet met memorie van toelichting houdende wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met de implementatie van richtlijn nr.95/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 oktober 1995 inzake het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen (PbEG L 281), van de Telecommunicatiewet en het Wetboek van Strafrecht in verband met richtlijn 97/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 1997 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de telecommunicatiesector (PbEG 1998 L 24), alsmede van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit, van de Wet op de economische delicten en van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Voorstel van wet met memorie van toelichting houdende wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met de implementatie van richtlijn nr.95/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 oktober 1995 inzake het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen (PbEG L 281), van de Telecommunicatiewet en het Wetboek van Strafrecht in verband met richtlijn 97/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 1997 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de telecommunicatiesector (PbEG 1998 L 24), alsmede van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit, van de Wet op de economische delicten en van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat.Bij Kabinetsmissive van 18 september 2000, no.00.005199, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting, houdende wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met de implementatie van richtlijn nr.95/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 oktober 1995 inzake het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen (PbEG L 281), van de Telecommunicatiewet en het Wetboek van Strafrecht in verband met richtlijn 97/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 1997 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de telecommunicatiesector (PbEG 1998 L 24), alsmede van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit, van de Wet op de economische delicten en van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat. Het wetsvoorstel heeft betrekking op wijzigingen van de Telecommunicatiewet, de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit (Wet OPTA), het Wetboek van Strafrecht, de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat en de Wet op de economische delicten. Met de voorgestelde wijzigingen van de Telecommunicatiewet wordt onder meer beoogd nog niet geïmplementeerde onderdelen van richtlijn nr.95/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 oktober 1995 inzake het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen (PbEG L 281) (hierna: de richtlijn) te implementeren. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele kennelijke onjuistheden en verschrijvingen in de Telecommunicatiewet en de Wet OPTA te herstellen. Met de wijziging van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat wordt het mogelijk gemaakt dat subsidies worden verleend voor projecten die zich richten op de ontwikkeling en verbetering van diensten en technische toepassingen in de informatie- en communicatiedienstverlening. De Raad van State kan zich verenigen met de strekking van het wetsvoorstel, maar plaatst de volgende kanttekening. Artikel I, onderdelen K en L, van het voorstel van wet voegt de artikelen 8.4a en 10.1a toe aan de Telecommunicatiewet. Ter uitvoering van een bindend besluit van nader genoemde instellingen van de Europese Unie kunnen bij ministeriële regeling technische voorschriften worden gegeven met betrekking tot onderscheidenlijk het uitzenden van een televisieprogramma en apparaten voor de ontvangst en weergave van televisieprogramma's. In artikel 8.4a worden de artikelen 2 en 5 van de richtlijn geïmplementeerd, terwijl artikel 10.1a de implementatie van artikel 3 van de richtlijn betreft, welke artikelen bindende (technische) voorschriften bevatten. De artikelen van de richtlijn kennen een imperatieve redactie, terwijl de voorgestelde artikelen aan de minister een bevoegdheid tot het vaststellen van technische voorschriften toekennen. Met het oog hierop adviseert de Raad de voorgestelde artikelen 8.4a en 10.1a van de Telecommunicatiewet te wijzigen. De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)