Naar inhoud
Raad van State

Ontwerpbesluit houdende regels ter uitvoering van hoofdstuk 5.3 van de Wet op het financieel toezicht voor het melden van stemmen, kapitaal, zeggenschap en kapitaalbelang in uitgevende instellingen (Besluit melding zeggenschap en kapitaalbelang in uitgevende instellingen), met nota van toelichting.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende regels ter uitvoering van hoofdstuk 5.3 van de Wet op het financieel toezicht voor het melden van stemmen, kapitaal, zeggenschap en kapitaalbelang in uitgevende instellingen (Besluit melding zeggenschap en kapitaalbelang in uitgevende instellingen), met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 26 april 2006, no.06.001516, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels ter uitvoering van hoofdstuk 5.3 van de Wet op het financieel toezicht voor het melden van stemmen, kapitaal, zeggenschap en kapitaalbelang in uitgevende instellingen (Besluit melding zeggenschap en kapitaalbelang in uitgevende instellingen), met nota van toelichting. Het onderhavige besluit geeft uitvoering aan artikelen in hoofdstuk 5.3 van de Wet op het financieel toezicht (Wft) die betrekking hebben op de meldingsplichten en de wijze waarop deze worden verwerkt in het in artikel 1:93 van de Wft genoemde register. Met name worden in dit besluit geregeld: 1. de perioden en termijnen die gelden bij een melding; 2. de gegevens die bij een melding moeten worden verstrekt; 3. de wijze waarop een melding moet worden verricht; 4. de samenloop met andere wettelijke meldingsplichten, waardoor een meldingsplichtige in een aantal gevallen kan volstaan met slechts een enkele melding. De Raad onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een aantal opmerkingen. Hij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is. 1. Het ontwerpbesluit strekt mede ter implementatie van richtlijn nr. 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PbEU L 390) (de Transparantierichtlijn). De toelichting maakt niet duidelijk of met de desbetreffende bepalingen in de Wft en het ontwerpbesluit de implementatie is voltooid. Daarbij wijst de Raad op het volgende: a. Op grond van artikel 12, eerste lid, onderdeel d, van de Transparantierichtlijn moet een kennisgeving als bedoeld in de artikelen 9 en 10 van de richtlijn onder meer de identiteit van de aandeelhouder bevatten, ook al heeft deze niet het recht stemrechten uit te oefenen onder de in artikel 10 neergelegde voorwaarden, alsmede de identiteit van de natuurlijke persoon of juridische entiteit die het recht heeft de stemrechten voor rekening van de aandeelhouder uit te oefenen. De verplichtingen tot melden als bedoeld in de artikelen 9 en 10 van de Transparantierichtlijn zijn geïmplementeerd in de artikelen 5:38, 5:39 en 5:45 van de Wft. Artikel 5 van het ontwerpbesluit bepaalt welke gegevens moeten worden verstrekt bij die meldingen. In artikel 5 is niet het volledige onderdeel d van artikel 12, eerste lid, van de Transparantierichtlijn opgenomen, omdat alleen is bepaald dat de naam van de meldingsplichtige aandeelhouder moet worden opgegeven en niet ook de naam van degene die het recht heeft de stemrechten voor rekening van de aandeelhouder uit te oefenen. b. Artikel 12, vierde en vijfde lid, van de Transparantierichtlijn bevat regels voor het samenvoegen van deelnemingen. Artikel 5:45, tiende lid, van de Wft bepaalt dat het derde lid van dat artikel, volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels, niet van toepassing is op bepaalde dochtermaatschappijen. In de Wft zijn niet expliciet opgenomen de tweede alinea van artikel 12, vierde lid, van de Transparantierichtlijn, waarin uitzonderingen voor beheerders zijn opgenomen, en enkele voorwaarden voor vermogensbeheerders, zoals opgenomen in artikel 12, vijfde lid, van de Transparantierichtlijn. De Raad adviseert in de toelichting op het voorgaande in te gaan, en het voorstel zo nodig aan te passen. Voorts ware een transponeringstabel toe te voegen (aanwijzing 344 van de Aanwijzingen voor de regelgeving). 2. Op grond van de artikelen 5:38 en 5:39 van de Wft kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald in welke gevallen een meldingsplichtge behoort te weten dat hij een drempelwaarde bereikt of passeert. Hieraan is geen uitvoering gegeven in het ontwerpbesluit. Aangezien de passieve meldingen, bedoeld in de artikelen 5:38 en 5:39 van de Wft, nieuw zijn ten opzichte van de Wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen 1996, is niet zonder meer duidelijk of al dan niet behoefte zal bestaan aan de bedoelde amvb. De Raad adviseert hierop in de toelichting in te gaan en het ontwerpbesluit zo nodig aan te vullen. 3. Voor een redactionele kanttekening verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)