Naar inhoud
Raad van State

Voorstel van wet met memorie van toelichting houdende verlenging van de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever bij ziekte (Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003).

Jaar: 2019 Documenten: 1
Voorstel van wet met memorie van toelichting houdende verlenging van de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever bij ziekte (Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003).Bij Kabinetsmissive van 21 augustus 2003, no.03.003403, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting houdende verlenging van de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever bij ziekte (Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003). Het wetsvoorstel betreft een verlenging van de loondoorbetalingsverplichting voor de werkgever gedurende het tweede ziektejaar van een werknemer. Beoogd wordt de werkgever en de zieke werknemer door middel van loondoorbetaling tot 70% gedurende het tweede ziektejaar een financiële prikkel te geven die tot doel heeft zieke werknemers zoveel mogelijk te laten terugkeren in het arbeidsproces en hen aldus uit de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) te houden. Voorts worden regels gegeven voor de wijze waarop geschillen over bepaalde met de arbeidsongeschiktheid en reïntegratie in het arbeidsproces van zieke werknemers samenhangende verplichtingen van werkgevers en werknemers kunnen worden beslecht. De Raad van State heeft eerder geadviseerd inzake een wetsvoorstel betreffende verlenging van de loondoorbetalingsverplichting(zie noot 1), welk wetsvoorstel is ingediend bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal(zie noot 2) en nadien is ingetrokken.(zie noot 3) Het onderhavige voorstel volgt het eerder ingediende wetsvoorstel, maar bevat op twee punten een wijziging. Ten eerste wordt thans tevens voorgesteld de subsidie bij reïntegratie bij een andere werkgever en de subsidie voor training, scholing en begeleiding bij de eigen werkgever af te schaffen.(zie noot 4) De tweede wijziging betreft het niet-verlengen van de wettelijke minimumloongarantie in het tweede ziektejaar.(zie noot 5) De Raad onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel en verwijst daarbij naar zijn advies van 27 september 2002 inzake het hiervoor bedoelde eerdere wetsvoorstel, en maakt de volgende kanttekeningen. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het voorstel wenselijk is. 1. Terzake van het niet verlengen van de wettelijke minimumloongarantie vraagt de Raad zich af of is onderkend het mogelijke effect van deze maatregel op de dagloonregels die ten grondslag liggen aan de rechten van betrokkenen op grond van de Werkloosheidswet. De Raad adviseert hierop in de toelichting nader in te gaan en zo nodig het wetsvoorstel aan te passen. 2.. Inzake het afschaffen van de subsidie bij reïntegratie wijst de Raad op het volgende. Voor werknemers die op of na 1 januari 2004 ziek worden kan ingevolge het wetsvoorstel geen subsidie voor scholing, training en begeleiding en geen subsidie voor reïntegratieactiviteiten, gericht op de inschakeling in de arbeid bij een ander bedrijf, meer worden aangevraagd. Ten behoeve van het overgangsrecht wordt voor diegenen die vóór 1 januari 2004 ziek zijn geworden in Artikel VIII, onderdeel I, een nieuw artikel 87d van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten voorgesteld. Op grond van het derde lid van dat artikel kunnen bij ministeriële regeling nadere en afwijkende regels worden gesteld omtrent de voorwaarden waaronder en het tijdvak waarvoor de subsidie wordt verstrekt. De Raad merkt op dat afwijken van de wet bij ministeriële regeling vermeden dient te worden. De Raad adviseert, voorzover afwijkingen niet in de wet zelf kunnen worden opgenomen, deze op het niveau van algemene maatregel van bestuur te regelen. De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)