Raad van State
Voorstel van wet houdende wijziging van de Huursubsidiewet (verhoging van het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder blijft), met memorie van toelichting.
Jaar: 2019
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende wijziging van de Huursubsidiewet (verhoging van het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder blijft), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 19 januari 2004, no.04.000183, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Huursubsidiewet (verhoging van het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder blijft), met memorie van toelichting. Het wetsvoorstel strekt ertoe in het kader van versobering van de huursubsidie de huurders een grotere eigen bijdrage in de maandelijkse huur te laten betalen. Daartoe wordt het gedeelte van de rekenhuur (de huurprijs die de huurder op de peildatum per maand verschuldigd is) dat voor rekening van de huurder blijft, verhoogd met € 12,- . De Raad van State maakt opmerkingen met betrekking tot het nieuwe begrip basishuur, de keuze van het instrument en eventuele gevolgen van de wijziging. 1. In de memorie van toelichting wordt als motivering van de voorgestelde wijziging van de Huursubsidiewet (HSW) alleen verwezen naar de (financiële) afspraken in het Hoofdlijnenakkoord. De Raad adviseert in de toelichting een nadere (beleidsmatige) onderbouwing te geven van de versobering van de huursubsidie. 2. Het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder blijft en waarover geen huursubsidie wordt toegekend, wordt thans aangeduid met het begrip normhuur (artikel 16, eerste lid, HSW). Met dit wetsvoorstel wordt het begrip basishuur geïntroduceerd, dat in de plaats komt van normhuur. De aanduiding normhuur blijft evenwel gehandhaafd. Het begrip normhuur krijgt een andere betekenis en wordt ook niet meer gedefinieerd, maar alleen nog gebruikt als behorende bij het minimuminkomensijkpunt (artikel 17, tweede lid, HSW), dan wel het referentie-inkomensijkpunt (artikel 18, eerste lid, HSW).(zie noot 1) Het wordt voorts nog gebruikt bij de berekening van de basishuur, zijnde de normhuur plus € 12,-. Nu de toelichting alleen aangeeft dat wijziging van de basishuur noodzakelijk is, maar niet uiteenzet om welke reden daarnaast nog behoefte bestaat aan handhaving van het begrip normhuur geeft de Raad in overweging het naast elkaar bezigen van beide begrippen van een dragende motivering te voorzien en zo nodig het wetsvoorstel aan te passen. 3. Met het introduceren van de basishuur als het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder dient te blijven en de invulling die aan dit begrip wordt toegekend, namelijk normhuur plus € 12,-, lijkt wijziging aangebracht te worden in het uitgangspunt van hetgeen tot op heden als normhuur wordt aangeduid. Uit de memorie van toelichting bij de HSW(zie noot 2) blijkt dat een duidelijke relatie bestaat tussen het gedeelte van de huur dat de huurder zelf moet betalen en het (huishoud)inkomen van de aanvrager. Daarbij is uitgegaan van wat huurders, in het bijzonder alleenstaanden, met een inkomen op het minimumniveau nog zelf aan huur kunnen betalen.(zie noot 3) Met de voorgestelde verhoging van € 12,- wordt de samenhang met het inkomen van de huurder losgelaten. Dit klemt temeer wanneer, zoals de toelichting aangeeft, in de komende jaren een verdere stijging zal worden doorgevoerd om te voldoen aan de taakstelling de huursubsidie-uitgaven met € 210 miljoen structureel te beperken. De Raad meent dat op deze wijze afbreuk wordt gedaan aan de aanvankelijk gekozen systematiek. Nu de toelichting niet duidelijk maakt op welke wijze de voorgestelde aanpassing gerelateerd is aan de draagkracht van de huurder, behoeft deze aanvulling. De Raad adviseert daarin te voorzien. 4. Uit de toelichting blijkt niet, waarom gekozen is voor de verhoging van de eigen bijdrage in de betaling van de maandelijkse huur op de wijze zoals nu voorgesteld. Derhalve wordt niet duidelijk of mogelijk ook aanpassing van andere indicatoren die bepalend zijn voor het berekenen van de huursubsidie, overwogen is. Verder wordt een uiteenzetting gemist over de inkomenseffecten die de voorgestelde verhoging van de eigen bijdrage in de maandelijkse huur zal hebben voor de degenen die in aanmerking komen voor huursubsidie, mede gelet op de mogelijke verhoging van hun lasten op andere terreinen. De Raad adviseert in de toelichting aandacht te besteden aan de keuze van het instrument en aan de positie van de huurder. De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl4 pagina's, pdf Tekst