Naar inhoud
Raad van State

Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit verlaging tegemoetkoming aangewezen dierziekten in verband met aanpassing verlagingspercentages.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit verlaging tegemoetkoming aangewezen dierziekten in verband met aanpassing verlagingspercentages.Bij Kabinetsmissive van 26 september 2001, no.01.004535, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit verlaging tegemoetkoming aangewezen dierziekten in verband met aanpassing verlagingspercentages.Met het ontwerpbesluit wordt beoogd het kortingsregime, zoals dat is neergelegd in het Besluit verlaging tegemoetkoming aangewezen dierziekten (hierna: het Besluit), voor de tegemoetkomingen in de schade als gevolg van veterinaire maatregelen te matigen. Overtreding van veterinaire voorschriften op een gemengd bedrijf bij één diersoort zal niet meer tot gevolg hebben dat een verlaging zal worden toegepast in de tegemoetkoming in de schade als gevolg van maatregelen bij andere diersoorten. Voorts wordt de korting als gevolg van het niet naleven van identificatie- en registratieverplichtingen (hierna: I en R-regels) gedifferentieerd naar het aantal overtredingen. Hetzelfde geldt voor de overtreding van hygiënevoorschriften. Er zal geen verlaging meer worden toegepast in de tegemoetkoming voor producten en voorwerpen. Het ontwerpbesluit geeft de Raad van State aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen.1. Gelet op artikel 86, tweede lid, van de Gezondheids - en welzijnswet voor dieren (GWWD) en de toelichting bij het Besluit zal bij het vaststellen van een kortingsregeling de samenhang tussen de overtreding en de daaraan verbonden veterinaire risico's in het oog moeten worden gehouden. Daarvan uitgaande kan een enkele onregelmatigheid op het bedrijf al tot gevolg hebben dat over de gehele tegemoetkoming wordt gekort, ook wanneer de grond van verlaging slechts betrekking heeft op één of enkele dieren.(zie noot 1) De toelichting op het ontwerpbesluit geeft naar de mening van het college onvoldoende blijk dat de veterinaire risico's ten gevolge van overtreding van voorschriften en de voorgestelde beperking van de thans geldende verlaging van de tegemoetkoming op elkaar zijn afgestemd.De Raad wijst daartoe op het volgende.a. De toelichting relateert de verlaging van de tegemoetkoming aan de mate waarbij overtreding van voorschriften de dierziektebestrijding verwijtbaar in gevaar brengt. Vervolgens wordt de mate van verwijtbaarheid gekoppeld aan het aantal overtredingen (vijf of meer). Het college heeft zich afgevraagd waarom naast hetweliswaar praktische maar betrekkelijk willekeurige getalscriterium ter bepaling van de mate van verlaging van de wettelijke tegemoetkoming niet een voorziening is getroffen waardoor tevens gewicht wordt of kan worden toegekend aan het risico van verdere verspreiding van de dierziekte en aan de mate van gevaar voor de bestrijding ervan. Niet zonder meer valt in te zien dat los van de concrete omstandigheden van het geval alle overtredingen van voorschriften even zwaar (dienen te) wegen vanuit een oogpunt van verwijtbaarheid alsook vanuit een oogpunt van gevaarlijkheid. De Raad acht een getalscriterium beter te rechtvaardigen vanuit een benadering die uitgaat van de omvang van de door overtreding van voorschriften geschapen risico's dan op basis van de verwijtbaarheid.b. In artikel 3, derde lid, wordt bepaald dat indien een tegemoetkoming die betrekking heeft op verschillende diersoorten moet worden verlaagd op grond van het in het eerste lid, onderdelen f, g, h, i, onderscheidenlijk j, en het betrokken verzuim geen betrekking heeft op alle diersoorten waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, de verlaging slechts wordt toegepast op het deel van de tegemoetkoming voor de diersoort of diersoorten waarop het verzuim betrekking heeft. Naar het de Raad voorkomt, is deze afgrenzing uit een oogpunt van voorkoming en beperking van veterinaire risico's slechts concludent met betrekking tot een ziekte die slechts bij die diersoort(en) kan voorkomen waarop het verzuim betrekking heeft. Aan die voorwaarde wordt bijvoorbeeld niet voldaan bij mond- en klauwzeer (mkz), aangezien die ziekte bij alle tweehoevigen kan voorkomen en even besmettelijk is. Bij gevaar van uitbreiding van een ziekte als mkz zal doorgaans het niet nakomen van de I en R-regeling op een gemengd bedrijf met varkens en runderen voor beide diersoorten riskant zijn en tevens hinderlijk bij het traceren van verdachte dieren.c. In de toelichting op artikel 3, eerste lid, onderdeel j, wordt de keuze van de lagere kortingspercentages voor overtredingen van de Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000 gemotiveerd met het argument dat die noodzakelijk zijn omdat anders varkenshouders die naar verhouding meer met die voorschriften te maken hebben ten opzichte van andere veehouders onevenredig zouden worden gekort. Indien die voorschriften juist bij varkenshouderijen zijn getroffen met het oog op (de) bijbehorende bijzondere veterinaire risico's in vergelijking tot andersoortige veehouderijen, is dit een niet zonder meer overtuigende motivering. Denkbaar is dat voor rundveehouderijen soortgelijke hygiëneregels noodzakelijk zijn, maar (nog) niet zijn ingevoerd, bijvoorbeeld omdat vanwege het intensieve karakter van de varkenshouderij en de daarin naar verhouding veel voorkomende dierverplaatsingen op die bedrijven op het punt van de hygiëne een verhoogd veterinair risico aanwezig is.De Raad acht het gewenst dat de toelichting zowel de rechtvaardiging voor als de effectiviteit van de gewijzigde kortingsregeling nader toelicht vanuit een oogpunt van samenhang tussen overtreding van voorschriften en het voorkomen van veterinaire risico's.2. In het nieuwe aan artikel 3 toe te voegen tweede lid wordt bepaald dat de verlaging niet wordt toegepast op de tegemoetkoming voorzover deze betrekking heeft op producten en voorwerpen. In de toelichting op deze wijziging (op artikel I, onderdeel 3) wordt erop gewezen dat hiervoor is gekozen omdat de waardevaststelling van vernietigde producten en voorwerpen niet aan diersoorten wordt toegerekend en dat een toerekening aan diersoorten "over het algemeen" op problemen zal stuiten. De Raad ziet niet in waarom bij een op grond van artikel 86 GWWD toe te passen verlaging van de tegemoetkoming in de schade aan producten over het algemeen toerekening aan diersoorten problematisch zou zijn. De toelichting behoeft naar het oordeel van het college concretisering en nuancering.3. In artikel II wordt bepaald dat wijzigingen zullen terugwerken tot en met 19 maart 2001. De Raad gaat ervan uit dat het de bedoeling is dat in geval van te veel gekorte tegemoetkomingen renteschade zal worden vergoed voorzover dat, gelet op het feit dat blijkens de aanbiedingsbrief reeds feitelijk uitvoering is gegeven aan het ontwerpbesluit, nog niet is geschied. De toelichting dient daarover uitsluitsel te geven.4. De Raad heeft er begrip voor dat in verband met het ingrijpende karakter van de dit jaar uitgebroken mkz-epidemie de minister en de Tweede Kamer der Staten-Generaal hebben gezocht naar mogelijkheden om op korte termijn onevenredige schade bij veehouders te voorkomen die het gevolg zijn bij onverkorte toepassing van het geldende besluit. Nu het ontwerpbesluit echter een blijvend karakter heeft en de effecten van een aantal van de daarin getroffen matigingen ongewis zijn, beveelt het college aan de kortingsregeling te gelegener tijd te evalueren en aan de hand van de uitkomsten daarvan nader te bezien. Het ligt in de rede daarbij ook het belang te betrekken van specifieke bedrijfsomstandigheden als oorzaak van overtreding en als risicoverhogende factor.De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)