Naar inhoud
Raad van State

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kroatië inzake de tewerkstelling van partners van het diplomatieke en consulaire personeel; Zagreb, 6 mei 2005, met toelichtende nota.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kroatië inzake de tewerkstelling van partners van het diplomatieke en consulaire personeel; Zagreb, 6 mei 2005, met toelichtende nota.Bij Kabinetsmissive van 10 juni 2005, no.05.002170, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kroatië inzake de tewerkstelling van partners van het diplomatieke en consulaire personeel; Zagreb, 6 mei 2005, met toelichtende nota. In de toelichtende nota, Algemeen, wordt aangegeven dat de regering voornemens is het verdrag vanaf de datum van ondertekening voorlopig toe te passen. Als motivering daarvan wordt gesteld dat het ter uitvoering van het beleid terzake van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het grootste belang is dat partners van Nederlands diplomatiek personeel zo spoedig mogelijk toegang tot de Kroatische arbeidsmarkt krijgen. De Raad van State heeft er op zichzelf begrip voor dat dit belang een zo spoedig mogelijke toepassing van het verdrag wenselijk maakt. Voorlopige toepassing komt evenwel neer op toepassing voordat de procedure ter goedkeuring van het verdrag is afgerond en vraagt daarom om terughoudendheid. Uit de toelichting blijkt dat soortgelijke verdragen met andere staten reeds in de jaren negentig van de vorige eeuw zijn gesloten, zodat de vraag rijst waarom met Kroatië, ondanks het aangevoerde belang, eerst in mei 2005 een verdrag is gesloten; tijdige totstandkoming van een verdrag heeft immers de voorkeur boven voorlopige toepassing. De Raad beveelt aan in de toelichting het tijdstip van de totstandkoming van het verdrag, dat tot voorlopige toepassing aanleiding geeft, toe te lichten. De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat het verdrag wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De waarnemend Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Documenten (1)