- Identifier
- nl.oorg10008.2e.2019.1810
- Aanbieder (Naam)
- Raad van State
- Titel
- Ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot subsidiëring van de kosten van sloop en ombouw van nertsenhouderijen (Besluit subsidiëring sloop- en ombouwkosten pelsdierhouderij), met nota van toelichting.
- Beschrijving
- Ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot subsidiëring van de kosten van sloop en ombouw van nertsenhouderijen (Besluit subsidiëring sloop- en ombouwkosten pelsdierhouderij), met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 29 mei 2015, no.2015000933, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot subsidiëring van de kosten van sloop en ombouw van nertsenhouderijen (Besluit subsidiëring sloop- en ombouwkosten pelsdierhouderij), met nota van toelichting.Op 15 januari 2013 is de Wet verbod pelsdierhouderij (hierna ook: de wet) in werking getreden. Deze wet verbiedt het houden, doden of doen doden van een dier dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gehouden ter verkrijging van zijn pels. Nertsenhouders die op 15 januari 2013 een pelsdierhouderij hadden, mogen deze onder voorwaarden blijven uitoefenen tot 1 januari 2024, waarna het definitief verboden is. Het ontwerpbesluit voorziet in een regeling voor de subsidiëring van sloop- en ombouwkosten van de pelsdierhouderij.De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar heeft opmerkingen over de motivering van een deel van het ontwerpbesluit.1.Wet verbod pelsdierhouderij buiten werking gesteldArtikel 7 van de wet vormt de grondslag voor het ontwerpbesluit. Bij vonnis van 21 mei 2014 van de rechtbank Den Haag is de wet echter buiten werking gesteld. (zie noot 1) De Staat heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. Bij herstelvonnis heeft de rechtbank Den Haag de opschortende werking van het hoger beroep ongedaan gemaakt. (zie noot 2) Dit herstelvonnis heeft tot gevolg dat het door de Staat ingestelde hoger beroep geen schorsende werking meer heeft en de wet derhalve buiten werking is gesteld. De regering meent dat de wet niettemin verbindend is en dat de buiten werkingstelling er niet aan in de weg staat dat de wet tot grondslag kan dienen voor dit ontwerpbesluit. (zie noot 3) De regering heeft evenwel, ter vermijding van discussies hierover, het ontwerpbesluit mede gebaseerd op de Kaderwet EZ-subsidies.De Afdeling merkt allereerst op dat de Kaderwet EZ-subsidies voldoende grondslag biedt voor het ontwerpbesluit. In de toelichting beperkt de regering zich tot de enkele mededeling dat de wet eveneens tot grondslag kan dienen voor het ontwerpbesluit en dat de buitenwerkingstelling dit niet verhindert. Aangezien enige motivering ontbreekt, is deze enkele mededeling onvoldoende. Dit temeer aangezien het de vraag is of de mededeling juist is. Daarbij wijst de Afdeling op het LSV-arrest, waarin de Hoge Raad de term ‘buitenwerking stelling’ van een wet als volgt uitlegt: (zie noot 4) "een in algemene termen vervat verbod (HR 3 januari 1964, NJ 1964, 445, en 18 februari 1966, NJ 1966, 208), daartoe strekkende dat de Staat zich - tot een eventuele beslissing in een bodemprocedure, waarbij de beschikkingen verbindend worden geoordeeld - heeft te onthouden van gedragingen die op de werking van die beschikkingen zijn gegrond, met name het uitvoeren of doen uitvoeren daarvan." Gelet op de uitleg door de Hoge Raad is het zeer de vraag of het ontwerpbesluit mede kan worden gebaseerd op de Wet verbod pelsdierhouderij, zo lang deze buiten werking is gesteld.De Afdeling adviseert in de toelichting op het bovenstaande in te gaan en zo nodig artikel 7 van de Wet verbod pelsdierhouderij in de considerans te schrappen als grondslag voor het ontwerpbesluit.2.Toestemming Europese Commissie inzake staatssteun ontbreektDit ontwerpbesluit is een staatssteunmaatregel in de zin van artikel 107 VWEU en is daarom bij de Europese Commissie aangemeld. Indien het ontwerpbesluit naar aanleiding van de reactie van de Europese Commissie op substantiële punten wijzigt, adviseert de Afdeling het ontwerpbesluit nogmaals ter advisering aan haar voor te leggen.De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.De vice-president van de Raad van State
- Publicatiedatum
- 2019-01-28
- Jaar
- 2019
- Type
- 2e - Advies
- Aanbieder (Code)
- oorg10008
- Totaal aantal documenten
- 1
- Verkregen op
- 2024-03-30
- Aantal pagina's in dossier
- 2