Naar inhoud
Raad van State

Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet in verband met het invoeren van een perceelsregistratie.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet in verband met het invoeren van een perceelsregistratie.Bij Kabinetsmissive van 8 juni 2001, no.01.002829, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet in verband met het invoeren van een perceelsregistratie.Het ontwerpbesluit bevat wijzigingen van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet ter uitvoering van de regeling van het stelsel van mestafzetovereenkomsten in de Meststoffenwet. Er wordt voorzien in een basis voor ministeriële regels betreffende de registratie van gegevens omtrent topografische ligging en gebruik van landbouwgrond waarop dierlijke meststoffen worden afgezet; ook wordt voorzien in ministeriële regels betreffende gegevens inzake rechtsvorm, formele inrichting van bedrijven en de personen die daarin werkzaam zijn. De ondergrens voor administratieve verplichtingen wordt nader gepreciseerd. Voorts worden enige vereenvoudigingen en wijzigingen van technische aard in het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet aangebracht. Bij dit ontwerpbesluit wordt ook het Besluit verkleining oppervlakte landbouwgrond Meststoffenwet op ondergeschikte punten aangepast.De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekening met betrekking tot de registraties.1. In hoofdstuk 7 van de nota van toelichting, Bedrijfseffecten, wordt erop gewezen dat de te verstrekken gegevens over het grondgebruik in een basisregistratie zullen worden verwerkt en ook zullen worden benut voor andere regelingen die een agrariër verplichten tot het leveren van gegevens omtrent zijn grond. Wat betreft de door bedrijven en ondernemingen te verstrekken gegevens over de rechtsvorm en de formele inrichting wordt opgemerkt dat bedrijven reeds thans verplicht zijn een deel van die gegevens te verstrekken.Het streven is, zo kan uit de toelichting op de inwerkingstredingsbepaling (artikel III) worden opgemaakt, erop gericht aan te sluiten bij bestaande registraties teneinde bedrijfsleven en overheid zo min mogelijk te belasten. De Raad acht deze aanpak voor de hand liggend uit een oogpunt van lastenbeperking. Daarbij dient echter wel te worden gewezen op de volgende aspecten.De mogelijkheid gegevens te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt is afhankelijk van de compatibiliteit van de verschillende registratiecriteria en van de wijze waarop deze met het oog op de onderscheiden doelen worden geïnterpreteerd.a. Registraties die persoonsgegevens bevatten of dat karakter als gevolg van koppeling aan andere gegevens krijgen, moeten voldoen aan de eisen die daaraan in de komende Wet bescherming persoonsgegevens worden gesteld. Aan dit laatste aspect is geen aandacht besteed in de nota van wijziging op het voorstel tot wijziging van de Meststoffenwet(zie noot 1) waarin onder meer de grondslag is gelegd voor regels omtrent het verstrekken van gegevens inzake rechtsvorm en formele inrichting van een bedrijf of onderneming en de daarin werkzame personen. Bij dit ontwerpbesluit zal dit aspect alsnog moeten worden bezien en in de toelichting worden besproken. In het bijzonder zal daarbij moeten worden gelet op de regeling in de Wet bescherming persoonsgegevens van het gebruik van een registratie voor verschillende doelen (artikelen 9 en 43) en de plicht tot melding aan het College bescherming persoonsgegevens.Tegen deze achtergrond adviseert de Raad in ieder geval in de toelichting nader in te gaan op de bruikbaarheid van reeds bestaande gegevens en alsnog uiteen te zetten hoe in het beoogde registratiesysteem aan de Wet bescherming persoonsgegevens toepassing wordt gegeven.2. In de inleiding van de nota van toelichting wordt vermeld dat het ontwerpbesluit er mede toe strekt in het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet een grondslag op te nemen voor het - bij ministeriële regeling - stellen van nadere regels over de opgave van wijzigingen. In de in dit verband genoemde onderdelen B en E van artikel I is echter in geheel geen sprake van een delegatie van regelgevende bevoegdheid met betrekking tot het opgeven van wijzigingen, terwijl de in de toelichting genoemde onderwerpen alleen in onderdeel E zijn geregeld. De Raad adviseert het ontwerpbesluit en de toelichting met elkaar in overeenstemming te brengen.3. Op grond van artikel 6a, aanhef en onder c, worden bij ministeriële regeling regels gesteld omtrent het verstrekken van gegevens over onder meer de meewerkende familieleden op een bedrijf dat door een persoon wordt uitgeoefend. De Raad adviseert de verplichting tot het doen van die opgave te motiveren in de nota van toelichting. Omdat niet op voorhand duidelijk is wie tot de familieleden van het bedrijfshoofd dienen te worden gerekend, beveelt de Raad tevens aan een definitie van dit begrip in het ontwerpbesluit op te nemen.4. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)