Raad van State
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie in verband met aanscherping van de kwaliteitseisen aan beroepskrachten voorschoolse educatie, met nota van toelichting.
Jaar: 2019
Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie in verband met aanscherping van de kwaliteitseisen aan beroepskrachten voorschoolse educatie, met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 2 februari 2017, no.2017000176, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie in verband met aanscherping van de kwaliteitseisen aan beroepskrachten voorschoolse educatie, met nota van toelichting.Het ontwerpbesluit strekt ertoe de educatieve kwaliteit van de voorschoolse educatie te verbeteren, door onder meer aan medewerkers voorschoolse educatie hogere eisen te stellen wat betreft de beheersing van de Nederlandse taal.De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar heeft een opmerking over de invoeringsdatum van de hogere taal-eis voor de kleinere gemeenten en over het niet stellen van nadere eisen wat betreft scholing.1.Invoeringsdatum hogere taal-eis kleinere gemeentenHet ontwerpbesluit houdt in dat de taal-eis 3F op de onderdelen ‘Mondelinge taalvaardigheid’ en ‘Lezen’ verplicht wordt voor medewerkers voorschoolse educatie. Voor de grotere gemeenten (de zogenoemde G37 en G68) treedt deze eis op 1 augustus 2017 in werking, voor de kleinere gemeenten twee jaar later. De reden hiervoor is dat de grotere gemeenten al vier jaar lang extra ondersteuning hebben ontvangen om de taalbeheersing van hun medewerkers voorschoolse educatie op een hoger plan te brengen. De kleinere gemeenten zullen in 2017 en 2018 extra ondersteuning ontvangen, aldus de toelichting. Uit de toelichting blijkt niet of de medewerkers voorschoolse educatie in de grote gemeenten inmiddels in voldoende aantallen zijn bijgeschoold zodat invoering van de nieuwe taal-eis niet tot invoeringsproblemen leidt. Ook is niet duidelijk op welke gronden wordt aangenomen dat voor de kleine gemeenten een overgangstermijn van twee jaar volstaat, mede in aanmerking genomen dat de grote gemeenten zich vier jaar lang met extra ondersteuning konden voorbereiden op de nieuwe taal-eis.De Afdeling adviseert op deze vragen in de toelichting in te gaan.2.Nadere eisen kennis en vaardighedenOm als beroepskracht voorschoolse educatie te mogen werken moet de betrokkene in het bezit zijn van een mbo-opleiding met een op de voorschoolse educatie toegespitst kwalificatiedossier, dan wel een mbo-opleiding met een keuzedeel voorschoolse educatie. De Wet educatie en beroepsonderwijs stelt eisen aan de totstandkoming en inhoud van het kwalificatiedossier en het keuzedeel.Artikel 4, derde lid, van het ontwerpbesluit regelt dat pedagogisch medewerkers die niet in het bezit zijn van een kwalificatie voorschoolse educatie of een mbo-opleiding met een keuzedeel voorschoolse educatie, toch als beroepskracht voorschoolse educatie werkzaam kunnen zijn indien zij een bewijs van scholing voorschoolse educatie hebben. Het ontwerpbesluit volstaat met het stellen van de voorwaarde dat de scholing waar het bewijs op ziet, betrekking heeft op de kennis en vaardigheden, genoemd in artikel 4, tweede lid. De regering verwacht dat het scholingsaanbod zich naar deze eisen zal richten en zelf de inhoudelijke normen zal vaststellen. Indien noodzakelijk maakt het ontwerpbesluit het mogelijk om bij ministeriële regeling alsnog specifieke eindtermen te stellen aan (het bewijs van) de scholing, aldus de toelichting.Het ontwerpbesluit gaat uit van de veronderstelling dat de onderwijssector ten aanzien van de scholing voorschoolse educatie passende opleidingen zal ontwikkelen, zodat het stellen van inhoudelijke eisen door de overheid achterwege kan blijven. De Afdeling wijst er echter op dat inhoudelijke eisen meer waarborgen bieden voor de kwaliteit van de scholing voorschoolse educatie en de effectiviteit van het toezicht daarop dan globale voorwaarden die door verschillende aanbieders van scholing moeten worden ingevuld. Met betrekking tot het keuzedeel en het kwalificatiedossier worden door de overheid op voorstel van onderwijs en bedrijfsleven wel uniform geldende inhoudelijke eisen gesteld. Bovendien hebben de GGD en de Inspectie van het onderwijs gevraagd in het ontwerpbesluit specifieke eindtermen op te nemen. In dat licht bezien is het de vraag of het raadzaam is het stellen van eisen voor de scholing voorschoolse educatie aan de branche zelf over te laten.Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling nader uiteen te zetten waarop de verwachting is gebaseerd dat de branche deze taak kan vervullen en dit toezichthouders voldoende middelen geeft om ontoereikend aanbod aan te pakken.3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.De vice-president van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl5 pagina's, pdf Tekst