Naar inhoud
Raad van State

ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regelen betreffende de inrichting en raadpleging van het boedelregister, bedoeld in artikel 186 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek (Besluit boedelregister).

Jaar: 2019 Documenten: 1
ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regelen betreffende de inrichting en raadpleging van het boedelregister, bedoeld in artikel 186 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek (Besluit boedelregister).Bij Kabinetsmissive van 30 oktober 2002, no.02.004877, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regelen betreffende de inrichting en raadpleging van het boedelregister, bedoeld in artikel 186 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek (Besluit boedelregister).Het ontwerpbesluit strekt tot uitvoering van artikel 186 lid 3 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Lid 1 van artikel 186 BW bepaalt dat de griffiers van de rechtbanken een openbaar boedelregister houden, waarin krachtens wettelijk voorschrift feiten worden ingeschreven die voor de rechtstoestand van opengevallen nalatenschappen van belang zijn. De wijze van inrichting en raadpleging van het boedelregister wordt ingevolge het derde lid van artikel 186 bij algemene maatregel van bestuur geregeld.De Raad van State maakt opmerkingen over het opmaken en bewaren van akten van verklaringen als bedoeld in artikel 193 lid 1 Boek 4 BW, over de toepasselijkheid van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) op het boedelregister en over het overgangsrecht. In verband daarmee adviseert de Raad het ontwerpbesluit en de nota van toelichting aan te passen.1. In artikel 1 van het ontwerpbesluit worden de stukken genoemd die voor een inschrijving in het boedelregister, bedoeld in artikel 186 Boek 4 BW, aan de griffier moeten worden overgelegd, dan wel in de in dit artikel genoemde gevallen aan de griffier ter beschikking staan. In deze opsomming ontbreekt de verklaring van beneficiaire aanvaarding of van verwerping van de nalatenschap door de wettelijke vertegenwoordiger van een erfgenaam die volgens artikel 3 lid 1 door de griffier moet worden opgemaakt. Hoewel in artikel 193 Boek 4 BW niet uitdrukkelijk is bepaald dat ook de verklaring die is opgemaakt van de keuze die door de wettelijke vertegenwoordiger van de erfgenaam is gedaan omtrent aanvaarding of verwerping van een nalatenschap moet worden ingeschreven in het boedelregister, zoals wel is bepaald in artikel 191 lid 1 ten aanzien van de keuzen die door erfgenamen zelf kunnen worden gedaan, ligt het in de rede dat ook de verklaringen als bedoeld in artikel 193 lid 1 worden ingeschreven. De Raad adviseert in artikel 1, onderdeel d, van het ontwerpbesluit ook een verwijzing op te nemen naar de verklaring van de wettelijke vertegenwoordiger van de erfgenaam als bedoeld in artikel 193 lid 1 Boek 4 BW.2. In de nota van toelichting wordt niet nader ingegaan op de vraag of het besluit in overeenstemming is met de Wbp. Anders dan de Wet persoonsregistraties, is de Wbp wel van toepassing op openbare registers die bij de wet zijn ingesteld. In de nota van toelichting wordt wel opgemerkt dat het boedelregister openbaar is en eenieder het register derhalve kan raadplegen, zonder daartoe een specifiek belang te moeten aantonen.(zie noot 1) De vraag rijst hoe deze passage zich verhoudt tot de Wbp, in het bijzonder de artikelen 9 en 11 juncto artikel 15 Wbp. In het bijzonder rijst daarbij de vraag of het, mede gelet op de wettelijke plicht te voorzien in passende waarborgen jegens de betrokkene, juist is dat het register kan worden geraadpleegd door personen of instanties die geen aantoonbaar belang daarbij hebben. Ook is niet duidelijk wie verantwoordelijk is voor de verwerking van persoonsgegevens in het boedelregister.De Raad adviseert in de nota van toelichting nader in te gaan op de verhouding tussen het ontwerpbesluit en de Wbp.3. Naast het nieuwe boedelregister blijft het bestaande boedelregister in stand. Dit doet de vraag rijzen welke gegevens of akten in overgangssituaties opgenomen zullen worden in het oude dan wel in het nieuwe register. Daarbij zal erop moeten worden toegezien dat gegevens over dezelfde nalatenschappen niet over verschillende boedelregisters worden verspreid.De Raad adviseert in de toelichting in te gaan op de vraag hoe in overgangssituaties moet worden gehandeld en het besluit zo nodig aan te passen.4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)