Raad van State
Ontwerpbesluit houdende vaststelling van boetetarieven voor overtredingen van de Drank- en Horecawet, met nota van toelichting.
Jaar: 2019
Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende vaststelling van boetetarieven voor overtredingen van de Drank- en Horecawet, met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 15 oktober 2004, no.04.003940, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende vaststelling van boetetarieven voor overtredingen van de Drank- en Horecawet, met nota van toelichting. Het ontwerpbesluit geeft uitvoering aan artikel 44b, eerste lid, van de Drank- en Horecawet. Hierin is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur een bijlage wordt vastgesteld, waarin per overtreding wordt bepaald welk bedrag aan boete door de minister kan worden opgelegd. Volgens de nota van toelichting is bij de totstandkoming van de bijlage aansluiting gezocht bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten en zijn de bedragen afgestemd met het openbaar ministerie om te bewerkstelligen dat de geldende richtbedragen van de Wet op de economische delicten (Richtlijn voor strafvordering Drank- en Horecawet, 2004R002) en de tarieven in het ontwerpbesluit op elkaar aansluiten. De Raad van State maakt naar aanleiding van het ontwerpbesluit een aantal opmerkingen met betrekking tot de motivering van de hoogte van de boetebedragen en de voorgestelde recidiveregeling. Hij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is. 1. Ingevolge de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens brengt artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden het vereiste mee dat de verhouding tussen de zwaarte van de sanctie en de ernst van de gedraging evenredig is en dat de rechter de aan hem voorgelegde sanctie “vol” kan toetsen. Derhalve dienen aan de motivering door de wetgever van het te hanteren tarief hoge eisen te worden gesteld. In dit verband is het relevant dat de minister op grond van artikel 44a, vierde lid, van de Drank- en Horecawet de boete lager kan stellen dan in de bijlage is bepaald ingeval het bedrag van de boete op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog moet worden geacht. Het afstemmen van de bedragen in het ontwerpbesluit aan de Richtlijn voor strafvordering Drank- en Horecawet kan voorts een belangrijke bijdrage leveren aan de noodzakelijke motivering. Deze bedragen zijn immers in de strafrechtelijke praktijk ontwikkeld. Een enkele verwijzing naar de door het openbaar ministerie gehanteerde tarieven voldoet evenwel niet aan het hiervoor gegeven uitgangspunt dat aan de motivering van het tarief hoge eisen moeten worden gesteld. De Raad adviseert de boetebedragen nader in de toelichting te motiveren. 2. In artikel 3, derde en vierde lid, van het ontwerpbesluit is een regeling opgenomen voor recidive, onderscheidenlijk herhaalde recidive. Ingeval van recidive wordt de boete met 50% verhoogd, ingeval van herhaalde recidive met 100%. De Raad wijst er in dit verband op dat uitgangspunt van de Drank- en Horecawet is dat overtredingen die geen direct gevaar opleveren voor de gezondheid en de veiligheid, in beginsel bestuursrechtelijk en tegen een vast tarief kunnen worden afgedaan. Dit stemt overeen met de opvatting van de Commissie voor de Toetsing van Wetgevingsvraagstukken dat de bestuurlijke boete slechts mag worden ingevoerd voor relatief eenvoudige overtredingen, waarbij geen behoefte bestaat om rekening te houden met omstandigheden van het concrete geval, zoals recidive, de ernst van het feit, het berokkende nadeel of het behaalde voordeel.(zie noot 1)De voorgestelde recidiveregeling verplicht tot het opleggen van een vaste boete bij recidive. Naar het oordeel van de Raad kan het bij recidive, en zeker bij herhaalde recidive, gaan om overtredingen die niet los van de omstandigheden van het concrete geval kunnen worden beoordeeld. In voorkomend geval dienen de met de dader samenhangende feiten en belangen te worden gewogen en afgewogen en moet er op de maat van het individuele geval worden afgestemd. Dit brengt mee dat ook de minister de gelegenheid moet hebben om een sanctie op te leggen die in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel. Ook de rechter zal het boetebesluit op dit punt volledig toetsen. Een verplicht op te leggen vaste boete in geval van recidive, ook al betreft het een lichte overtreding, is naar het oordeel van de Raad niet passend. De Raad acht het voor de hand te liggen aan te sluiten bij artikel 44a, vierde lid, van de Drank- en horecawet. Overigens wijst de Raad er in dit verband op dat in artikel 3, derde lid, van het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten, waarbij met het ontwerpbesluit aansluiting is gezocht, ervan is afgezien een vaste (verhoogde) boete op recidive te stellen. Bepaald is in dat artikel dat in geval van recidive de boete kan worden verhoogd, indien de ernst van de gedraging, de verwijtbaarheid en de omstandigheden daartoe aanleiding geven. De Raad adviseert artikel 3, derde en vierde lid, van het ontwerpbesluit aan te passen. 3. Voor een redactionele kanttekening verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl3 pagina's, pdf Tekst