Naar inhoud
Raad van State

Nota van wijziging op het voorstel van wet van het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994, in verband met de herijking van een aantal wettelijke strafmaxima, met toelichting.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Nota van wijziging op het voorstel van wet van het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994, in verband met de herijking van een aantal wettelijke strafmaxima, met toelichting.Bij Kabinetsmissive van 10 juni 2002, no.02.002647, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een nota van wijziging op het voorstel van wet van het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994, in verband met de herijking van een aantal wettelijke strafmaxima, met toelichting. De nota van wijziging bevat drie onderwerpen. Ten eerste worden de maximale boetebedragen in het Wetboek van Strafrecht (WvS) en de Algemene wet rijksbelastingen aangepast aan de geldontwaarding. Ten tweede wordt onderdeel 1° van artikel 304 WvS (mishandeling onder verzwarende omstandigheden) uitgebreid met het begrip "levensgezel". Ten derde worden de bepalingen over de verhoging met een derde van de maximumstraf bij recidive, die nu nog slechts gelden voor de in de artikelen 421 tot en met 423 WvS genoemde delicten, van toepassing op alle misdrijven. De Raad van State maakt naar aanleiding van de nota van wijziging een opmerking over de plaats van de voorgestelde recidivebepalingen in het WvS. De Raad meent dat in verband daarmee aanpassing van de nota van wijziging wenselijk is. 1. Plaats van de recidiveregeling in het Wetboek van Strafrecht De recidiveregeling bevindt zich thans in het deel over de misdrijven (boek II), in de artikelen 421 tot en met 423 WvS. De schakelbepaling in artikel 91 WvS, die de bepalingen van de artikelen 1 tot en met 77kk WvS op in andere wetten strafbaar gestelde feiten van toepassing verklaart is niet van toepassing op de recidiveregeling. Thans is de recidiveregeling slechts van toepassing op een beperkte groep in de artikelen 421 tot en met 423 omschreven delicten, namelijk misdrijven uit winstbejag of met bedrieglijk oogmerk gepleegd (artikel 421 WvS), geweldsmisdrijven (artikel 422 WvS), en belediging (artikel 423 WvS). De voorgestelde wijziging heeft tot doel de toepasbaarheid van recidiveregeling uit te breiden tot alle misdrijven, ongeacht of deze zijn opgenomen in het WvS dan wel in bijzondere strafwetten. In het voorgestelde artikel 422 WvS worden in het bijzonder als afzonderlijke categorieën genoemd de misdrijven omschreven in de Opiumwet en de misdrijven omschreven in de Wet wapens en munitie. Omdat het voorstel tot doel heeft de recidiveregeling meer algemeen te maken verdient het om redenen van wetgevingssystematiek de voorkeur deze regeling in het algemeen deel te plaatsen. Daarbij verdient plaatsing in titel III (uitsluiting en verhoging van strafbaarheid) vóór het huidige artikel 44 WvS (strafverhoging wegens ambtelijke hoedanigheid) de voorkeur. Het college adviseert de artikelen 421 tot en met 423 WvS onder te brengen in titel III van boek I WvS, tussen de artikelen 43 en 44. 2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft in overweging de nota van wijziging aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)