Raad van State
Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering en het Vergoedingenbesluit particulier verzekerden met betrekking tot ergotherapie, hulp in andere lidstaten van de Europese Unie en de eigen risico's.
Jaar: 2019
Documenten: 1
Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering en het Vergoedingenbesluit particulier verzekerden met betrekking tot ergotherapie, hulp in andere lidstaten van de Europese Unie en de eigen risico's.Bij Kabinetsmissive van 3 augustus 2000, no.00.004481, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering en het Vergoedingenbesluit particulier verzekerden met betrekking tot ergotherapie, hulp in andere lidstaten van de Europese Unie en de eigen risico's. Het ontwerpbesluit strekt ertoe de enkelvoudige extramurale ergotherapie met ingang van 1 januari 2001 als verstrekking in de Ziekenfondswet op te nemen en deze vorm van zorg toe te voegen aan het standaardpakket op grond van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen (WTZ). Verder wordt het Vergoedingenbesluit particulier verzekerden gewijzigd. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking over onder meer de vervoerskosten. Hij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is. 1. Vervoerskosten Ingevolge artikel 19, tweede lid, bestaat geen aanspraak op de vergoeding van de kosten van ziekenvervoer, gemaakt in verband met in een andere lidstaat zonder voorafgaande toestemming ontvangen medisch noodzakelijke zorg. Volgens de toelichting gaat het bij ziekenvervoer om bijkomende kosten; als de verzekerde zo nodig elders hulp wil inroepen, behoren de daarmee samenhangende vervoerskosten tot zijn eigen verantwoordelijkheid.(zie noot 1) Uit artikel 10, eerste lid, van het Vergoedingenbesluit particulier verzekerden volgt dat de kosten van medisch noodzakelijk ziekenvervoer in Nederland in verband met een ziekenhuisopname of niet-klinische medisch specialistische behandeling worden vergoed. Het volstrekt uitsluiten van vergoeding van deze kosten, gemaakt in het kader van een behandeling in het buitenland die volgens artikel 19, eerste lid, wél voor vergoeding in aanmerking komt, is een vorm van directe discriminatie en als zodanig ontoelaatbaar. Een dergelijke regeling maakt het moeilijker om zich tot medische hulpverleners in een andere lidstaat te wenden en vormt voor zowel laatstgenoemden als de verzekerden een belemmering van het vrije verkeer van diensten. Waar precies de grenzen liggen van de hoogte van te verstrekken vergoeding, is moeilijk aan te geven. Uit het arrest O'Flynn(zie noot 2) kan worden afgeleid dat niets een lidstaat belet de vergoeding te beperken tot een forfaitair of redelijk bedrag, dat wordt vastgesteld in relatie tot de vervoerskostenvergoeding die voor vervoer in de eigen lidstaat geldt. In zoverre lijkt de regeling die thans nog op grond van artikel 6 Wtz geldt - te weten vergoeding van de kosten tot aan de dichtstbijzijnde plaats waar de behandeling normaliter in Nederland zou zijn geschied - niet bij voorbaat kansloos als het tot een procedure voor het Hof komt. Gelet op het voorgaande adviseert de Raad in artikel 19, tweede lid, van het ontwerpbesluit te voorzien in een regeling met betrekking tot de vervoerskosten. Overige opmerkingen 2. In artikel 5, eerste lid, van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering wordt paramedische zorg omschreven als door een huisarts of specialist (en in geval van logopedie: tandartsspecialist) voorgeschreven zorg, te verlenen door heilgymnasten-masseurs, fysiotherapeuten, oefentherapeuten of logopedisten. Ingevolge het tweede lid worden bij ministeriële regeling regels gesteld omtrent omvang en plaats van de zorg, en de voorwaarden waaronder aanspraak op die zorg bestaat. Aan dit artikellid is uitwerking gegeven door middel van de Regeling paramedische hulp ziekenfondsverlening. Ingevolge artikel I van het ontwerpbesluit wordt aan het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering een nieuw artikel 5a toegevoegd. Daarin wordt bepaald dat paramedische zorg tevens de aanspraak op ergotherapie omvat en worden tevens de omvang en plaats van de zorg, en kwaliteit van de hulpverlener omschreven. De Raad adviseert ter bevordering van de overzichtelijkheid van de regelgeving de regeling van de paramedische zorg te concentreren in artikel 5 van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekeringen en het ontwerpbesluit zodanig te wijzigen dat het voorgestelde artikel 5a wordt omgezet in een aanpassing van artikel 5. 3. In artikel 20, eerste lid, van het Vergoedingenbesluit particulier verzekerden is onder meer bepaald dat de verzekerde aanspraak heeft op vergoeding van de kosten van opneming in een buitenlands ziekenhuis gedurende maximaal een jaar. In het voorgestelde artikel 20, eerste lid, wordt, voorzover hier van belang, bepaald dat de kosten worden vergoed van in het buitenland door of vanwege een ziekenhuis verleende zorg die gepaard gaat met opneming gedurende maximaal een jaar.(zie noot 3) Letterlijk genomen betekent dit dat wanneer een opname langer duurt dan een jaar, ook de aanspraak op vergoeding over dat jaar vervalt. De Raad adviseert daarom het voorgestelde artikel 20, eerste lid, zodanig te wijzigen dat bij de formulering aansluiting wordt gezocht bij de formulering van het thans geldende artikel 20, eerste lid, van het Vergoedingenbesluit particulier verzekerden. 4. Met het ontwerpbesluit wordt, conform de aanbevelingen van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ), ergotherapie per 1 januari 2001 opgenomen in het ziekenfonds- en Wtz-pakket en wordt ook de vrijgevestigde ergotherapeut in staat gesteld deze zorg als verstrekking te leveren. Uit het ontwerpbesluit blijkt niet of aandacht is geschonken aan de overige aanbevelingen van het CVZ, in het bijzonder die betreffende de afbakening tussen de verstrekking ergotherapie en de Wet voorzieningen gehandicapten en tussen ergotherapie en fysiotherapie, en die inzake de aan de kwaliteit van de zorgverlening te stellen eisen. In de toelichting bij artikel I wordt in dit verband slechts gesteld dat de aanspraak op ergotherapie die in het nieuwe artikel 5a van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering is omschreven, qua inhoud en omvang overeenkomt met hetgeen onder de subsidieregeling werd vergoed. De Raad adviseert hieraan in de toelichting aandacht te schenken. 5. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl5 pagina's, pdf Tekst