- Identifier
- nl.oorg10008.2e.2019.2391
- Aanbieder (Naam)
- Raad van State
- Titel
- Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand.
- Beschrijving
- Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand.Bij Kabinetsmissive van 11 december 2000, no.00.006626, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Justitie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand. Het ontwerpbesluit strekt tot aanpassing van het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand in verband met de stelselherziening in de inkomstenbelasting (Wet inkomstenbelasting 2001). De Raad van State maakt naar aanleiding van het ontwerpbesluit een aantal opmerkingen. Hij is van oordeel dat het ontwerpbesluit in verband daarmee deels nader dient te worden overwogen. 1. De wijziging in artikel I, onderdeel A, komt erop neer dat de heffingskortingen moeten worden meegeteld bij het inkomen, met uitzondering van een aantal bijzondere heffingskortingen. Deze bepaling miskent dat ingevolge artikel 2.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001 de heffingskortingen reeds zijn geïncorporeerd in de heffing van inkomstenbelasting, zodat in de definitie van het inkomensbegrip in artikel 1, onderdeel b, te weten het inkomen na aftrek van de over het bruto-inkomen verschuldigde belasting, het effect van de heffingskorting reeds is verdisconteerd. Bij de heffing van loonbelasting wordt hiermee bovendien ook al rekening gehouden, zodat het loonstrookje in de praktijk reeds voldoende informatie zal bevatten. Wel kan het zinnig zijn een aparte bepaling op te nemen betreffende aan de partner uit te betalen heffingskorting. Voorts kan er aanleiding bestaan voor een bijzondere bepaling inzake het niet meetellen van de bijzondere heffingskortingen. De Raad is van oordeel dat de voorgestelde wijziging dient te worden aangepast. 2. In verband met het nieuwe belastingstelsel is berekend dat het netto-inkomen van veel burgers in 2001 hoger zal worden. Dat zou ongunstige gevolgen kunnen hebben voor het recht op gefinancierde rechtsbijstand in verband met de in dat kader geldende inkomensgrenzen, zodat het koopkrachtvoordeel in feite weer teniet zou worden gedaan. De in verband daarmee aan te brengen versoepeling geschiedt echter niet op de meest voor de hand liggende wijze, namelijk het aanpassen van de netto-inkomensgrens, zoals die is neergelegd in de Wet op de rechtsbijstand, maar door in het onderhavige besluit de (geforfaiteerde) koopkrachtverbetering vrij te stellen bij het bepalen van het (netto-)inkomen (artikel 7a). De Raad vestigt er de aandacht op dat met de voorgestelde bepaling op een oneigenlijke wijze de effecten van de wettelijke inkomenscriteria in overeenstemming worden gebracht met de gevolgen van het nieuwe belastingstelsel. Het zou beter zijn geweest als de wenselijkheid van een wijziging van de artikelen 34 en 35 van de Wet op de rechtsbijstand een plaats had gekregen in het wetsvoorstel Aanpassingswet Wet inkomstenbelasting 2001 (27 184). De Raad adviseert te bevorderen dat de desbetreffende wetswijziging alsnog wordt bewerkstelligd. 3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen geen besluit te nemen dan nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
- Publicatiedatum
- 2019-01-28
- Jaar
- 2019
- Type
- 2e - Advies
- Aanbieder (Code)
- oorg10008
- Totaal aantal documenten
- 1
- Verkregen op
- 2024-03-30
- Aantal pagina's in dossier
- 3