Naar inhoud
Raad van State

Voorstel van wet van de leden Jadnanansing en Jasper van Dijk tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met het niet uitvoeren van de langstudeerdersmaatregel in het studiejaar 2012-2013, met memorie van toelichting.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Voorstel van wet van de leden Jadnanansing en Jasper van Dijk tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met het niet uitvoeren van de langstudeerdersmaatregel in het studiejaar 2012-2013, met memorie van toelichting.Bij brief van de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 24 augustus 2012 heeft de Tweede Kamer, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet van de leden Jadnanansing en Jasper van Dijk tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met het niet uitvoeren van de langstudeerdersmaatregel in het studiejaar 2012-2013, met memorie van toelichting.Het initiatiefwetsvoorstel beoogt het tarief voor het verhoogde collegegeld voor het studiejaar 2012-2013 met terugwerkende kracht tot 1 september 2012 te bepalen op het niveau van het basistarief. Tevens wordt de ministeriële regeling die zorgt voor indicering van de bedragen met terugwerkende kracht aangepast. Daarmee wordt tijd vrijgemaakt om het stelsel van gedifferentieerd collegegeld op langere termijn af te schaffen.De Afdeling advisering van de Raad van State maakt opmerkingen over het bestendig karakter van wetgeving, de financiële dekking van dit wetsvoorstel en over de onzekerheid die dit wetsvoorstel tot gevolg kan hebben.1.Bestendig karakter van wetgevingHet onderhavige wetsvoorstel beoogt met terugwerkende kracht het gedifferentieerde collegegeld voor het studiejaar 2012-2013 terug te draaien per 1 september 2012. De Afdeling heeft op 14 januari 2011 advies uitgebracht over het wetsvoorstel verhoging collegegeld langstudeerders. (zie noot 1) Dat wetsvoorstel heeft inmiddels kracht van wet gekregen en is op 1 september 2011 in werking getreden. (zie noot 2)De Afdeling merkt op dat, onverminderd het in de Grondwet verankerde recht van initiatief van de Tweede Kamer, wetgeving in het algemeen een zekere bestendigheid behoort te hebben. Dat is zowel in het belang van hen voor wie de wet rechten en plichten bevat als van de instanties die met de uitvoering zijn belast. De Afdeling adviseert hierop in de memorie van toelichting in te gaan.2.Financiële dekkingZoals ook in de toelichting op dit wetsvoorstel wordt vermeld heeft de wet verhoging collegegeld langstudeerders "een tweeledig doel: (1) het behalen van de financiële taakstelling die het kabinet zich gesteld heeft en (2) het verhogen van het studierendement." (zie noot 3) De financiële taakstelling bedraagt € 370 miljoen.Volgens de memorie van toelichting bij dit wetsvoorstel is financiële dekking vooralsnog alleen noodzakelijk tot en met 31 december 2012. De indieners wijzen er in dat verband op dat begrotingsjaren en collegejaren door elkaar heenlopen. Zij komen dan ook tot de conclusie dat voor het begrotingsjaar 2012 een alternatieve dekking ter waarde van € 62 miljoen moet worden gevonden. De dekking hiervoor wordt gevonden in een financiële meevaller binnen de studiefinanciering. (zie noot 4)De Afdeling wijst erop dat deze financiële dekking ontoereikend is. Het wetsvoorstel heeft betrekking op het gehele studiejaar 2012-2013. Derhalve dient voor dat gehele studiejaar een dekking te worden opgenomen. Daar komt bij dat de Afdeling er kennis van heeft genomen dat eerdere overleggen in de Tweede Kamer niet hebben geleid tot een breed draagvlak voor de financiële dekking ten behoeve van een alternatief plan.Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling in de memorie van toelichting alsnog te voorzien in een toereikende financiële dekking voor het gehele studiejaar 2012-2013.3.Onzekerheid en uitvoeringsperikelenDe wet verhoging collegegeld langstudeerders is op 1 september 2011 in werking getreden. Uiteindelijk is ervan afgezien de verhoging voor het studiejaar 2011-2012 in te laten gaan. Voor het studiejaar 2012-2013, dat op 1 september 2012 is ingegaan, zijn echter bij wet de bedragen vastgesteld van het collegegeld volgens het basistarief en het verhoogde tarief. (zie noot 5) Tevens is een ministeriële regeling vastgesteld op grond van de artikelen 18.78, vierde lid, en 18.79, zesde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. (zie noot 6) Op basis hiervan hebben de onderwijsinstellingen inmiddels de verschuldigde collegegelden bij de studenten in rekening gebracht.Het onderhavige wetsvoorstel kan tegen die achtergrond tot onzekerheid leiden bij zowel onderwijsinstellingen als studenten. De onderwijsinstellingen krijgen een korting opgelegd, die in mindering wordt gebracht op het instellingsbudget. Tegen die achtergrond zal tot het moment waarop dit wetsvoorstel door de Eerste Kamer is aangenomen, bij onderwijsinstellingen onzekerheid bestaan over de precieze omvang van het instellingsbudget. Ook voor de betreffende doelgroep studenten zal deze wetswijziging tot onzekerheid aanleiding geven in hoeverre zij hun verhoogde collegegeld al dan niet moeten betalen. Indien zij niet betalen, worden zij - misschien achteraf ten onrechte - niet ingeschreven, kunnen zij geen tentamens doen en lopen daardoor (extra) studievertraging op. Studenten die wel betalen zullen in veel gevallen bezwaar en beroep instellen totdat zij zekerheid hebben over het uiteindelijke tarief. Studenten die betalen zonder bezwaar en/of beroep in te stellen zullen na het aannemen van deze wet mogelijk overgaan tot een actie op grond van onverschuldigde betaling.Gele op het voorgaande levert dit wetsvoorstel dan ook een groot aantal administratieve lasten op die de nodige kosten zullen meebrengen. De Afdeling adviseert in de toelichting hierop in te gaan en zo mogelijk aan te geven op welke wijze die onzekerheid - al dan niet in overleg met de desbetreffende bewindspersoon - zoveel mogelijk beperkt kan blijven.4. Voor een redactionele kanttekening verwijst de Afdeling naar de bij het advies behorende bijlage.De vice-president van de Raad van State
Documenten (1)