Naar inhoud
Raad van State

Nota van wijziging op het voorstel van wet tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de invoering van persoonsgebonden nummers in het onderwijs, met toelichting.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Nota van wijziging op het voorstel van wet tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de invoering van persoonsgebonden nummers in het onderwijs, met toelichting.Bij Kabinetsmissive van 13 juli 2000, no.00.004208, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, mede namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de nota van wijziging op het voorstel van wet tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de invoering van persoonsgebonden nummers in het onderwijs, met toelichting. Het wetsvoorstel tot invoering van persoonsgebonden nummers in het onderwijs(zie noot 1) geeft een regeling voor het gebruik van het sofi-nummer in het verkeer tussen instellingen, het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (in het bijzonder het agentschap Centrale financiën instellingen (Cfi)) en de Informatie Beheer Groep (IBG).(zie noot 2) De nu voorliggende nota van wijziging brengt een duidelijker scheiding aan tussen het gebruik en het beheer van de persoonsgegevens. Het beheer van het "basisregister" wordt opgedragen aan de IBG en weggenomen bij het Cfi. Daarnaast worden de regels voor geaggregeerde gegevensverwerking bij het Centraal bureau voor de statistiek (CBS) aangepast en wordt de kring van gebruikers van de geaggregeerde gegevens uitgebreid tot de gemeenten ten behoeve van het gemeentelijke onderwijsbeleid. Tenslotte wordt de grondslag voor een wettelijke regeling van de informatieprocessen en de beveiligingseisen aangescherpt. De Raad van State onderschrijft de strekking van de nota van wijziging, maar maakt een opmerking met betrekking tot de bewaartermijn van de gegevens en een delegatiebepaling. Hij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van de nota van wijziging wenselijk is. 1. De persoonsgegevens van leerlingen die niet langer zijn ingeschreven aan een school of instelling worden tot tien jaar na beëindiging van de laatste inschrijving bewaard in het basisregister in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkene te identificeren. Persoonsgegevens mogen langer bewaard worden voorzover ze voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden worden bewaard. Zij maken dan geen deel meer uit van het basisregister.(zie noot 3) De toelichting op dit onderdeel geeft voor de duur van deze bewaartermijn geen motivering.(zie noot 4) In de algemene regeling van de Wet bescherming persoonsgegevens is bepaald dat persoonsgegevens niet langer worden bewaard in een vorm die het mogelijk maakt betrokkene te identificeren dan noodzakelijk is voor de verwerkelijking van de doeleinden waarvoor zij verzameld en vervolgens verwerkt worden.(zie noot 5) Volgens de oorspronkelijke opzet van het wetsvoorstel was het de bedoeling dat de Cfi in het privacyreglement zou bepalen dat de gegevens gekoppeld aan het sofi-nummer zouden worden bewaard tot drie jaar na de teldatum. Daarna zou de koppeling ongedaan gemaakt worden, zodat de desbetreffende gegevens niet meer te herleiden zouden zijn tot een individuele natuurlijke persoon en er dus geen sprake meer zou zijn van persoonsgegevens.(zie noot 6) De nu voorgestelde termijn van tien jaar voor het bewaren van persoonsgegevens in het basisregister acht het college buitengewoon lang, gelet op de algemene regel dat deze termijn niet langer dan noodzakelijk moet zijn en in aanmerking genomen dat aanvankelijk aan een termijn van drie jaar werd gedacht. De Raad van State beveelt aan deze termijn te verkorten tot de termijn gedurende welke de gegevens als persoonsgegevens bewaard moeten worden in het basisregister. 2. In onder meer artikel 178c, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs wordt bepaald dat de verstrekking van gegevens uit het basisregister op zodanige wijze geschiedt, dat de leerlingen niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het verstrekken van gegevens. Daarbij worden in ieder geval regels gesteld omtrent de inhoud en de samenstelling van de gegevens, de wijze waarop de gegevens worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.(zie noot 7) Het college is van oordeel dat de hier genoemde onderwerpen niet alle van zuiver administratieve of technische aard zijn. Regeling bij algemene maatregel van bestuur lijkt hier dan ook meer aangewezen, vooral voor de inhoud van en de wijze waarop gegevens worden verstrekt. Vergelijkbare regels voor raadpleging van het register door de minister worden bovendien wel bij algemene maatregel van bestuur vastgelegd.(zie noot 8) Mede gelet op aanwijzing 26 van de Aanwijzingen voor de regelgeving adviseert de Raad artikel 178c, derde lid, in deze zin aan te passen. De Raad van State geeft in overweging de nota van wijziging aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)