Raad van State
Voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van diverse wetten op het terrein van VWS, teneinde enkele wetstechnische gebreken te herstellen of andere wijzigingen van ondergeschikte aard aan te brengen (Technische aanpassingen VWS-wetgeving 2003).
Jaar: 2019
Documenten: 1
Voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van diverse wetten op het terrein van VWS, teneinde enkele wetstechnische gebreken te herstellen of andere wijzigingen van ondergeschikte aard aan te brengen (Technische aanpassingen VWS-wetgeving 2003).Bij Kabinetsmissive van 11 april 2003, no.03.001672, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van diverse wetten op het terrein van VWS, teneinde enkele wetstechnische gebreken te herstellen of andere wijzigingen van ondergeschikte aard aan te brengen (Technische aanpassingen VWS-wetgeving 2003). Het wetsvoorstel strekt tot het herstel van fouten en het aanbrengen van enkele technische wijzigingen in een aantal wetten op het werkterrein van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt opmerkingen met betrekking tot het opschrift, wijziging in de delegatiebevoegdheid en betrokkenheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De Raad is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het wetsvoorstel wenselijk is. 1. Wijziging in delegatiebevoegdheid Het wetsvoorstel voorziet in artikel VIII, onderdeel A, met betrekking tot het Besluit verplichte verzekering bij medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen in de mogelijkheid van subdelegatie aan de minister. Het voorstel om in artikel 7, derde lid, van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen de mogelijkheid te openen voor subdelegatie aan de minister is naar de mening van de Raad onvoldoende gemotiveerd. Delegatie aan de minister van de bevoegdheid tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften dient beperkt te blijven tot voorschriften van administratieve aard, uitwerking van details van een regeling, voorschriften die dikwijls wijziging behoeven en voorschriften waarvan is te voorzien dat zij mogelijk met grote spoed moeten worden vastgesteld. Niet duidelijk is gemaakt dat daarvan sprake is. Wel is in de toelichting als voorbeeld genoemd de vaststelling van geldbedragen. De Raad adviseert subdelegatie daartoe te beperken en het voorstel in die zin aan te passen. 2. Overeenstemming Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid In Artikel IX, onderdeel D, is geregeld dat voortaan de voordracht voor alle maatregelen van bestuur op grond van artikel 8 van de Ziekenfondswet (betreffende de aanspraken op verstrekkingen) - en niet slechts die op grond van artikel 8, tweede lid - alleen nog geschieden in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voorzover die maatregelen gevolgen hebben voor de (hoogte van de) procentuele premie. De Raad vraagt zich af of hiermee aan de betrokkenheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet tekort wordt gedaan. Ook als niet direct een premieverhoging is voorzien, zou dat op termijn toch het resultaat kunnen zijn. Daarnaast rijst de vraag naar de congruentie met de overeenkomstige bepaling in artikel 76a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. De Raad adviseert deze aspecten nader toe te lichten en het wetsvoorstel zo nodig aan te passen.(zie noot 1) 3. Overige opmerkingen a. Volgens het opschrift van de regeling en het algemene gedeelte van de toelichting gaat het in het voorstel om het herstel van fouten en wijzigingen van ondergeschikte aard. Mede gelet op de voorgaande paragrafen is de strekking van het wetsvoorstel ruimer dan het opschrift van de regeling en het algemene deel van de toelichting doen vermoeden. De Raad adviseert het opschrift en het algemene deel van de toelichting in verband hiermee aan te passen. b. In artikel I, onderdeel A, wordt voorgesteld het woord "Nederlandse" in artikel 8, zesde lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) te laten vervallen. De zinsnede waarin het woord "Nederlandse" voorkomt, is reeds vervallen ingevolge hoofdstuk 5, paragraaf K, artikel 13, onderdeel C, van de Aanpassingswet Awb III. De Raad adviseert artikel I, onderdeel A, te laten vervallen. c. In artikel I, onderdeel B, wordt voorgesteld artikel 36, achtste lid, Wet BIG meer in overeenstemming te brengen met de andere leden van dat artikel door de zinsnede "bij hoofdstuk III" te vervangen door: bij of krachtens hoofdstuk III. Dit voorstel is niet opportuun, aangezien de in het achtste lid van artikel 36 bedoelde verwijzing - anders dan de verwijzingen in het eerste tot en met het zesde lid - geen betrekking heeft op gedelegeerde wetgeving. Het ligt eerder voor de hand het zevende lid aan te passen. De Raad adviseert het voorstel aan te passen. d. In artikel II, onderdeel B, wordt voorgesteld in artikel 7 van de Opiumwet de zinsnede "ten genoegen" telkens te vervangen door: ten genoege. Artikel 7 van de Opiumwet is bij de wet van 13 juli 2002 tot wijziging van de Opiumwet, Stb.2002, 520, met ingang van 17 maart 2003 vervangen. De bedoelde zinsnede komt daarin thans niet meer voor. Bovendien houdt de voorgestelde wijziging geenszins een verbetering in. De Raad adviseert artikel II, onderdeel B, te laten vervallen. 4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl4 pagina's, pdf Tekst