Raad van State
Voorstel van wet van de leden Harrewijn en Rosenmöller tot wijziging van de Wet op de ondernemingsraden in verband met het verschaffen van openbaarheid over de hoogte van inkomens van topkader, bestuurders en toezichthouders van ondernemingen (Wet openbaarheid topinkomens), met memorie van toelichting.
Jaar: 2019
Documenten: 1
Voorstel van wet van de leden Harrewijn en Rosenmöller tot wijziging van de Wet op de ondernemingsraden in verband met het verschaffen van openbaarheid over de hoogte van inkomens van topkader, bestuurders en toezichthouders van ondernemingen (Wet openbaarheid topinkomens), met memorie van toelichting.Bij brief van de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 12 december 2001, heeft de Tweede Kamer bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet van de leden Harrewijn en Rosenmöller tot wijziging van de Wet op de ondernemingsraden in verband met het verschaffen van openbaarheid over de hoogte van inkomens van topkader, bestuurders en toezichthouders van ondernemingen (Wet openbaarheid topinkomens), met memorie van toelichting. Het initiatiefwetsvoorstel(zie noot 1) strekt tot wijziging van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) en is gericht op bekendmaking aan de ondernemingsraad van de hoogte van inkomens van topkader, bestuurders en toezichthouders van ondernemingen(zie noot 2) en van voornemens tot wijziging van de desbetreffende regelingen en afspraken.(zie noot 3) De voorgestelde bekendmaking betreft niet alleen inkomensgegevens per (functie)groep,(zie noot 4) maar ook die van de afzonderlijke bestuurders en toezichthouders.(zie noot 5) Het informatierecht dat het wetsvoorstel biedt, staat in het kader van uitbreiding van de betrokkenheid van de ondernemingsraad bij de arbeidsvoorwaarden, beloningshoogte, enzovoort voor personen in het algemeen en voor topbestuurders en toezichthouders in het bijzonder.(zie noot 6) De indieners volstaan thans met voorstellen aangaande uitbreiding van het informatierecht van de ondernemingsraden, dit in afwachting van een evaluatie van de WOR.(zie noot 7) Anders dan in het recent bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal ingediende regeringsvoorstel betreffende de openbaarmaking van de bezoldiging en het aandelenbezit van bestuurders en commissarissen,(zie noot 8) staan zij welbewust een uitbreiding voor van de informatieplicht tot ook niet-beursgenoteerde ondernemingen.(zie noot 9) Het voorstel geeft de Raad van State aanleiding tot de volgende opmerkingen. 1. In de Inleiding van de toelichting wordt geconstateerd dat de afgelopen jaren de beloning van topfunctionarissen met grote regelmaat onderwerp van discussie is geweest. Vermeld wordt dat onder meer optieregelingen in hun verhouding tot de gematigde loonontwikkeling die van het overige personeel werd verlangd in de publieke discussie veel aandacht hebben gekregen. De gekozen benadering maakt duidelijk dat het wetsvoorstel zich vooral richt op arbeidsvoorwaarden die vergeleken met de gangbare beloningsstructuur in de onderneming opvallende ontwikkelingen vertonen. In verband hiermee wordt in de toelichting vooral aandacht gegeven aan de topinkomens en de belangrijke bijzondere beloningscomponenten daarvan. In het licht van deze strekking vraagt de Raad zich af waarom het wetsvoorstel zich ook uitstrekt tot andere categorieën van bij de onderneming betrokken personen dan topfunctionarissen. Uit de toelichting kan worden opgemaakt dat het beeld ten aanzien van hen die onder de Collectieve Arbeidsovereenkomst of een andere vorm van collectieve arbeidsvoorwaardenregeling vallen binnen de onderneming veelal bekend is.(zie noot 10) Kenbaar zijn ook de beloningen van toezichthouders. Uit de toelichting blijkt niet waarom de beloningsstructuur bij deze andere categorieën noodzaakt tot de voorgestelde uitbreiding van de informatieplicht aan de ondernemingsraad. De Raad adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen. 2. Met betrekking tot de voorgestelde bekendmaking aan de ondernemingsraad van de beloning van bestuurders en andere topfunctionarissen(zie noot 11) merkt de Raad het volgende op. a. Er bestaat op dit punt een nauw verband met het recent bij de Tweede Kamer ingediende regeringsvoorstel betreffende de openbaarmaking van de bezoldiging en het aandelenbezit van bestuurders en commissarissen,(zie noot 12) alsmede met het door de regering aan de Tweede Kamer toegezegde wetsvoorstel houdende wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de positie van de algemene vergadering (AvA) van aandeelhouders inzake de bezoldiging van bestuurders en commissarissen.(zie noot 13) In de memorie van toelichting wordt weliswaar ingegaan op dit verband, maar wordt niet ingegaan op de mogelijkheden die de andere vermelde voorstellen bieden voor het verwerkelijken van hetgeen de indieners beogen met betrekking tot topfunctionarissen. Mede gelet op de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over topinkomens(zie noot 14) en de daarin vermelde onderzoeken inzake ontwikkelingen in de beloningstructuur is van belang dat slechts voor een beperkte categorie topfunctionarissen openbaarmaking van beloningen gewenst lijkt te zijn. b. Door bekendmaking van de beloningen van topfunctionarissen aan de ondernemingsraad wordt door de indieners van het wetsvoorstel uiteindelijk beoogd de ondernemingsraad in de gelegenheid te stellen de hoogte van die beloningen te beïnvloeden.(zie noot 15) De Raad vraagt zich af of de ondernemingsraad dienaangaande een eigen taak heeft te vervullen naast de raad van commissarissen en de AvA De Raad adviseert het wetsvoorstel op deze punten van een nadere motivering te voorzien. 3. De paragrafen 3 tot en met 6 van de toelichting richten zich in het bijzonder op de bekendmaking van de hoogte van bijzondere beloningen. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat deze beloningen op geld waardeerbaar zijn.(zie noot 16) Van verschillende bijzondere beloningsvormen, zoals opties, is de werkelijke waarde afhankelijk van toekomstige onzekere gebeurtenissen zoals het tijdstip van (eventuele) uitoefening van de optie en de beurswaarde op dat moment. In zulke gevallen is het bepalen van een geldswaarde een arbitraire aangelegenheid. De Raad adviseert om hiermee in het wetsvoorstel rekening te houden en de toelichting op dit punt aan te vullen. 4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Vice-President van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl7 pagina's, pdf Tekst