Raad van State
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden (uitbreiding tot badinrichtingen, onderscheid tussen de verschillende typen bassins, wijziging van de normen voor zwem- en badwater, nadere regels ter preventie van Legionella, wijziging van de citeertitel).
Jaar: 2019
Documenten: 1
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden (uitbreiding tot badinrichtingen, onderscheid tussen de verschillende typen bassins, wijziging van de normen voor zwem- en badwater, nadere regels ter preventie van Legionella, wijziging van de citeertitel).Bij Kabinetsmissive van 29 februari 2000, no.00.001020, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting, houdende wijziging van het Besluit hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden (uitbreiding tot badinrichtingen, onderscheid tussen de verschillende typen bassins, wijziging van de normen voor zwem- en badwater, nadere regels ter preventie van Legionella, wijziging van de citeertitel). Met het onderhavige ontwerpbesluit worden alle badinrichtingen in de medische sfeer onder de werking van de Wet hygiëne en veiligheid in zwemgelegenheden (hierna: de Wet) gebracht. Het ontwerpbesluit wijzigt verder de normen voor zwem- en badwater die betrekking hebben op de zogenoemde categorie A- inrichtingen en maakt ten aanzien van de voorschriften onderscheid tussen de verschillende typen bassins binnen badinrichtingen. Tevens betreft de wijziging het opnemen van nadere voorschriften ter preventie van legionellabesmetting. De Raad van State kan zich met de strekking van het ontwerpbesluit verenigen, maar maakt daarbij de volgende opmerkingen. 1. Het voorgestelde artikel 2a bevat voorschriften ter preventie van legionellabesmetting. Kern van dit artikel is dat de houder van een badinrichting er zorg voor draagt dat ten aanzien van de waterinstallaties van de badinrichting iedere drie jaar een risico-analyse en een beheersplan voor de badinrichting worden opgesteld. Blijkens de artikelsgewijze toelichting wordt op veel plaatsen in Nederland onderzoek naar de preventie van legionella verricht. In dit verband worden aanbevolen om bij het uitvoeren van een risicobeoordeling of het opstellen van een beheersplan een erkend deskundig adviseur in te schakelen die op de hoogte is van de legionellaproblematiek en de voorschriften voor het regulier onderhoud van warmwaterinstallaties volgens de NEN 1006-norm. In verband met eventuele coördinatie van maatregelen en werkwijzen zou het naar de mening van de Raad aanbeveling verdienen de beheersplannen toe te zenden aan het bevoegd gezag, dat wil zeggen, gedeputeerde staten van de desbetreffende provincie. Daarop aansluitend geeft de Raad in overweging de bevoegdheid tot het stellen van nadere regels ingevolge artikel 2a, vierde lid, van het ontwerpbesluit in handen te leggen van gedeputeerde staten. Het college beveelt aan artikel 2a aan te vullen en artikel 2a, vierde lid, in die zin aan te passen. 2. Op grond van Bijlage I dient halfjaarlijks onderzoek plaats te vinden naar besmetting met legionella. In de nota van toelichting (Algemeen deel, Hoofdstuk 4) staat dat de norm voor legionella (ten aanzien van circulatiebaden) wel geldt, maar onderzoek niet altijd verplicht is. Onderzoek op de desbetreffende parameter wordt slechts verplicht gesteld indien er aanwijzingen zijn dat de waterkwaliteit voor deze parameter niet voldoet. Het college stelt vast dat Bijlage I en de nota van toelichting op dit onderdeel niet overeenstemmen. Hieromtrent zou alsnog duidelijkheid geboden moeten worden. Indien de passage in de nota van toelichting juist mocht zijn, zou het volledig aan de houder van de inrichting worden overgelaten om te bepalen of onderzoek geboden is. Hieraan ware aandacht te besteden. De Raad beveelt aan de nota van toelichting en Bijlage I met elkaar in overeenstemming te brengen. 3. In hoofdstuk 6 van de nota van toelichting (Financiële lasten) valt te lezen dat de mate waarin de bestuurlijke last voor de provincies als gevolg van het ontwerpbesluit zal toenemen niet precies aan te geven is. Er wordt van uitgegaan dat toezicht en handhaving in instellingen voor gezondheidszorg, die ook zelf een groot belang hebben bij hygiënische en veilige omstandigheden voor hun patiënten, beperkt kunnen blijven. In dit kader wordt ook verwezen naar reeds jaren binnen deze sector bestaande richtlijnen. Het college sluit niet uit dat deze gedachte wellicht wat te rooskleurig is. Immers in dezelfde nota van toelichting (Algemeen deel, Inleiding) staat dat inventariserend onderzoek aan het licht heeft gebracht dat in de intramurale gezondheidszorg relatief veel gezondheidsklachten werden gemeld die in verband werden gebracht met de kwaliteit van het water. Uit het verdere onderzoek bleek dat de waterbehandelingssystemen vaak niet geheel voldeden en dat controle op de waterkwaliteit meestal in onvoldoende mate plaatsvond. Ook werd geconstateerd dat het behandelend personeel vaak over onvoldoende kennis op het gebied van waterbehandeling en hygiëne beschikte. Ondanks de mededeling dat de situatie sinds het onderzoek in de desbetreffende badinrichtingen door het treffen van vrijwillige maatregelen is verbeterd, acht de Raad de resultaten van dat onderzoek weinig bemoedigend. Tegen vorengeschetste achtergrond lijkt in ieder geval een nadere uitleg in de toelichting omtrent het voorziene beperkte toezicht in instellingen voor gezondheidszorg op zijn plaats, temeer daar ook voor instellingen voor de gezondheidszorg geldt dat zij een financieel sluitende exploitatie moeten nastreven waarin de waterkwaliteitsbelangen nu extra financiële inspanningen zullen vergen, die niet zonder meer door inkomsten worden gedekt. De Raad beveelt aan ook hieraan in de toelichting aandacht te besteden. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De Vice-President van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl5 pagina's, pdf Tekst