Naar inhoud
Raad van State

Ontwerpbesluit houdende de aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte ten behoeve van de omlegging van de provinciale weg N201 vanaf de aansluiting op de Legmeerdijk tot en met de aansluiting op de Middenweg van de Bovenkerkerpolder-Amsterdamseweg voor de perceelontsluitingen aan de Legmeerdijk en Zijdelweg, met bijkomende werken gelegen in de gemeente Amstelveen.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende de aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte ten behoeve van de omlegging van de provinciale weg N201 vanaf de aansluiting op de Legmeerdijk tot en met de aansluiting op de Middenweg van de Bovenkerkerpolder-Amsterdamseweg voor de perceelontsluitingen aan de Legmeerdijk en Zijdelweg, met bijkomende werken gelegen in de gemeente Amstelveen.Krachtens machtiging van Uwe Majesteit heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat, met een schrijven van 16 augustus 2006, no.RWSCD BJV 2006/9738, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit houdende de aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte ten behoeve van de omlegging van de provinciale weg N201 vanaf de aansluiting op de Legmeerdijk tot en met de aansluiting op de Middenweg van de Bovenkerkerpolder-Amsterdamseweg voor de perceelontsluitingen aan de Legmeerdijk en Zijdelweg, met bijkomende werken gelegen in de gemeente Amstelveen. 1. De reclamant heeft in zijn zienswijze onder meer naar voren gebracht dat eerdere plannen die waren gericht op volledige onteigening van diens kwekerij zijn vervangen door andere plannen waarin in plaats van volledige verwerving wordt voorzien in de onteigening ten behoeve van een ontsluiting van een nabijgelegen pand. Uit de in het dossier opgenomen "Stand van zaken" van het gevoerde minnelijke overleg blijkt dat na enig voorbereidend telefonisch overleg met de vertegenwoordiger van reclamant op 23 februari 2006, kort voor de start van de administratieve onteigeningsprocedure op 9 maart 2006, een aanbiedingsbrief over de aankoop van grond voor de betrokken uitrit is verzonden. Verder blijkt daaruit dat die aanbieding op 14 maart 2006 met de reclamant en diens vertegenwoordiger is besproken en tijdens dat overleg door reclamant is afgewezen. De Raad van State maakt hieruit op dat de administratieve onteigeningsprocedure mogelijk is gestart op een moment waarop de verzoeker om onteigening nog niet kon concluderen dat in de onderhandelingen over het ten opzichte van de eerdere, door reclamant afgewezen voorstellen gewijzigde areaal benodigde grond niet binnen redelijke termijn tot overeenstemming zou kunnen worden gekomen. De Raad adviseert in het besluit nader uiteen te zetten op welke wijze is gebleken dat de verwerving van de benodigde grond niet binnen redelijke termijn mogelijk was. 2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De Vice President van de Raad van State
Documenten (1)