Raad van State
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen en het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen in verband met de versnelde uitfasering van enkelwandige olietankschepen en invoering van een scheepsnoodplan voor verontreiniging door schadelijke vloeistoffen, met nota van toelichting.
Jaar: 2019
Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen en het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen in verband met de versnelde uitfasering van enkelwandige olietankschepen en invoering van een scheepsnoodplan voor verontreiniging door schadelijke vloeistoffen, met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 28 oktober 2003, no.03.004394, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen en het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen in verband met de versnelde uitfasering van enkelwandige olietankschepen en invoering van een scheepsnoodplan voor verontreiniging door schadelijke vloeistoffen, met nota van toelichting. Het ontwerpbesluit wijzigt het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen (hierna: Bvo) en het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen (hierna: Bvv). Deze wijzigingen zijn ingegeven door twee resoluties(zie noot 1) van de Mariene Milieucommissie (MEPC) van de Internationale Maritieme Organisatie en door een Europese verordening.(zie noot 2) Deze internationale bepalingen zijn totstandgekomen na enkele rampen met olietankers en hebben als doel een snelle uitfasering van enkelwandige olietankschepen om zodoende verontreiniging van de zee te voorkomen. De Raad van State maakt een aantal opmerkingen met betrekking tot het scheepsnoodplan en de late implementatie en is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is. 1. Scheepsnoodplan Het MARPOL-verdrag(zie noot 3) geeft in de voorschriften 16 en 26 een duidelijke terminologie ten aanzien van de verschillende scheepsnoodplannen. De terminologie in het Bvo en het Bvv echter is niet consequent en sluit niet aan bij het verdrag. Artikel 14a Bvv betreft het scheepsnoodplan voor milieuverontreiniging door schadelijke vloeistoffen. Het voorschrift 16 evenwel spreekt over het scheepsnoodplan voor verontreiniging van de zee door schadelijke vloeistoffen. Daarbij komt nog dat in het ontwerpbesluit de begrippen milieuverontreiniging en verontreiniging in het kader van de scheepsnoodplannen door elkaar worden gebruikt.(zie noot 4) Tot slot wordt een gecombineerd scheepsnoodplan in het Bvo en het Bvv een scheepsnoodplan voor milieuverontreiniging genoemd. Dit in tegenstelling tot het MARPOL-verdrag, dat een gecombineerd noodplan aanduidt als een scheepsnoodplan voor verontreiniging van de zee. De Raad adviseert de terminologie in het Bvo en Bvv te laten aansluiten bij het MARPOL-verdrag en deze consequent te gebruiken. 2. Late implementatie a. In artikel III is voorzien in een uitgestelde inwerkingtreding van de verplichting een goedgekeurd scheepsnoodplan voor milieuverontreiniging door schadelijke vloeistoffen aan boord te hebben. De toelichting noemt als reden dat er redelijkerwijs ongeveer drie maanden nodig zijn om het nieuwe scheepsnoodplan voor milieuverontreiniging door schadelijke vloeistoffen of het gecombineerde scheepsnoodplan op te stellen en de procedure voor goedkeuring daarvan te doorlopen.(zie noot 5) Het nieuwe scheepsnoodplan is geïntroduceerd bij resolutie MEPC.78(43), die op 1 januari 2001 inwerking is getreden. Deze resolutie geeft ook de mogelijkheid om scheepsnoodplannen te combineren. Gelet op de ruime overschrijding van de implementatietermijn, het feit dat de meeste schepen al zijn voorzien van een nieuw scheepsnoodplan, omdat ze anders op problemen in buitenlandse havens stuiten, en een gecombineerd plan niet noodzakelijk is, is de keuze voor een overgangstermijn niet begrijpelijk. De Raad adviseert de overgangstermijn te laten vervallen. b. De verordening is op bepaalde onderdelen ruimer dan de resoluties van de MEPC. Op grond van artikel 4, eerste lid, van de verordening mogen bepaalde categorieën olietankschepen, ongeacht de vlag waaronder ze varen, havens of off-shore terminals die onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat van de Europese Unie vallen, niet binnenvaren.(zie noot 6) Omdat er geen wettelijke grondslag is voor de handhaving van dit binnenvaarverbod kan het ontwerpbesluit hierin niet voorzien. Daarom is een wetswijziging in voorbereiding.(zie noot 7) Hieruit blijkt dat niet tijdig is onderzocht welke consequenties de verordening voor Nederland heeft. De verordening is op 1 september 2002 in werking getreden. Lidstaten hebben de plicht om alles te doen en na te laten wat voor de volledige en werkelijke toepassing van de verordening in de nationale rechtsorde noodzakelijk is (artikel 10 juncto artikel 249 van het EG-Verdrag). Het creëren van noodzakelijke uitvoerings- en handhavingsinstrumenten behoort daartoe. Gelet op het vorenstaande adviseert de Raad in de toelichting uiteen te zetten hoe deze problemen in de toekomst kunnen worden voorkomen en tevens aan te geven welke gevolgen het niet handhaven van het binnenvaarverbod heeft of zal hebben. c. Inmiddels heeft er een wijziging van de verordening plaatsgevonden, die op 21 oktober 2003 in werking is getreden.(zie noot 8) Deze wijziging is totstandgekomen na de ramp met het olietankschip de Prestige en bevat strengere maatregelen dan het MARPOL-Verdag. De Raad adviseert in de toelichting in te gaan op de gevolgen van deze nieuwe ontwikkeling. 3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl6 pagina's, pdf Tekst