- Identifier
- nl.oorg10008.2e.2019.3064
- Aanbieder (Naam)
- Raad van State
- Titel
- Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Mauritius inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken (met Bijlage); Port Louis, 13 maart 2008 (Trb. 2008, 103), met toelichtende nota.
- Beschrijving
- Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Mauritius inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken (met Bijlage); Port Louis, 13 maart 2008 (Trb. 2008, 103), met toelichtende nota.Bij Kabinetsmissive van 13 september 2017, no.2017001538, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Mauritius inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken (met Bijlage); Port Louis, 13 maart 2008 (Trb. 2008, 103), met toelichtende nota.Het verdrag van 13 maart 2008 (het moederverdrag) waarvoor goedkeuring wordt gevraagd, (zie noot 1) en zoals dit wordt gewijzigd bij notawisseling (zie noot 2) houdende een uitbreidingsverdrag waarvoor eveneens goedkeuring wordt gevraagd, (zie noot 3) ziet op het verlenen van wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken.De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk adviseert de goedkeuringsprocedure voort te zetten, maar stelt vragen over de rechtstreekse werking van bepalingen in het moederverdrag en in het uitbreidingsverdrag.Als een verdrag ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de Staten-Generaal, moet worden aangegeven of het verdrag naar het oordeel van de regering bepalingen bevat die naar hun inhoud een ieder kunnen verbinden en, indien dit het geval is, welke bepalingen het betreft. (zie noot 4) Het gaat dan om een voorlopig oordeel van de wetgever; in het concrete geval is het oordeel aan de rechter.De Afdeling merkt op dat de nota van toelichting niet duidelijk maakt of het uitbreidingsverdrag een ieder verbindende bepalingen bevat in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet, die aan natuurlijke personen dan wel rechtspersonen rechtstreeks rechten toekennen of plichten opleggen. Evenmin maakt de nota van toelichting duidelijk of het moederverdrag zulke bepalingen bevat. Een dergelijke toets met betrekking tot het moederverdrag ligt in de rede aangezien met de voorliggende goedkeuring van het moederverdrag de eventuele aanwezigheid van rechtstreeks werkende bepalingen voor het eerst gaat spelen voor de delen van het Koninkrijk die zijn gelegen buiten het in Europa gelegen deel van Nederland. Daarbij wijst de Afdeling erop dat in ieder geval de Bijlage bij het moederverdrag (die een integrerend onderdeel uitmaakt van dat verdrag) (zie noot 5) een rechtstreeks werkende bepaling bevat. (zie noot 6)De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de vraag welke bepalingen in het moederverdrag en in het uitbreidingsverdrag een ieder kunnen verbinden.De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat bedoelde verdragen worden overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, aan de Staten van Aruba, aan die van Curaçao en aan die van Sint Maarten, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk
- Publicatiedatum
- 2019-01-28
- Jaar
- 2019
- Type
- 2e - Advies
- Aanbieder (Code)
- oorg10008
- Totaal aantal documenten
- 1
- Verkregen op
- 2024-03-30
- Aantal pagina's in dossier
- 2