Naar inhoud
Raad van State

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Bouwbesluit 2003 (wijziging met betrekking tot de aanscherping van de energieprestatiecoëfficiënt voor de woonfunctie en enkele andere wijzigingen), met nota van toelichting.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Bouwbesluit 2003 (wijziging met betrekking tot de aanscherping van de energieprestatiecoëfficiënt voor de woonfunctie en enkele andere wijzigingen), met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 20 juli 2005, no.05.002728, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Bouwbesluit 2003 (wijziging met betrekking tot de aanscherping van de energieprestatiecoëfficiënt voor de woonfunctie en enkele andere wijzigingen), met nota van toelichting. Het ontwerpbesluit tot wijziging van het Bouwbesluit 2003 bevat een aanscherping van de energieprestatiecoëfficiënt voor tot bewoning bestemde gebouwen en enkele correcties op het besluit van 17 december 2004, houdende wijziging van het Bouwbesluit 2003. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen. 1. Omzetting van de richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen Het vaststellen van energieprestatie-eisen is eveneens onderwerp van een Europese richtlijn. Richtlijn 2002/91/EG van het Europese Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de energieprestatie van gebouwen (hierna: de energieprestatie-richtlijn).(zie noot 1) De energieprestatie-richtlijn is op 5 januari 2003 in werking getreden en de omzettingtermijn loopt nog tot 4 januari 2006. In het ontwerpbesluit wordt niet ingegaan op de voorgestelde wijziging van het Bouwbesluit 2003 in relatie tot deze richtlijn. De Raad beveelt aan de toelichting op dit punt aan te vullen. 2. Aanscherpen energieprestatiecoëfficiënt Artikel F van het ontwerpbesluit scherpt de energieprestatiecoëfficiënt aan voor nieuwbouwwoningen in artikel 5.11 van het Bouwbesluit 2003 van 1,0 naar 0,8. De aanscherping is gericht op het verder terugdringen van het energiegebruik voor verwarming, mechanische ventilatie, warmwatergebruik, koeling, bevochtiging en verlichting van nieuwe woningen, waarmee een bijdrage geleverd wordt aan het terugdringen van de CO2-uitstoot. De energieprestatie-richtlijn stelt in artikel 4, lid 1, dat moet bij het vaststellen van de energieprestatie-eisen onder andere rekening moet worden gehouden met de algemene binnenklimaatsituatie, om eventuele negatieve neveneffecten, zoals onvoldoende ventilatie, te voorkomen. Lidstaten zijn verplicht op grond van artikel 249 EG richtlijnen te implementeren in het nationale recht. Gedurende de implementatietermijn is het bovendien, gelet op het in artikel 10 EG vervatte beginsel van gemeenschapstrouw, niet toegestaan nationale maatregelen te nemen die de verwezenlijking van het door de richtlijn voorgeschreven resultaat ernstig in gevaar zouden kunnen brengen.(zie noot 2) De voorgestelde aanscherping van het Bouwbesluit 2003 mag, gelet op het voorgaande, de verwezenlijking van het door de richtlijn voorgeschreven resultaat dus niet ernstig in gevaar brengen. Uit de inspraakreactie van het Overlegplatform Bouwregelgeving (hierna: OPB)(zie noot 3) kan worden opgemaakt dat het niet duidelijk is of een de aanscherping van de energieprestatiecoëfficiënt wel of niet nadelig voor de gezondheid zou kunnen zijn, gelet op gebrekkige ventilatie in woningen als gevolg daarvan. Blijkens de nota van toelichting bij artikel F, is de minister van mening dat een goed binnenmilieu gegarandeerd kan worden, zolang, ontwerp, uitvoering en onderhoud van de gekozen ventilatiesystemen adequaat zijn. De Raad maakt hieruit op dat, indien ontwerp, uitvoering en onderhoud niet adequaat zijn een aanscherping tot 0,8 mogelijk een binnenmilieu creëert dat schadelijk is voor de gezondheid. De Raad beveelt aan in de toelichting uitvoerig op het gesignaleerde gevaar voor de gezondheid in te gaan. 3. Voor een redactionele kanttekening verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)