Naar inhoud
Raad van State

Voorstel van wet houdende wijziging van de Penitentiaire beginselenwet in verband met de tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis na veroordeling in eerste aanleg, met memorie van toelichting.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Voorstel van wet houdende wijziging van de Penitentiaire beginselenwet in verband met de tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis na veroordeling in eerste aanleg, met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 15 december 2003, no.03.005177, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Penitentiaire beginselenwet in verband met de tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis na veroordeling in eerste aanleg, met memorie van toelichting. Het wetsvoorstel regelt dat personen in voorlopige hechtenis, na veroordeling tot een vrijheidsstraf in eerste aanleg, worden overgeplaatst van een huis van bewaring naar een gevangenis. Doel van het voorstel is een efficiëntere inzet van de detentiecapaciteit en het verbeteren van de mogelijkheden tot resocialisatie. De Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt daarbij een kanttekening met betrekking tot het onderbrengen van personen in voorlopige hechtenis die in eerste aanleg zijn veroordeeld in een aparte afdeling van een gevangenis. Ingevolge artikel 8 van de Penitentiaire beginselenwet bepaalt de Minister van Justitie de bestemming van elke inrichting of afdeling en kan hij delen van een inrichting als afdeling met een aparte bestemming aanwijzen. In de memorie van toelichting wordt niet ingegaan op de mogelijkheid om personen in voorlopige hechtenis die in eerste aanleg zijn veroordeeld, in een aparte afdeling van een gevangenis onder te brengen. Daartoe bestaat wel aanleiding, nu artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten bepaalt: “Verdachten dienen, uitzonderlijke omstandigheden buiten beschouwing gelaten, gescheiden te worden gehouden van veroordeelden en dienen aanspraak te kunnen maken op een afzonderlijke behandeling overeenkomend met hun staat van niet veroordeelde persoon.” De Raad geeft in overweging van genoemde mogelijkheid gebruik te maken en daarvan mededeling te doen in de memorie van toelichting. De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)