- Identifier
- nl.oorg10008.2e.2019.3255
- Aanbieder (Naam)
- Raad van State
- Titel
- Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden in verband met het verruimen van bestedingsmogelijkheden voor gemeenten van het verleende vaste budget en scholings- en activeringsbudget.
- Beschrijving
- Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden in verband met het verruimen van bestedingsmogelijkheden voor gemeenten van het verleende vaste budget en scholings- en activeringsbudget.Bij Kabinetsmissive van 4 oktober 2000, no.00.005511, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting, houdende wijziging van het Besluit uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden in verband met het verruimen van bestedingsmogelijkheden voor gemeenten van het verleende vaste budget en scholings- en activeringsbudget. Het ontwerpbesluit vormt een onderdeel van de plannen om te komen tot een Fonds Werk en Inkomen. In dat fonds worden de gelden die op basis van de Algemene bijstandswet en de Wet inschakeling werkzoekende (WIW) aan gemeenten worden verstrekt bij elkaar gebracht. Op termijn komen daar nog andere gelden bij. Met dit fonds zullen gemeenten beter in staat zijn om een integrale en op de lokale situatie toegesneden aanpak vorm te geven, zo heeft de regering eerder aangegeven.(zie noot 1) In het ontwerpbesluit wordt een begin gemaakt met het weghalen van de schotten die er nu tussen de verschillende onderdelen van het WIW-budget bestaan. De Raad van State kan zich met de strekking van het wetsvoorstel verenigen, maar maakt daarbij enkele kanttekeningen. 1. Het WIW-budget bestaat nu uit drie onderdelen: - een basisbedrag onder meer voor zogeheten WIW-dienstbetrekkingen; - het "vast budget" voor de aanvullende kosten van de dienstbetrekkingen; - het scholings- en activeringsbudget. Tussen deze drie onderdelen staan nu schotten: het geldbedrag waarop aanspraak bestaat kan alleen worden besteed voor het onderdeel waarvoor het is verleend. Deze schotten worden volgens de toelichting gedeeltelijk weggehaald: besparingen op het vaste budget dienen het daaropvolgende jaar te worden besteed aan scholing en activering (en mogen dus niet worden toegevoegd aan het vaste budget van het nieuwe jaar); besparingen op het scholings- en activeringsbudget kunnen het daaropvolgende jaar eveneens alleen worden aangewend voor scholing en activering. Er is, zo stelt de toelichting, gekozen voor eenzijdige ontschotting omdat geld onttrekken aan het scholings- en activeringsbudget om het te besteden aan meer of duurdere gesubsidieerde banen gezien de huidige conjunctuur onwenselijk is.(zie noot 2) De Raad vindt deze onderbouwing onvoldoende. Ook in de huidige conjunctuur zijn er nog veel mensen die niet onmiddellijk voor een reguliere baan in aanmerking komen, zodat voor hen een gesubsidieerde baan een waardevolle tussenstap kan zijn. De Raad adviseert de onderbouwing te versterken. Is dat niet mogelijk, dan verdient het aanbeveling de schotten tussen de onderdelen van het WIW-budget volledig weg te halen, zodat gemeenten het budget naar eigen inzicht kunnen besteden aan de doelen waarvoor het budget wordt verleend. 2. Uit de tekst van artikel 18 blijkt niet duidelijk wat het verschil is tussen het tweede en het derde lid. In het tweede lid wordt bepaald dat, als het vaste budget waarop de gemeente aanspraak kan maken het bedrag dat de gemeente feitelijk van dat budget heeft besteed, overstijgt, het meerdere in het daaropvolgende jaar wordt besteed in het kader van de WIW of de Wet sociale werkvoorziening. Het derde lid bepaalt dat het deel van het verleende vaste budget waarop in een jaar geen aanspraak wordt gemaakt wordt toegevoegd aan het scholings- en activeringsbudget van het daaropvolgende jaar. Volgens de toelichting heeft het tweede lid betrekking op efficiencywinst, terwijl het in het derde lid gaat om onderuitputting van het budget doordat er minder dienstbetrekkingen zijn gerealiseerd.(zie noot 3) Uit de tekst van de artikelleden komt dit verschil onvoldoende naar voren. De Raad beveelt aan deze tekst te verduidelijken. 3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De Vice-President van de Raad van State
- Publicatiedatum
- 2019-01-28
- Jaar
- 2019
- Type
- 2e - Advies
- Aanbieder (Code)
- oorg10008
- Totaal aantal documenten
- 1
- Verkregen op
- 2024-03-30
- Aantal pagina's in dossier
- 4