Naar inhoud
Raad van State

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Fokkerijbesluit (medebewind), met nota van toelichting.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Fokkerijbesluit (medebewind), met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 23 juli 2004, no.04.002969, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Fokkerijbesluit (medebewind), met nota van toelichting.Het ontwerpbesluit strekt ertoe om in het Fokkerijbesluit uitdrukkelijk vast te leggen dat aan het bestuur van het Productschap voor Vee en Vlees (PVV) ook de ministeriële bevoegdheden tot het verlenen en intrekken van erkenningen als stamboekhouders en fokkerijorganisaties in medebewind worden overgedragen. Dit geschiedt naar aanleiding van de uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBb) van 30 januari 2004 (in zaak nr. AWB 03/374), waarin de grondslag voor dat medebewind niet in artikel 11 van het Fokkerijbesluit werd gelezen. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt de volgende kanttekening met betrekking tot de wijze waarop volgens de nota van toelichting kan worden hersteld dat een eerdere wijziging van het Fokkerijbesluit niet in werking is getreden.1. In de nota van toelichting wordt medegedeeld dat bij de voorbereiding van het ontwerpbesluit is gebleken dat het besluit waarin het medebewind in plaats van aan het bestuur van het Landbouwschap aan het bestuur van het PVV wordt overgedragen niet is verwerkt. Debet hieraan is volgens de toelichting het feit dat op dit punt de wijziging van het Fokkerijbesluit bij Besluit van 7 augustus 1998 (Stb.667) niet in werking is getreden. Vervolgens wordt aangekondigd dat dit gebrek zal worden hersteld bij koninklijk besluit. De Raad neemt aan dat hier de overgang wordt bedoeld van medebewind van het bestuur van het Landbouwschap naar aanvankelijk een bestuur van een “gemeenschappelijk lichaam” in het Besluit van 7 augustus 1998 en vervolgens het bestuur van het PVV in het Besluit van 23 februari 2001 (Stb.281). Uit de nota van toelichting bij laatstgenoemd wijzigingsbesluit blijkt dat het bedoelde gemeenschappelijke lichaam niet is ingesteld. Als gevolg van het uitblijven van een koninklijk besluit tot inwerkingtreding van het Besluit van 7 augustus 1998 is het Bestuur van het Landbouwschap tot de uitoefening van medebewind bevoegd gebleven tot de wijziging van het Fokkerijbesluit bij het Besluit van 23 februari 2001. Het CBB is in zijn uitspraak van 30 januari 2004 uitgegaan van de uitoefening van het medebewind door het bestuur van het PVV sinds de inwerkingtreding van de wijziging van het Fokkerijbesluit bij het besluit van 23 februari 2001. Bij de Raad rijst de vraag waarom alsnog de inwerkingtreding van (een onderdeel van) het besluit van 7 augustus 1998 bij koninklijk besluit zou geschieden. Daarmee zouden vragen kunnen worden opgeroepen met betrekking tot de wettelijke grondslag van de besluiten die het bestuur van het PVV sinds de inwerkingtreding van de wijziging van het Fokkerijbesluit in 2001 heeft genomen. De Raad adviseert derhalve niet tot de vaststelling van het aangekondigde koninklijk besluit over te gaan.2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)